Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

Ik ben ik en mijn omstandigheden

Cultuur

Marinus de Baar

Review

De postuum uitgegeven bundel ’Wat is filosofie?’ van de grote Spaanse filosoof Ortega y Gasset blijft onverminderd leesbaar.

Ortega y Gasset (1883-1955) was niet de grootste filosoof uit de vorige eeuw, maar hij was misschien wel de grootste Spaanse filosoof ooit, en ongetwijfeld de bekendste Spaanse filosoof uit de vorige eeuw. Hij verwierf Europese reputatie met ’De opstand der horden’ (1930) over de opkomst van de massamaatschappij. Enkele jaren daarvoor hield hij elf voordrachten over waar het volgens hem in de filosofie om draait, postuum gepubliceerd in 1957: ’Wat is filosofie?’

Herhaaldelijk noemt Ortega daarin het filosoferen een heroïsche daad. Dat komt doordat de filosoof die een werkelijk nieuwe weg inslaat eenzaam is, alles opnieuw moet vinden en uitvinden. En dat ’alles’ moet je letterlijk nemen omdat filosoferen bij Ortega grenzeloos is, alomvattend en onbeperkt. Daarmee is zijn filosofie „het probleem van het absolute maar ook absoluut een probleem”. Heeft Ortega dat probleem opgelost? Heeft Ortega dat absolute en alomvattende waar het in de filosofie volgens hem om gaat, ook benoemd? Ja, „we gaan een geheim verklappen”, vertelt hij zijn gehoor: „dat geheim is het leven.”

Ortega maant zijn toehoorders herhaaldelijk om geduld te hebben. Verdient Ortega dat geduld ook? Ja, toch wel. Ortega meent dat het filosoferen eigenlijk in drieën uiteenvalt. Het antieke denken betrok zich volgens hem vooral op de materiële werkelijkheid; de moderne wijsbegeerte was hoofdzakelijk idealistisch en meende dat de werkelijkheid allereerst in de geest is gegeven, door de mens wordt gedacht; Ortega stelt dat de werkelijkheid juist wordt beleefd en vanuit het leven moet worden verstaan. Realisme, idealisme en vitalisme; dat zijn de drie benaderingen van het absolute en alomvattende waar het volgens Ortega in de filosofie vooral om gaat.

En van die drie sluiten de antieke en de moderne visie elkaar uit als de tegenoverstelling van materie en geest, terwijl Ortega beide opneemt op een hoger plan in zijn vitalisme dat object én subject verenigt in zijn beroemd geworden uitspraak: „Ik ben ik en mijn omstandigheden.” Ortega’s vitalisme verkent een nieuw vergezicht in de filosofie.

„Wanneer er een nieuwe wereld wordt ontdekt breken er voor de eenvoudigste woorden goede tijden aan”, zegt Ortega enigszins aforistisch. ’Leven’ is zo’n eenvoudig woord, waar Ortega toch nog twee voordrachten voor nodig heeft om uit te leggen wat het is. Voor hem is leven allereerst beleven, wat zoveel wil zeggen als weten dat je leeft, je ervan bewust zijn dat je je in een bepaalde werkelijkheid bevindt. Dat is die vereniging van subject en object. Maar het leven is voor Ortega ook een voortdurende onderdompeling in een onvoorziene wereld met de mens als schipbreukeling die nergens aanspoelt. Daarom bestaat het leven uit zorg en uit de vooruitziendheid die vergeefs poogt om het onvoorziene te voorkomen. Met die vooruitziende zorg krijgt het bestaan temporaliteit en wordt het leven door tijdelijkheid getekend.

Hoe heroïsch was Ortega eigenlijk? Oftewel: hoe origineel en eenzaam was hij? Met zijn karakterisering van het leven als tijd en zorg zit hij dicht bij Heidegger die dat ook had gedaan in diens ’Sein und Zeit’ uit 1927. Maar Ortega was daar toch al eerder mee bezig. Dat Ortega zijn eigen vitalisme zag als de derde grote ontwikkeling in het Europese denken is grootspraak en als vitalist was hij niet een eenzame pionier; Ortega heeft zich daarin bijvoorbeeld door Nietzsche laten inspireren. Maar binnen dat vitalisme snijdt hij wel originele thema’s aan en hij is ook de grootste Spaanse vitalist. Nou vooruit, een beetje heroïsch dan.

Deel dit artikel