Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

Indrukwekkende ode aan de vrede

Cultuur

Peter van der Lint

Review

ROTTERDAM - Het kan haast geen toeval zijn. Het Radio Filharmonisch Orkest en Groot Omroepkoor voeren dezer dagen twee keer Benjamin Brittens 'War Requiem' uit terwijl Galina Visjnevskaja, voor wie Britten de sopraanpartij in 1960 schreef, vanavond in Amsterdam haar eerste van twee masterclasses zal geven.

Op vrijdagavond presenteerde het RFO in samenwerking met de Avro Brittens indrukwekkende compositie als slot van de serie 'Oorlog en Vrede' in de Rotterdamse Doelen. Morgen volgt nog een uitvoering in het Amsterdamse Concertgebouw.

Britten componeerde zijn laatste echt grote werk ter gelegenheid van de her-ingebruikname van de kathedraal van Coventry die in de oorlog door de Duitsers verwoest was. Hij combineerde de teksten van de Latijnse dodenmis met gedichten van Wilfred Owen (die in de loopgravenoorlog diende). Naast een groot orkest en een groot gemengd koor komen in de partituur ook een klein instrumentaal ensemble voor dat apart gedirigeerd wordt en een jongenskoor. Tot net voor het slot blijven de verschillende ensembles strikt gescheiden. Tenor en bariton (die twee soldaten personifiëren) zingen de Owen-teksten met het kamerensemble, de sopraan zingt steeds met het groot orkest en het koor samen.

Britten, pacifist in hart en nieren, componeerde met zijn 'War Requiem' een ode aan de vrede waarin een Duitse bariton (Dietrich Fischer-Dieskau), een Engelse tenor (Peter Pears) en een Russische sopraan (Visjnevskaja) de vertegenwoordigers moesten zijn van de landen die in de Tweede Wereldoorlog het zwaarst getroffen werden. Visjnevskaja kreeg van de Sovjet-autoriteiten indertijd overigens geen toestemming om aan de belangrijke première mee te werken, omdat de restauratie van de kathedraal met Duits (en dus vijandig) geld was betaald. De Britse Heather Harper nam haar plaats in, maar Visjnevskaja mocht een paar maanden later wel meewerken aan de legendarische Decca-opname die onder Britten met Fischer-Dieskau en Pears werd gemaakt.

In Rotterdam waren ook sopraan-problemen. De aangekondigde Luba Orgonasova was er niet, maar gelukkig bleek haar vervangster Dagmar Schellenberger volledig opgewassen tegen de ingewikkelde en veeleisende partij. Ook tenor Clifton Forbes moest verstek laten gaan; in zijn plaats zong Christopher Gillet met veel gevoel en inleving, vooral in het 'Move him into the sun'-gedeelte. Bariton Quentin Hayes voldeed eveneens in elk opzicht.

Het was mooi van Edo de Waart dat hij de directie van groot orkest en koor overliet aan zijn voormalig assistent Lawrence Renes. Het vertrouwen dat De Waart daarmee in Renes stelde werd door de jonge dirigent niet beschaamd. Keer op keer vond hij de juiste balans en wist hij Brittens bij wijlen zeer theatrale muziek karakter en inhoud te geven. De Waart zelf leidde met veel aandacht voor Owens poëzie het kamerensemble en de twee mannelijke solisten. In het 'Libera me', het ontroerende slotgedeelte, naderden Renes en De Waart met hun respectievelijke musici elkaar op emotionele wijze. Een meesterlijke uitvoering van deze grootse partituur waarin het Groot Omroepkoor, het Omroep Jongenskoor en het Roder Jongenskoor een prachtige hoofdrol vervulden.



Het e-mailadres bij dit profiel is nog niet bevestigd. Een link om te bevestigen kunt u vinden in uw inbox.
Bent u de link kwijt? Vraag hier een nieuwe aan.

Wachtwoord is niet correct

tonen

Wachtwoord komt niet overeen

tonen

U moet akkoord gaan met de gebruiksvoorwaarden


Deel dit artikel

Advertentie