Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

In koloniehuis was voor heimwee geen plaats

Cultuur

Haro Hielkema

Review

'Haro heeft het hier erg naar zijn zin. Hij is al twee kilo gegroeid', stond er in de brief naar huis, geschreven door een juf van het koloniehuis in Egmond. Mooi niet dus. Haro vond het vreselijk in Prinses Beatrix, barstte van de heimwee, kreeg geen lepel broodpap door zijn keel en kwam dus geen gram aan. Maar ja, Haro was zes en dus werd er voor hem geschreven. Had hij zelf de pen kunnen bedienen, dan was een passage over heimwee subiet geschrapt: ouders mochten niet nodeloos ongerust gemaakt worden.

Hij was niet de enige, die zich in de jaren vijftig minder thuis voelde in het regime van de koloniehuizen (waar zelfs de brieven van de leidsters gelezen werden door de directrice). Over heimwee mocht dan niet geschreven worden, het was er wel. Dat blijkt uit het boek Koloniehuizen in Egmond van Cootje Bronner. De schrijfster was onderwijzeres aan een onafhankelijke school bij een koloniehuis en las een groot aantal brieven van kinderen.

In Egmond stonden in de jaren vijftig veel koloniehuizen, meer dan waar ook in Nederland. De eerste aanzet werd gegeven in 1897 door de Amsterdamse filantroop dr. P.W. Janssen die het huis van de Prins Hendrik Stichting kocht om 'zwakke en behoeftige kinderen' uit de hoofdstad op te vangen. Het 'geringe bacteriegehalte der zeelucht, haar rijkdom aan fijne zoutdeeltjes en de niet hoog genoeg te schatten werking van de eeuwige zee op de psyche van de mens' maakte Egmond erg populair. Na verloop van tijd stonden aan de rand van het dorp en vrij gelegen op het zuiden koloniehuizen van algemene, katholieke en protestantse signatuur. Oudere Egmonders herinneren zich nog goed dat er altijd slierten zingende kinderen door het dorp wandelden.

In de Tweede Wereldoorlog werden diverse huizen door de Duitsers gevorderd, afgebroken of geplunderd. Na de bevrijding kwam het koloniewerk weer geleidelijk opgang en verrezen er ook nieuwe huizen op of achter de duinen. Het waren niet alleen bleekneusjes die er werden opgevangen, maar ook kinderen die thuis onhandelbaar waren of uit zwakke milieus voortkwamen.

In 1970 werden de kolonies onderverdeeld in medische en niet-medische huizen en ontwikkelde zich een discussie of het pedagogisch nog wel zo verantwoord was om kinderen op deze leeftijd zes weken uit hun gezin weg te halen. Naast de arts kreeg ook de pedagoog een inbreng. Er kwamen scholen bij de kolonies, maar steeds meer groeide het besef dat de jeugdzorg in eigen huis en op school thuis hoorde. De overheid draaide de subsidiekraan dicht en in 1983 sloot de laatste kolonie. Sindsdien zie je geen kinderrij meer door Egmond lopen, die op de melodie van 'De grote stille heide' zingen:

In het Beatrix moet je wezen,

in het Beatrix moet je zijn.

Word je helemaal genezen

van je ziekte en je pijn.

En je speelt de hele dag,

'k wou dat moeder dat eens zag.

Kom kind'ren naar buiten,

waar alle vogels fluiten,

naar buiten.

Deel dit artikel