Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

In 1949 werd aanstootgevende kunst ook al weggemoffeld in musea

Cultuur

Paul van der Steen

'Tango' van Kees van Dongen. © EPA
Déjà vu

Vanwege 'ongezonde belangstelling' en 'ernstige bezwaren uit brede kringen van de burgerij' liet het gemeentebestuur van Rotterdam in juni 1949 twaalf naakten uit een expositie van Kees van Dongen in het Museum Boijmans Van Beuningen verwijderen.

Het ging niet om het uitlokken van een discussie zoals deze week bij een museum in Manchester. Dat verbande een negentiende-eeuws schilderij met waternimfen van John William Waterhouse naar de kelder om de tongen los te krijgen over vrouwelijk bloot in de kunst. Rotterdam vreesde bijna zeventig jaar geleden vooral zedenverval. Terwijl tevoren toch al duidelijk moet zijn geweest wat ze binnenhaalden. De in Delfshaven geboren en inmiddels al lange tijd in Parijs wonende Van Dongen (1877-1968) was zo'n beetje begonnen in de rosse buurten van Rotterdam, portretten makend van prostituees en matrozen.

Lees verder na de advertentie

Een recensent van Trouw had eerder al bezwaren geuit tegen de in Boijmans tentoongestelde werken. Nu was de krant de burgemeester en wethouders van Rotterdam dankbaar voor het genomen besluit: 'Het College kan er verzekerd van zijn dat de meerderheid van ons volk afkerig is van een kunst, welke de mens niet verheft, doch omlaaghaalt en de schoonheid van Gods schepping bezoedelt'. Trouw vroeg zich wel af 'of met de verwijdering van twaalf schilderijen de expositie voldoende gezuiverd is om geen gevaar meer op te leveren voor de geestelijke volksgezondheid'.

De Fransen accepteren van de kunst alles, mits het leeft

Van Dongen zelf reageerde onderkoeld: "Kan mij wat schelen. Ik ben het niet gewend dat de mensen zo doen, maar ik heb wel meer meegemaakt". Toen een kelner van het Amsterdamse hotel waar hij verbleef, hem meldde dat er 'iets verselijks' was gebeurd met zijn tentoonstelling in Rotterdam, vreesde hij iets veel ergers. "Ik dacht dat het museum was afgebrand of leeggestolen, maar het viel nogal mee."

Censuur

Het Parool toonde zich minder onverschillig: 'Het blijkt in ons land dus alweer mogelijk om over alle esthetische normen heen de zeer subjectieve norm der zedelijkheid toe te passen en deze zodanig te laten gelden, dat we een censuur van de kunst krijgen. Een volkomen ondraaglijke toestand, die we in de jaren 1940-1945 ook kenden - alleen werd toen de term 'ontaard' gebruikt'.

Het verwijderen van de schilderijen was volgens Het Parool grievend voor de kunstenaar (een van de verwijderde schilderijen stelde Van Dongens moeder voor) en grievend voor de bruikleengevers (die stonden nu te boek als eigenaars van onzedelijke werken).

In de tuin van het museum voorzagen demonstranten een gebeeldhouwd naakt van de Franse kunstenaar Charles Despiau van een alle schaamte bedekkend negligé. De besturen van diverse Rotterdamse kunstenaarsverenigingen verzochten burgemeester en wethouders nog per brief om hun 'onberaden maatregel' ten opzichte van de Van Dongens snel ongedaan te maken. Ze vreesden voor vertrek van kunstenaars uit de 'open havenstad' en bezoedeling van de goede naam die Nederland op het gebied van cultuur had. De brief bleek vergeefse moeite. De twaalf schilderijen keerden niet terug op zaal.

Van Dongen kreeg later in september 1949 nog wel een expositie in de Moderne Boekhandel in Amsterdam. Burgemeester d'Ailly liet zich niet afschrikken door de controverse rond de kunstenaar en verrichtte de openingshandelingen. De directie van de boekhandel deelde een sneer uit naar de Nederlandse bekrompenheid: "De Fransen accepteren van de kunst alles, mits het leeft". Er werden drie van de twaalf door het gemeentebestuur van Rotterdam uit het Boijmans verwijderde schilderijen getoond. Trouw meldde - met tussen de regels door waarneembare afkeuring - waarom voor dat aantal was gekozen: 'De andere waren voor de kleine zalen te groot, anders zou Amsterdam het zich stellig aan zijn libertijnse tradities verplicht hebben geacht, ze alle twaalf op te hangen'.

Lees ook:

Het schilderij ‘Hylas en de nimfen’ hangt weer waar het hoort: aan de muur van de Manchester Art Gallery. Het schilderij toont de Griekse held Hylas die op zijn Argonautentocht verleid werd door een groepje vrouwelijk schoon. Sinds het in 1896 geschilderd werd, behoorde het tot de meest geliefde werken van het museum.

Hoe gaan musea om met hun collectie na de discussie over #MeToo? Directeuren zijn mild over het bloot dat te zien is op de schilderijen in hun toonzalen.

Deel dit artikel

De Fransen accepteren van de kunst alles, mits het leeft