Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

Hollandse luchten vervelen nooit

Cultuur

Henny de Lange

Carel Willink, 'Gezicht op een stad', 1944. Olieverf op doek, Museum Het Valkhof, Nijmegen. © Marcel Köppen fotografie

Op de tentoonstelling 'Lucht' in De Hallen in Haarlem waan je je weer even het kind dat liggend in het gras naar de hemel en de wolken tuurde.

Sommige luchten blijven je altijd bij. Zoals die keer dat er zwaar onweer naderde. Boven het aardappelveld dat geschoffeld moest worden, was de pluizige blauwe lucht plotseling veranderd in een donker, grommend monster. In galop stuurde vader het paard met daarachter de wagen, waarin wij doodsbange kinderen zaten met onze schoffels, over de zandweg terug naar de boerderij. Daar zat moeder ongerust te wachten, het kistje met verzekeringspapieren bij de hand - voor 't geval de bliksem insloeg.

Als boerenkind, opgegroeid zonder buienradar, kreeg je ingeprent dat je nooit genoeg kon kijken naar de lucht. Je leerde dat de hemel in dit land nooit hetzelfde is. En dat er wolken zijn in ontelbare soorten, vormen en kleuren: van inktzwart en helder wit tot staalblauw, oranje en dieppaars met een geel randje. De lucht, je raakt er nooit op uitgekeken.

Ook voor kunstenaars zijn de wolken en de lucht een onuitputtelijke bron van inspiratie. De Hallen in Haarlem wijdt deze zomer een tentoonstelling aan dit even boeiende als veranderlijke fenomeen. Je waant je er meteen weer het kind dat liggend in het gras naar de hemel en de wolken tuurde. Door Co Westerik meesterlijk verbeeld in het schilderij 'Sterrennacht', waar een nietige liggende figuur naar de onmetelijke nachtelijke sterrenhemel kijkt.

Ruimte en sfeer
Zo'n 150 schilderijen, sculpturen, foto's en films laten zien hoe inspirerend de lucht was en is voor kunstenaars. Als 'uitvinder' van de lucht geldt de zeventiende-eeuwse Haarlemse kunstenaar Jacob van Ruisdael. Hij liet als eerste de vermaarde Hollandse wolkenluchten domineren in zijn landschapsschilderijen. Wereldberoemd werden zijn 'Haarlempjes': gezichten op Haarlem en omgeving met daarboven imposante wolkenmassa's.

Nadat kunstenaars in de Romantiek een uitgesproken voorkeur hadden voor dramatische wolkenluchten, bloedrode zonsondergangen en onheilspellende bliksemschichten, legden impressionisten als Mesdag en Weissenbruch de nadruk meer op ruimte en sfeer. Ook in de twintigste eeuw was de lucht een geliefd thema, onder meer bij de Cobra-kunstenaars, en dat geldt ook voor hedendaagse kunstenaars die het vaak niet alleen in verf zoeken om de lucht te verbeelden.

Lees verder na de advertentie
Als 'uitvinder' van de lucht geldt de ze­ven­tien­de-eeuw­se Haarlemse kunstenaar Jacob van Ruisdael

Leo Gestel, 'Herfst', 1909, olieverf op doek, Kranenburgh, Bergen NH. © Marcel Köppen fotografie

Telkens weer blijken kunstenaars op nieuwe vormen en ideeën te komen. "Creativiteit kent, net als het luchtruim, geen grenzen", constateert de samensteller van de tentoonstelling, conservator moderne kunst Antoon Erftemeijer. Hij heeft dan ook streng moeten selecteren uit het enorme aanbod. De focus ligt op Nederlandse kunst uit de afgelopen 150 jaar en op kunstenaars die op een boeiende wijze met het uitspansel hebben gewerkt.

Een 'betwistbare keuze', erkent de conservator. Maar alleen al om praktische redenen was beperking geboden. Met als gevolg dat Jan Cremer, Armando, Marijke van Warmerdam en vele andere kunstenaars die ook iets, of veel met wolken, horizon of hemel hebben gedaan, niet aan bod komen. Dat geldt ook voor Van Gogh en Piet Mondriaan (op één werk na), maar die zijn afgevallen omdat hun werk toch al elke dag te zien is in respectievelijk het Van Gogh Museum en het Gemeentemuseum Den Haag.

Dat doet verder niets af aan de aantrekkelijkheid van deze tentoonstelling, die geen chronologische indeling heeft. Erftemeijer combineerde de werken aan de hand van thema's als wolkenluchten, regenboog, horizon en maannachten. Dat levert verrassende en soms op het eerste gezicht ook botsende combinaties op. Maar na goed kijken zie je dan toch de parallellen tussen bijvoorbeeld het keramische werk 'Galaxy' (1990) van Barbara Nanning en het schilderij 'Terugkomst van de akker' (1919) van Leo Gestel. Waar Gestel zich richt op de voortdurende beweging van de wolken, is Nanning gefascineerd door de eeuwig durende beweging van het ronddraaien van planeten en sterren.

Reflectie van de ziel
De dramatische luchten van Carel Willink mochten uiteraard niet ontbreken en dat geldt ook voor Jan Voerman, die eindeloos het (wolken)landschap aan de IJssel bij Hattem schilderde. Over hem gaat het verhaal dat hij zo gebiologeerd was door wolken dat hij, toen hij eens op weg was naar Amsterdam, terugkeerde naar Hattem toen hij zag dat er een imposante wolkenpartij boven zijn woonstreek verscheen. Toen hij eens een nieuw schilderij met luchten aan een vriend liet zien, zei hij: "Ach, weet je, die wolken zijn in werkelijkheid niet zo, zo ben ik van binnen." Voermans vrouw schreef ooit over haar man: "Het moet zo zijn, dat hij de eigen ziel gereflecteerd voelde in die wolken."

Dergelijke persoonlijke ontboezemingen lezen we in meer zaalteksten. Ze gunnen ons een blik in de ziel van de kunstenaar. Zo blijkt bij het schilderij 'Curved Skyline' (1990) van JCJ Vanderheyden, gebaseerd op foto's die hij vanuit een vliegtuigraampje maakte, de horizon te staan voor zijn verlangen naar de verte. Tegelijkertijd draagt de horizon de beperktheid in zich mee. "Het is de begrenzing die het oog van zichzelf heeft."

De drang om vat te krijgen op het mysterie van het uitspansel en iets dichter de hemel te naderen, klinkt in alle toonaarden door op deze tentoonstelling. Door eindeloos wolken en luchten te schilderen, kom je er misschien iets dichterbij. Maar toch houdt de lucht altijd iets ongrijpbaars. Dan maar je eigen wolken maken, besloot kunstenaar Berndnaut Smilde. In de zeventiende-eeuwse Vleeshal van De Hallen liet hij een zelf gecreëerde wolk zweven. Hij maakte er een foto van en die is te zien op de tentoonstelling.

Het is een absurd beeld, geen gevalletje van photoshop maar het resultaat van een arbeidsintensief proces, waarmee hij inmiddels twaalf zeer kortstondige 'wolk-werken' heeft gemaakt. Het procédé werkt als volgt: In een koele ruimte maakt hij de lucht zo vochtig mogelijk door fijne waterdruppeltjes te verspreiden. Vervolgens laat hij een rookmachine een wolk de ruimte in spuiten, die hooguit enkele seconden kan blijven hangen op de waternevel. Van de tientallen pogingen worden honderden foto's gemaakt, op zoek naar de ultieme wolk. Smilde: "Wat mij interesseert is het ongrijpbare van wolken. En ieder kan er in zien of projecteren wat hij of zij zelf wil."

Dit is zo'n tentoonstelling waar alles klopt en waar je alle zalen gretig afloopt, tot je op de bovenste verdieping ineens de echte lucht en wolken boven Haarlem ziet. En daar kijk je dan toch ineens met andere ogen naar. De schilder J. H. Weissenbruch zei ooit: "Schilders kunnen nooit genoeg naar de lucht kijken. Wij moeten het van boven hebben." Maar geldt dat niet voor ons allemaal?

'Lucht - in de Nederlandse schilderkunst sinds 1850'. Te zien t/m 7 september in De Hallen in Haarlem.

Schilders kunnen nooit genoeg naar de lucht kijken. Wij moeten het van boven hebben

J.H. Weissenbruch

Deel dit artikel

Als 'uitvinder' van de lucht geldt de ze­ven­tien­de-eeuw­se Haarlemse kunstenaar Jacob van Ruisdael

Schilders kunnen nooit genoeg naar de lucht kijken. Wij moeten het van boven hebben

J.H. Weissenbruch