Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

In 42 Nederlandse musea hangt mogelijk van Joden geroofde kunst

Cultuur

Sandra Kooke

De Emmaüsgangers wordt ingepakt, ca. augustus 1939. Geheel rechts Dirk Hannema. © Museum Boijmans VanBeuningen, Rotterdam.

Na jaren onderzoek is duidelijk welke kunstvoorwerpen waarschijnlijk voor en tijdens de oorlog van Joden zijn gestolen.

In de Nederlandse musea hangen of staan 170 kunstvoorwerpen  die mogelijk voor of tijdens de Tweede Wereldoorlog zijn geroofd van hun Joodse eigenaren. Daaronder zitten belangrijke museumstukken, zoals ‘Salomé met het hoofd van Johannes de Doper’ van Jan Adam Kruseman uit het Rijksmuseum in Amsterdam, ‘De Bewening’ door Hans Memling in Museum Boijmans Van Beuningen in Rotterdam en een aquarel van Wassily Kandinsky in het Stedelijk Museum in Amsterdam.

Lees verder na de advertentie

Alle musea die kunst uit oorlogstijd in bezit kunnen hebben, deden de afgelopen tien jaar onderzoek naar mogelijke roofkunst in hun collecties. Vrijwel alle zijn daar nu mee klaar, alleen het Rijksmuseum heeft meer tijd nodig.

Pas vanaf 1997 ging de com­mis­sie-Ek­kart het kunstbezit van de Nederlandse staat onderzoeken

Sommige van die 170 voorwerpen bestaan uit meerdere stukken, bijvoorbeeld een groep tekeningen of aardewerk, zodat het uiteindelijk om enkele honderden voorwerpen gaat. 42 musea hebben met een dergelijke onduidelijke herkomst te maken, blijkt uit een inventarisatie op de website van het project Museale Verwervingen vanaf 1933. Het doel van deze openbare inventarisatie is om de eigenaren te vinden en het werk terug te geven.

Onbedoeld

Tijdens de Tweede Wereldoorlog roofden de nazi’s op grote schaal kunst. Zowel Hitler als zijn rijksmaarschalk Göring stroopten Nederland af om kunst te vinden voor hun persoonlijke museum. Duizenden schilderijen, tekeningen en andere kunstvoorwerpen werden geroofd of voor een te lage prijs gekocht. Ook moesten Joden kunst achterlaten omdat ze moesten vluchten.

Na de oorlog werd niet veel moeite gedaan om de rechtmatige eigenaren terug te vinden. Zo kon het gebeuren dat deze werken onbedoeld in museumcollecties terechtkwamen. Pas vanaf 1997 ging de commissie-Ekkart het kunstbezit van de Nederlandse staat onderzoeken. Een jaar later gingen de Nederlandse musea dat voor hun eigen collecties doen.

Het Rijksmuseum is sinds 2012 met vijf onderzoekers aan het werk, maar weet nog niet wanneer het klaar is

Dit jaar hebben, als laatste, ook het Haags Historisch Museum, de Prinsenhof in Delft en Museum Boijmans van Beuningen hun onderzoek afgerond, aldus Sophie Olie, de secretaris van de commissie Museale Verwervingen. Bij Boijmans, dat sinds 2010 zesduizend aankopen uit de periode 1933-1948 heeft onderzocht, zijn dertig kunstvoorwerpen gevonden waarvan de herkomst onduidelijk is. Zes daarvan, waaronder de tekening ‘Godsvertrouwen’ van Jan Toorop, zijn al bij de rechtmatige eigenaar teruggekeerd. Bij de overige is het onzeker of het museum ze kan houden. “Maar het recht moet zijn loop hebben”, zegt directeur Sjarel Ex.

Mej. W.A.H. Crol onderzoekt restanten van kunstwerken (beelden) op de binnenplaats van Museum Boymans, 1940. Bron Stadsarchief Rotterdam, doc. nr. 4261_2002-1670-11. © Stadsarchief Rotterdam, doc. nr. 4261_2002-1670-11

Rijksmuseum

Ook de Koninklijke Verzamelingen zijn op deze wijze doorzocht. Het schilderij ‘Het Haagse Bos met gezicht op Paleis Huis ten Bosch’ van Joris van der Haagen, dat in 1960 door koningin Juliana was gekocht, is inmiddels teruggegeven aan de erven van de eigenaar.

Het Rijksmuseum doet er langer over omdat het verreweg de grootste collectie van alle musea heeft. Het is sinds 2012 met vijf onderzoekers aan het werk, maar weet nog niet wanneer het klaar is.

Als de rechtmatige eigenaar van een verdacht kunstwerk zich meldt, beslist in de meeste gevallen de restitutiecommissie, die speciaal is opgezet voor claims op nazi-roofkunst, of het stuk moet worden teruggegeven. Zo zijn sinds 2002 al 460 kunstwerken teruggegeven. Die kwamen niet alleen uit musea, maar ook uit rijksbezit of uit particuliere handen.

Verschillende commissies en onderzoeksgroepen hielden zich de afgelopen jaren met dit onderwerp bezig. Nu het onderzoek is afgerond, worden deze instanties ondergebracht bij het instituut voor oorlogsdocumentatie NIOD, zodat de expertise behouden blijft. Er kunnen immers nog steeds nieuwe gevallen ontstaan als musea nieuwe aankopen doen, benadrukt Olie. “Al is de kans daarop klein, omdat musea nu altijd zullen kijken of het stuk een duidelijke herkomst heeft.”

Lees ook: 

Museum Boijmans graaft in zijn oorlogsverleden - en laat het oordeel aan u

Tijdens de Tweede Wereldoorlog werkte directeur Dirk Hannema van Museum Boijmans samen de Duitsers. Zo bezorgde hij zijn museum een slechte naam. Met een onderzoek en tentoonstelling wil het museum volledige openheid geven over deze moeilijke periode.

De jacht op roofkunst

Al twintig jaar leidt Rudi Ekkart de zoektocht naar de rechtmatige eigenaren van roofkunst uit de oorlog. Van stoppen wil hij niet weten. De herkomst van zeker honderd objecten is nog steeds niet bekend. Lees hier zijn verhaal en bekijk de beelden.

Deel dit artikel

Pas vanaf 1997 ging de com­mis­sie-Ek­kart het kunstbezit van de Nederlandse staat onderzoeken

Het Rijksmuseum is sinds 2012 met vijf onderzoekers aan het werk, maar weet nog niet wanneer het klaar is