Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

Inhoudelijk sterke, maar nogal zware biografie over 'de rode Jonkheer'

Cultuur

Co Welgraven

Marinus van der Goes was medeverantwoordelijk voor de escalatie van de koloniale oorlogen. © -
Recensie

Hij ging door het leven als ‘de rode jonker’, een bijnaam die hij verafschuwde maar die wel goed gekozen was. 

Want jonkheer Marinus van der Goes van Naters was van adel, hield van het goede leven, woonde op stand, maar bekommerde zich ook om het lot van arbeiders en was een vooraanstaand politicus in de sociaal-democratische beweging in Nederland, ‘een rode‘ dus.

Lees verder na de advertentie

Na de Tweede Wereldoorlog was hij een van de oprichters van de Partij van de Arbeid, de opvolger van de SDAP. Tot 1951 was hij fractievoorzitter in de Tweede Kamer en een machtig man, want de PvdA maakte in die naoorlogse jaren van wederopbouw vaak deel uit van de regering. Tot minister schopte hij het nooit. In 1951 moest hij na een conflict met de partijtop aftreden als fractieleider. Hij bleef fractielid, tot 1967 zelfs, maar zocht zijn heil vooral in de Europese politiek. En de jonker toonde zich in de jaren vijftig en zestig al bezorgd om het milieu: hij was voorzitter van de voorloper van de Stichting Natuur en Milieu.

De kleurrijke Van der Goes maakte van zijn hart geen moordkuil en raakte regelmatig in opspraak door gepeperde uitspraken, over politici uit concurrerende partijen maar ook over geestverwanten. Journalisten, op zoek naar een sappig citaat, konden altijd bij hem terecht. Van der Goes was direct, soms cynisch, eigenzinnig, flamboyant en rechtdoorzee.

Tekst gaat verder onder de afbeelding

Anne-Marie Mreijen. © Photography: Jos Kuklewski

En vol zelfspot, ook over zijn hoge leeftijd: "'s Avonds na het nieuws van acht uur sleep ik mijn gebeente met enig gekreun naar m’n nest. En ’s morgens ontdooi ik met het gevoel uit mijn graf te zijn opgestaan."

Politieke biografie

Historica Anne-Marie Mreijen heeft een gedegen biografie geschreven waarop zij eerder dit jaar is gepromoveerd. Zij heeft met vele collega-politici van de PvdA-politicus en mensen uit zijn omgeving gesproken en talloze archieven geraadpleegd. Belangrijke bron is Van der Goes’ autobiografie ‘Met en tegen de tijd’, waarvan zij de soms gekleurde inhoud op nogal wat punten weet bij te stellen.

Van der Goes van Naters werd in 1900 geboren in een protestants-liberaal milieu in het katholieke Nijmegen; hij overleed 104 jaar later. Hij was dus getuige van alle grote gebeurtenissen in de twintigste eeuw: de Eerste Wereldoorlog, de opmars van het nazisme, de Tweede Wereldoorlog, het conflict rond Indonesië, de opbouw van de verzorgingsstaat.

Intimiteit met arbeidersvrouw vond hij 'een openbaring'

Het proefschrift is vooral een politieke biografie. Maar de auteur heeft zeker in de eerste hoofdstukken ook oog voor het persoonlijk leven. Uitvoerig beschrijft ze Van der Goes’ jeugd. Hij was lid van de PIA, de Praktisch-Idealisten-Associatie, een beweging van studenten uit de gegoede burgerij waar hij al de bekommernis over de minder bedeelden kreeg ingepeperd; de Duitse sociaal-democratische theoreticus Eduard Bernstein had daarvoor de term Affektationsproletarier bedacht: bewondering van intellectuelen voor de arbeidersklasse, zonder daar deel van uit te maken.

De biograaf trekt ook de nodige pagina’s uit voor het huwelijk van Van der Goes met Antje van der Plaats, telg uit een geslacht van bankiers en juristen; toen zij in 1985 overleed waren ze ruim 60 jaar getrouwd. In het huwelijk was plaats voor buitenechtelijke relaties, Marinus deed het zowel met mannen als met vrouwen. Zo had hij een verhouding met een stenotypiste op zijn kantoor, mijnwerkersdochter Trees; in haar bescheiden afkomst zag hij een voordeel. In een brief schreef hij haar dat hij het ‘intiem kontakt’ met iemand uit de arbeidersklasse als ‘een openbaring’ had ervaren.

Tekst gaat verder onder de afbeelding

Anne-Marie Mreijen De rode jonker: de eeuw van Marinus van der Goes van Naters (1900-2005) Boom; 376 blz. € 24,99 © -

Het hart van de biografie draait om zijn politieke rol. In 1937 werd Van der Goes voor de SDAP lid van de Tweede Kamer. Tijdens de oorlog zat hij gevangen in Buchenwald en St. Michielsgestel, samen met honderden prominente Nederlanders. Daar werd gesproken over politieke vernieuwing na de oorlog. Van die doorbraak kwam weinig terecht, wel nam de PvdA in 1945 de plaats in van de SDAP. Van der Goes werd voor die nieuwe partij fractievoorzitter en kreeg al snel te maken met de kwestie-Indonesië, waarin de regering zo lang draalde met het afscheid nemen van de oude kolonie. Sterker: ze ontketende tot twee keer toe een oorlog tegen het land dat zich in augustus 1945 onafhankelijk had verklaard; eufemistisch ‘politionele acties’ genoemd.

'Van der Smoes van Flaters'

Tot woede van een niet onaanzienlijk deel van de achterban en een handvol fractieleden steunde de PvdA deze koloniale oorlogen; de auteur houdt Van der Goes ‘medeverantwoordelijk’ voor de escalatie van het conflict. Door zijn eigenzinnig optreden riep hij steeds meer weerstand op binnen en buiten de fractie. Toen hij na de soevereiniteitsoverdracht in de zaak-Nieuw-Guinea (dat vooralsnog bij Nederland bleef) juist voor de troepen uit ging lopen, werd de positie van Van der Goes onhoudbaar. Parlementair journalisten noemden hem spottend Van der Smoes van Flaters. Zijn fractievoorzitterschap was geen daverend succes, een groot politicus is hij nooit geworden.

Maar hij was wel een echte sociaal-democraat, van een ongewone afkomst. Een salonsocialist noemde hij zichzelf: “Als mensen sneren dat het bijzonder makkelijk is om met een glas martini in je hand voor het haardvuur in je kapitale Wassenaarse woning te oreren over het socialisme - nog een glaasje? -, geef ik ze groot gelijk.” Dergelijke citaten geven dit inhoudelijk sterke, maar nogal zware proefschrift de broodnodige kleur.

Een rechtse, Aristocratische politicus

Wie tijdens de oorlog ook als politieke gevangene in Sint-Michielsgestel zat, was een verzetsman die voor de oorlog juist als fascist bekend stond en toen ook openlijk het NSB-lidmaatschap had overwogen: Rolly ridder van Rappard en burgemeester van Gorinchem. Meebewegen of verzetten, was de grote vraag voor burgemeesters in oorlogstijd. Van Rappard gaf adressen van zo’n 30 Joodse gezinnen aan de Gestapo, maar heeft altijd volgehouden dat hij niet anders kon. Vanaf 1940 bood hij ook weerstand aan de Duitsers en groeide uit tot leider van het burgemeestersverzet. Hij belandde er in 1943 door in Sint-Michielsgestel. Maar ook daar bleef hij onder verzetsmensen, onder wie dus Van der Goes van Naters, zijn ideeën over sterke leiders verkondigen, wat hem niet populair maakte.

Na de oorlog keerde Van Rappard, getrouwd met Elisabeth barones van Hardenbroek van Lockhorst, terug als burgemeester van Gorinchem. Hoewel zijn fascistoïde neigingen altijd aan Van Rappard bleven kleven, bleef hij 32 jaar burgemeester van de stad. In 1971 werd hij gedwongen op te stappen. Toch zat hij tot zijn 80ste in de gemeenteraad. Van Rappard hoopte via de VVD (die hij eigenlijk te links vond) in de Tweede Kamer te komen, maar was vooral partijloos. Oud-burgemeester en thrillerauteur Klaas Tammes schreef een lezenswaardig boek over deze notoire dwarsligger.

Dwarsligger van beroep Balans; 224 blz. € 22,99 Klaas Tammes © -

Deel dit artikel

Intimiteit met arbeidersvrouw vond hij 'een openbaring'