Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

Houthakken trainen en winnen

Cultuur

Ruim 50 jaar geleden was er geen klapschaats en geen kunstijs, maar waren er wel getalenteerde schaatsers in Nederland. Over het schaatsen van toen praat 'Andere Tijden' met de cracks Piet Keijzer, Jan Charisius en Cockie van der Elst.

Aan trainen op ijs kwamen de schaatsers voor de oorlog nauwelijks toe, het wachten was op de vorst. Ze gingen een enkele keer naar Zwitserland. Het weer en het ijs waren er goed maar de concurrentie, voornamelijk uit Scandinavische landen, liet zich niet zien in Davos. Pas in 1946 gingen de eerste drie Nederlanders, onder wie Elfstedenwinnaar en Nederlands kampioen Piet Keijzer naar Oslo. De treinreis duurde 36 uur.

Het jaar daarop strijkt er voor de eerste maal een grote groep Nederlandse schaatsers in Hamar neer om de competitie met de Noren aan te gaan. De Nederlanders onder wie Kees Broekman, Wim van der Voort, Jan Charisius, Cock van der Elst en Gerard Maarsse, verbleven op een boerderij. In hun vrije tijd hakten ze hout en jaagden ze in de bossen en gingen ze naar de sauna. Op de ijsbaan reden ze dagelijks hun rondjes. Met succes: naarmate de schaatsers vaker in Hamar kwamen verbeterden de resultaten. Tijdens de Olympische Spelen van 1952 in Oslo wonnen zij drie zilveren medailles.

In 1953 volgde een hoogtepunt: Broekman en Van der Voort behalen tijdens het EK in Hamar goud. In hetzelfde weekend braken in Nederland de dijken in Zuidwest Nederland door.

Deel dit artikel