Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

Ik wil terug naar Zuid-Afrika, naar de natuur die is als het land zelf: groots en gewelddadig

Cultuur

LINDA HUIJSMANS

Review

'Sonate voor Wraak', 1994, uitgeverij Nijgh en Van Ditmar, ¿ 27,50; 'Requiem op ys', 1992, vertaald door Emma Huismans en Yvonne Louwersheimer, uitgeverij Amber; 'Berigte van Weerstand', verhalen uit Zuid-Afrika, 1990, vertaald door Gerrit Olivier. Uitgeverij Amber.

Ze schreef er haar derde boek, Sonate voor wraak, met verhalen die spelen in Zuid-Afrika en Nederland. Het verhaal 'Stenen die lopen' uit deze bundel beschrijft de eerste weken van een Nederlands meisje in Zuid-Afrika. Ze heeft veel moeite om zich aan te passen. Met haar broertje verzamelt ze de vreemde grote stenen die zich op mysterieuze wijze verplaatsen. Op een dag blijven ze echter roerloos liggen en als een buurman hen dan vertelt dat dat geen stenen maar schildpadden zijn, voelt ze dat ze een vreemdeling is.

“Als kind schaamde ik me over het feit dat ik een andere afkomst had. Mijn grootste drang was om te assimileren. Het was superbelangrijk voor mij om niet opgemerkt te worden en daarvoor moest je de taal spreken. Daardoor heb ik heel snel Zuidafrikaans geleerd.

Die Afrikaners hadden een aangeboren afkeer van alles wat van buiten kwam en dus onderdrukte ik alles wat Nederlands in mij was. Al mijn slechte eigenschappen schreef ik toe aan mijn Nederlandse kant.

Pas nu ik hier woon leer ik mijn Nederlandse kant kennen en nu vind ik dat interessant. Ik merk dat naarmate ik mij beter met die kant kan verzoenen, mijn vermogen groeit om in het Nederlands te schrijven. Nu mag ik Zuidafrikaans zijn en Nederlands en vind ik het zelfs een voordeel dat ik helemaal het een noch helemaal het ander ben.''

Ontheemdheid

In veel besprekingen van Huismans' werk wordt de ontheemdheid als belangrijkste kenmerk genoemd; het nergens echt thuis horen, altijd vreemdeling zijn, is ook een constante in haar leven. Het feit dat ze als witte vrouw van boven de dertig betrokken raakt bij de zwarte strijd tegen de apartheid bijvoorbeeld.

Huismans: “Dat is het grote probleem van immigranten: wat je ook doet, je blijft een buitenstaander. Maar voor mij als schrijver vormen mijn 'buitenstaandersogen' een creatieve bron; ik haal er mijn inspiratie uit. Op het moment dat ik ga assimileren, ergens in opga, raak ik mijn kracht, mijn vermogen om er over te schrijven kwijt.

Mijn probleem is dat ik zo betrokken raak dat ik mezelf wegcijfer. Als de zaak het individu overstijgt, zoals in Zuid-Afrika, dan vergeet ik mezelf. Dat werkt zelfvernietigend. Maar zo ben ik, dat doe ik in de liefde soms ook. Ik vermoed dat dat voortkomt uit de assimilatieproblemen.''

Als 17-jarige wilde ze alleen maar journalist worden. Haar vader verbood het haar. Emma liep weg maar hij stuurde de politie achter haar aan en die maakte haar duidelijk: tot je 21 bent is je vader de baas. Ze moest gaan studeren.

Op de dag dat ze 21 werd is ze van de universiteit afgegaan en is via wat omwegen uiteindelijk toch journalist geworden. Haar eerste journalistieke werk deed ze voor een jeugdblad. Daarna was ze redacteur van enkele damesbladen. Van 1984 tot 1989 werkte ze voor Crisis News, een blad van een kerkelijke organisatie die geweldloosheid propageerde.

Voor dit blad doet ze verslag van het geweld en de strijd in de zwarte townships. In die periode gebeurt het dat ze voor het eerst een steen oppakt en ermee naar de politie gooit. Dat is het moment waarop ze committed raakt, zoals ze zelf zegt, vanaf dat moment kan ze niet meer terug: het geweld gaat deel uitmaken van haar leven. En wordt haar uiteindelijk teveel.

Verkeerd

“Het geweld, mijn eigen geweld, begon mij op te vreten. Ik geloofde vast en zeker dat een stelsel dat van binnen totaal verrot is, verkeerd is, dat je dat niet kan hervormen. Vernietigen wel, hervormen niet. Ik dacht toen dat je de Zuidafrikaanse toestand niet kon hervormen. Alleen afbreken.

En afbreken betekent geweld. En als je aan geweld mee gaat doen, vernietigt het je, fysiek of mentaal. Er is niets positiefs aan geweld. Ik begrijp geweld, ik begrijp waar het vandaan komt, ik begrijp waarom je er soms aan meedoet, maar dat wil nog niet zeggen dat het een oplossing is. Toch kun je ervoor kiezen en ik koos in dat stadium direct en indirect voor geweld. Dat was vernietigend voor mezelf. Toen besloot ik een poosje naar Nederland te gaan, om een ander perspectief te kunnen krijgen.''

In 1990 verscheen haar eerste boek: Berigte van Weerstand. Daarin doet ze in de vorm van reportages verslag van het geweld en de strijd in de zwarte woonwijk Crossroads. Twee jaar later verscheen Requiem op Ys, een semi-autobiografische roman, die zich afspeelt in de tijd dat Huismans niet bij de strijd betrokken was.

“Ik begon Requiem eerder te schrijven dan Berigte, in een periode dat ik moest onderduiken. Ik kreeg opdracht te verdwijnen. Want degene met wie ik werkte zat in de gevangenis en als ze twee personen tegelijk te pakken krijgen, spelen ze je tegen elkaar uit.

Door te schrijven probeerde ik me te ontspannen. Maar het lukte me niet om mijn eigen verhaal op te schrijven. Het was te persoonlijk, het woog niet op tegen wat er om mij heen gebeurde. Je eigen verhaal is zó klein, zó onbelangrijk. Ik hield er mee op toen ik zo'n vier hoofdstukjes bij elkaar gekrabbeld had. Ik heb het weggelegd en ben begonnen aan Berigte van Weerstand. Dat was net af toen ik in 1990 het land verliet.

Pas in Nederland kon ik Requiem afmaken. Ik ben hier veel creatiever en vrijer geworden. Nederland geeft mij de afstand en de ruimte om schrijver te zijn, in plaats van journalist. En dat was precies wat ik hier zocht. Ik schrijf heel anders. Sonate voor wraak, het laatste boek, is nog steeds gebaseerd op feiten, maar ik neem nu de vrijheid om ervaringen uit twee, drie gebeurtenissen bij elkaar te stoppen en het te beschrijven alsof het op een plek heeft plaatsgevonden. Omdat ik er zo een zinvol, betekenisvol verhaal van kon maken.

In het begin had ik moeite met die vrijheid. Ik zat te vast aan de waarheid. Dat werd een creatief struikelblok. Als je midden in die situatie zit en je schrijft daar fictie over, lijkt het of je het bagatelliseert, alsof je het belang wegneemt. Nu begrijp ik dat fictie de waarheid nog duidelijker kan maken.''

Vorig jaar ging Emma Huismans voor vijf maanden terug naar Zuid-Afrika. Voor de VPRO-televisie ging ze op zoek naar 'het nieuwe in Zuid-Afrika'.

Huismans: “De verkiezingen waren net geweest, het land verkeerde in een roes. Ik merkte bij mijn ex-kameraden dat het feit dat ze stemrecht hadden, iets met ze had gedaan. Ze kregen meer zelfvertrouwen, werden verdraagzamer, hun vermogen tot vergeven werd groter.

Ze wisten: ook al wordt het een puinhoop, over vijf jaar kunnen we opnieuw stemmen. Dat besef dat niemand hen dat stemrecht meer kan afnemen is geweldig belangrijk.

De witten zijn niet veranderd. Ze zijn opgelucht. Ze hoeven zich niet meer schuldig te voelen. Ze zeggen hardop: nu moeten de zwarten het zelf maar uitzoeken, wij zijn niet meer verantwoordelijk. Dit is een soort apartheid die ik nog veel gevaarlijker vind. Officieel bestaat die niet meer, maar in het hoofd en wezen van alle Zuidafrikanen is het natuurlijk ingebrand. Dat verdwijnt niet zomaar.

Bij de zwarte mensen zag ik vooral hoop. Iedereen denkt dat het land in vijf jaar radicaal zal veranderen, dat armoe verdwijnt, dat het onderwijs perfect zal worden. Natuurlijk kan dat niet, maar die hoop is heel mooi. Vroeger overheerste het gevoel dat je tegen een muur vocht, nu is er het besef dat iedereen mee kan helpen aan de veranderingen.''

Nog niet

Huismans wil graag terug naar haar land. “Maar ik doe het nog niet. Omdat ik vind dat er in de media, in mijn vak, eerst een omwenteling moet plaatsvinden. De media moet in zwarte handen komen. De witte journalisten maken de dienst uit, simpelweg omdat zij meer ervaring hebben. Ik vind dat alle blanken zich een aantal jaren; acht jaar, tien jaar, terug moeten trekken. Pas daarna kun je op een gelijkwaardige basis, zwart en wit samen, een Zuidafrikaanse cultuur en media vorm geven.

In Zuid-Afrika zijn, vergeleken met andere Afrikaanse landen, relatief veel hoger opgeleide zwarte mensen. Daardoor zullen ze snel in de media kunnen doordringen.

Over tien jaar wil ik definitief terug. Ik kan me absoluut niet voorstellen dat ik in Nederlandse klei wordt begraven. In Nederland is er niets meer dat groter is dan de mens. De natuur is hier schattig; kleine schaapjes op de dijk, maar het mystieke, de grootsheid van de natuur is hier verdwenen. In landen met een overweldigende natuur beheerst je een gevoel van grootsheid; een Godsbesef. Alleen al om die ervaring weer te beleven moet ik Nederland regelmatig uit.''

“Ik ben opgegroeid met het besef: wat er ook fout gaat in je leven, je hoeft maar naar een hoge berg te kijken om weer te weten: er bestaat iets dat veel groter is dan jij, dan jouw verlies, jouw verdriet.

In Nederland zijn de mensen dat besef al generaties lang kwijt. Ik heb dat perspectief van nietigheid absoluut nodig voor het perspectief van mijn bestaan. En dat heeft weer te maken met een zinnig einde. Daarom kan ik mijn leven niet in Nederland beëindigen. Ik wil terug naar Zuid-Afrika, naar de natuur die is als het land zelf: groots en gewelddadig.''

Deel dit artikel