Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

Ik schrijf en ik lees op het moment niet, dus wat er overblijft is het literaire leven

Cultuur

Franca Treur

© Olivia Ettema

Literair leven is er volop in Amsterdam. 

Als je wilt kun je wekelijks naar een boekpresentatie. Het afgelopen najaar was het nog erger. Mijn eigen boek werd gelanceerd op 4 oktober. Dat van Maxim Februari op 5 oktober. Diezelfde tijd verschenen er ook romans van Joost de Vries, Tom Lanoye en Griet Op de Beeck. En dat waren alleen nog maar de auteurs van uitgeverij Prometheus.

Lees verder na de advertentie

Twee weken later kwam ik Maxim Februari tegen. “Ik heb je roman in huis”, zei ik. “Maar het lukt me op het moment niet goed om te lezen.”

“Dat heb ik ook”, zei hij. “Ik weet niet wat dat is.” Ik wist het ook niet.

Natuurlijk wisten we het wel. De hieraan voorafgaande maanden had er maar één enkel boek bestaan, het boek waarin je woonde. Verder bestond er niets. Je schreef en herschreef, veranderde sommige zinnen weer terug. Dag en nacht leefde je met je eigen tekst. Toen was het af en naar de drukker. Je keek verdwaasd om je heen, ging weer naar buiten, ontmoette collega’s. En hé, die hadden in die maanden ook zitten schrijven.

Af en toe grasduin ik in ‘Dagelijks werk’ van Renate Dorrestein, haar laatste verzamelbundel, waarin ze onder meer vertelt dat uitgever Mizzi van der Pluijm had geopperd dat ze een paar jaar niet zou schrijven. Dorrestein kwam elk jaar met een boek, de uitgeverij moest ook tijd overhouden voor andere auteurs.

O, die andere schrijvers! Wat werken ze hard!

O, die andere schrijvers! Collega’s, concurrenten. Wat werken ze hard, wat vragen ze om aandacht. Wat hebben ze interessante verhalen. O, kijk, ze worden genomineerd of gepasseerd door literaire jury’s.

De grote stad

Ik weet veel van hen, uit de media, van Facebook, of uit het wereldje. Socioloog Georg Simmel verbindt dit ‘weten’ aan de grote stad waar het culturele leven bloeit, waar de creatieve geesten zijn, de musea, de bibliotheken. De stad heeft een machtige aantrekkingskracht op kunstenaars. Maar juist daar dreigt ook het gevaar dat je wordt opgeslokt. Of dat je gaat denken dat alles al door anderen is gezegd.

Friedrich Nietzsche vluchtte de Alpen in. Virginia Woolf verhuisde naar East Sussex, Gerrit Komrij vertrok naar Portugal, Hans Warren bleef lekker in Zeeland wonen. Zo voorkwamen ze dat ze hetzelfde dachten en schreven als iedereen. Of helemaal niet meer schreven.

Ik huur sinds kort een tuin buiten Amsterdam met een piepklein schrijfhuisje erop. Er is geen internet. Ik schrijf er nauwelijks. Er is veel te doen in de tuin, alle planten schieten tegelijkertijd uit de grond, elkaar verdringend. Mijn armen zitten vol krassen.

Onlangs is er nog een verhalenbundel van mij uitgekomen. Volgens sommige collega’s zat die te dicht op mijn roman, en zal hij daardoor niet worden opgepikt. Goed voor die collega’s.

Wie de stad verlaat, wordt niet gemist, zegt Simmel.

Goed voor mijn ego.

Ik verlies niets met wachten, denk ik. Ik lig even braak.

Gerbrand Bakker en Franca Treur schrijven om beurten over lezen, schrijven en het literaire leven.

Deel dit artikel

O, die andere schrijvers! Wat werken ze hard!