Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

Honinkrijk van geel bemeelde hommelbillen

Cultuur

Peter de Boer

Review

Niet moeilijk en doelgericht, maar juist 'mooilijk' en 'doolgericht' wil Leo Hermans zijn gedichten laten klinken. Dat lukt deze klankmagiër goed. Al doet zijn bundel soms verlangen naar iets existentiëlers.

De debutant Leo Hermens houdt van taalacrobatiek. Alleen al de titel van zijn dichtbundel, 'Totzoverdetover', heeft veel weg van een uit een hink-stap-sprong geboren samenstelling. Hij spiegelt zich dan ook aan Houdini, de befaamde illusionist van weleer die het publiek met zijn ontsnappingstrucs betoverde: 'wie / niet waant, waagt, weerwoordt, is Houdini niet'. En het moet gezegd: als aalgladde versificateur en woordvirtuoos komt Hermens in zijn eigen discipline Houdini aardig nabij.

Dit debuut opent derhalve het theater van de poëzie. Als ware virtuoso regeert de dichter met truc, foef, kneep en kunstgreep en stelt hij schijn boven wezen. Een gedicht als 'Droomdressuur' levert bovenal woorddressuur. Dat gaat van 'wilwel' en 'beteugelvleugeld' naar 'kopstoots', 'ooitzucht' en 'nooitmeerverweer'. De paarden paraderen hier op vreemde versvoeten, rare samenstellingen en neologismen in een piste vol binnenrijmen en alliteraties.

Alles draait om frapperen. Door bijvoorbeeld 'met zielzwier en franje', een 'slagroomsnor' en andere verbale smeuïgheid verslag te doen van 'een bijen in bloesem grand-prix'. Dat mondt dan uit in: 'Moet je kijken, een honinkrijk van / geel bemeelde hommelbillen. / Je tuig moet rillen'. Behoorlijk virtuoos inderdaad, en behoorlijk gelikt.

Wat staat deze knappe maar ook overdreven verbalist nu voor ogen? Het openingsgedicht geeft een eerste indicatie: 'Met losse lettergreep, fraaiverloren, / mocht je willen zingen. // Het is mooilijk doolgericht rijmen / in onbeperkte onuitsprekelijke dingen'. Het moet allemaal losjes en 'fraaiverloren', niet moeilijk en doelgericht. Integendeel, het moet 'mooilijk' en zo maar wat dolend achter je eigen rijmsels en de 'onuitsprekelijke dingen' aan. Elders wordt er van dit blinde dolen gezegd: 'bestemming onbekend'.

Het lijkt wel alsof Hermens nergens aan wíl komen, niets wil uitbeelden, en zich alleen mooilijk en doolgericht wil wentelen in de honingzoete klanken van de taal. 'Kom niets voorstellen. / Kom met zoete geuren van iets ergens. / Met het genoegen van vermoedens'. Hij zweert klip en klaar bij het vage ('iets ergens') en vermoedens. Ik vrees dat op die manier de onuitsprekelijke dingen inderdaad onuitgesproken zullen blijven.

En toch komt hij met deze nogal lege virtuositeit soms ver. Er zijn een paar aardige liedjes van satirisch groteske snit. 'Mannen van de reiniging liedje' bijvoorbeeld, die met hun pomp en pijp 'lauwe puf tot groot gelijk staat netjes' blazen. Of 'Mannen met worstlust liedje', zonder uitzondering 'dikkerds, mals van oordeel': 'Mannen die worst willen, moeten kunnen, / knorren: mooi mooi, hebben hebben. // Een nette scheiding in het midden / en darmen spreiden'.

Ook hard rijdende wegpiraten, 'tonguit, midvingerop', worden cabaretesk en vilein op hun plaats gezet.

En dan is er zomaar een subtiel gedicht als 'Klinkt als' dat bijna onmerkbaar overgaat van horen naar zien:

'Vervellende berkenstam ratelt op

de tocht

als een zondagskoers,

motoren van wasknijper en karton

langs de spaken van kinderwielen.

Papier dat zich ontpropt

Als een nacht ijs onder voet voor

voet.

De krul waarin je ligt, op je lippen

woorden

Stil, de vinril van een zeepaardje.'

Het mooie is vooral dat die stille 'vinril' toch iets knisperends behoudt van de geluiden erboven.

Hermens dient zich dus aan als een klankmagiër die ons wil betoveren. Vaak doet hij ook niet meer dan dat, zoals het kadergedicht onderaan deze tekst illustreert. Een lijstje met koddige koosnaampjes die een aardig woordtrapezenummer opvoeren en waarbij de spreekster zich in de slotstrofe in het belangrijkste woord verslikt.

Dit gedicht is gaaf in zijn genre maar doet tegelijk verlangen naar existentiëler werk.

Dat laatste gaat Hermens vooralsnog moeilijk af. 'Op de streep 1', het gedicht waaraan de bundel zijn titel ontleent, eindigt zo: 'Tot zover en niet er over. / Voor de goede orde / vouwen, scheuren, / knikken met mes en vork. / Gelieve amen uiten. / Tot zover de tover'. Het zit weer gelikt in elkaar maar gaat hoegenaamd over niets. Of toch: over een grensgeval. En zo moeten we dit debuut vooralsnog beschouwen.



Het e-mailadres bij dit profiel is nog niet bevestigd. Een link om te bevestigen kunt u vinden in uw inbox.
Bent u de link kwijt? Vraag hier een nieuwe aan.

Wachtwoord is niet correct

tonen

Wachtwoord komt niet overeen

tonen

U moet akkoord gaan met de gebruiksvoorwaarden


Deel dit artikel

Advertentie