Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

Intiemer dan het dagboek van Lodewijk van Deyssel wordt het niet

Cultuur

Sander Becker

© Maarten Hartman

Van de stoelgang tot masturbatie, de schrijver Lodewijk van Deyssel bericht er in zijn dagboeken als een bezetene over. Vrijwilligers maken de handgeschreven documenten nu breed toegankelijk door ze over te typen.

Als ze de hoogst intieme details leest in de dagboeken van Lodewijk van Deyssel (1864-1952), voelt de 78-jarige Ineke Eijkman uit Weert zich af en toe best een voyeur. "Wil ik dat allemaal wel weten?, denk ik dan. "Maar ja, als je die intimiteit een probleem vindt, moet je niet in zo'n project stappen. Mijn man doet expres niet mee."

Lees verder na de advertentie

Eijkman, oud-secretaresse, oud-reisconsulente en oud-reclamevrouw, is met 245 andere vrijwilligers al een eind op streek om Van Deyssels immense collectie dagboeken te 'transcriberen' - over te typen - en te ontsluiten voor het publiek. Een half jaar geleden meldde ze zich via de website Velehanden.nl om mee te doen aan het project van het Literatuurmuseum in Den Haag. Bij dat instituut leidden Van Deyssels dagboeken een sluimerend bestaan in het depot: zes dozen vol met schriftjes, losse vellen en kladblaadjes. Al die 11.280 pagina's moesten maar eens in het daglicht, vonden ze bij het museum.

De berg schriftjes, kladblaadjes en losse vellen zijn nooit integraal doorgespit

Letterkundigen konden de manuscripten al wel inzien. Harry Prick, Van Deyssels biograaf die in 2006 overleed, nam er zeker ook een duik in. Maar niemand had de afschrikwekkende berg ongeordende documenten ooit integraal doorgespit. Er kunnen dus nog verrassende dingen naar boven komen, voorspelt projectleider Boudewijn Ridder. Bijvoorbeeld over het begrip dat Van Deyssel tijdens de Tweede Wereldoorlog voor de Duitsers zou hebben getoond, en waar hij zich later van zou hebben gedistantieerd.

Hitler

Bekend is dat Van Deyssel in 1942 toetrad tot de Kultuurkamer van de bezetter. Naar eigen zeggen deed hij dit om zijn dochter Anny, gearresteerd nadat ze een Duitse soldaat in het gezicht geslagen had, vrij te krijgen. Maar of dit Van Deyssels enige reden was? In een 'Politieke belijdenis' uit 1941 had hij Adolf Hitler nog uitbundig geprezen: "Mijn hoogste bewondering en grenzenloze vereering gaan naar den schoonsten mensch, wiens tijdgenoot ik mag zijn, en naar zijn Rijk." Paradoxaal genoeg vergeleek hij Hitler in ditzelfde document met een roverhoofdman. Er zat kortom iets dubbels in zijn houding, wat de nieuwsgierigheid naar de dagboeken alleen maar vergroot.

De geschriften zijn berucht openhartig. Ze waren nooit bedoeld ter publicatie, maar de familie heeft toch toestemming gegeven voor het project, vanwege de letterkundige waarde. Zeventig jaar lang, van zijn 17de tot aan zijn dood, noteerde Van Deyssel krankzinnig precies wat hij allemaal deed en beleefde. In zijn priegelige handschrift vermeldde hij minutieus hoe hij had geslapen, of hij seks had gehad, of hij had gemasturbeerd, hoe zijn ontlasting eruit zag, of hij op zijn 'rijwiel' had gezeten, wie hij had ontmoet, enzovoort. De aantekeningen gaan vooral over het leven van alledag, maar ook over kunst, literatuur en politiek.

Van Deyssel noteerde in geuren en kleuren het effect van zijn maaltijden op zijn ontlasting

Van Deyssel was geobsedeerd door de werking van zijn lichaam. Zo hield hij een themaschrift bij over zijn verkoudheden. Ook noteerde hij elke avond wat hij had gegeten, waarna hij de volgende dag in geuren en kleuren het effect op zijn ontlasting beschreef. "Hoera, ik gevoel mij zoo heerlijk en gelukkig als in geen tijden", meldde hij eind 19de eeuw. "Dit komt alleen door het volmaakte scheiten, dat ik gedaan heb."

Wat bezielt iemand om zijn eigen leven zo te catalogiseren? "Dat vroegen wij ons ook af", zegt Ridder. "Destijds sprak men nog niet van autisme, maar wij denken nu wel duidelijk in die richting. De notities hebben iets heel dwangmatigs."

De excentrieke Van Deyssel, pseudoniem van K. J. L. Alberdingk Thijm, stond bekend als een opgewonden standje. Hij schreef opzienbarende romans als 'Een liefde' (1887) en 'De kleine republiek' (1889), maar vond ook de 'scheldkritiek' uit, een genre waarin hij collega's genadeloos afbrandde. Verder leed hij aan depressies, afgewisseld met uitbundige periodes. Dat zie je volgens Ridder terug in het handschrift: netjes in goede tijden, slordig bij onweer in de kop.

Het project is nu halverwege. Over enige tijd moeten de dagboeken online beschikbaar komen. Dat is vooral handig voor letterkundigen, want die kunnen de tekst dan snel op specifieke woorden doorzoeken. Ook historici kunnen hun vingers aflikken, al was het maar omdat de beschreven periode twee wereldoorlogen omvat. "Van Deyssel heeft ook allerlei boodschappenlijstjes met bedragen in zijn tekst opgenomen", vult Ridder aan. "Dus zelfs voor economen wordt het misschien nog interessant."

Tekst loopt verder onder de foto

De dagboeken van Lodewijk van Deyssel in het Literatuurmuseum. © Maarten Hartman

Onaniedagboeken

Vrijwilligster Eijkman ervaart het als een wisselend genoegen om Van Deyssel zo dicht op de huid te zitten. Ze vindt de privékrabbels interessant als de auteur bijvoorbeeld vertelt hoe hij omging met dichter Albert Verwey, schrijver Frederik van Eeden en de moeder van Vincent van Gogh. Ook zijn onaniedagboeken intrigeren haar. In die bundeltjes beschrijft Van Deyssel hoe hij vocht tegen zijn lust om te masturberen. Dit innerlijke conflict had hij vermoedelijk overgehouden aan de verplichte anti-onaneergordel die zijn vader hem vroeger ombond: een stalen keurslijf voor de genitaliën, aan de binnenkant voorzien van scherpe punten. Ook later, tijdens zijn huwelijk, bleef Van Deyssel gepreoccupeerd door de schanddaad van de zelfbevlekking. "Hij deed kokers om zijn handen en wilde zijn onderarmen zelfs laten vastbinden, omdat hij zich zo schuldig voelde", zegt Eijkman. Ondanks die voorzorg 'zondigde' hij vaak. "Je vraagt je af wat zijn vrouw ervan vond, maar dat kom je helaas niet te weten."

Maar Eijkman vindt zeker niet alles boeiend. Tussen de meer dan duizend gescande pagina's die ze al heeft weggewerkt, zit volgens haar ook veel ergerniswekkend en nutteloos materiaal waarvan zij denkt: waarom schrijft iemand dit in vredesnaam op?

Zo transcribeerde ze vorige week een relaas waarin Van Deyssel beschrijft hoe hij zijn geslachtsdeel waste op een koude winterochtend in december. "Hij trok eerst meerdere lagen kleding aan, om zijn lid vervolgens door zijn geopende gulp te halen en af te spoelen", vertelt Eijkman.

Op sommige andere dagen waste hij 'm trouwens helemaal niet, zo blijkt ook. De vrijwilligster wil er niet aan denken hoe onfris dat was, zeker met die syfilis waar de schrijver aan leed. "Maar goed", zegt ze. "Vergeleken met de bevolkingsregisters die ik in het verleden heb overgetypt voor het Amsterdamse Stadsarchief, vind ik Van Deyssel toch een stuk aardiger."

Andere projecten

Het Literatuurmuseum begint binnenkort ook met een project om de dagboeken van twee andere schrijvers toegankelijk te maken. De eerste, Henri van Booven (1877-1964), was journalist. Tijdens de Eerste Wereldoorlog noteerde hij in zijn korte dagboek hoe het front zich ontwikkelde en wat de oorlog voor hem persoonlijk betekende. De tweede schrijver, Jan Greshoff (1888-1971), was ook journalist, en daarbij criticus en dichter. Hij tekende uitgebreid op wat zich in het literaire leven afspeelde. Alles bij elkaar, inclusief Lodewijk van Deyssel, zijn er 20.742 pagina's te verwerken. Het museum zoekt nog nieuwe invoerders. Geïnteresseerden kunnen zich via de website Velehanden.nl aanmelden voor dit project 'Dagboeken van schrijvers'.

Deel dit artikel

De berg schriftjes, kladblaadjes en losse vellen zijn nooit integraal doorgespit

Van Deyssel noteerde in geuren en kleuren het effect van zijn maaltijden op zijn ontlasting