Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

Hoe vind je zo snel een nieuwe Maestro?

Cultuur

Peter van der Lint

© Hollandse Hoogte / beeldbewerking Andrea Friedli

Met het ontslag op staande voet van chef-dirigent Daniele Gatti plaatste het Concertgebouworkest zich voor een gigantisch probleem. Welke maestro's nemen de kleine vijftig concerten die het komende seizoen met Gatti gepland stonden over?  

Voor de eerste weken heeft het orkest  Bernard Haitink, Kerem Hasan, Manfred Honeck en Thomas Hengelbrock weten te strikken. Maar wie wordt de nieuwe, permanente opvolger van Gatti? Topdirigenten zijn niet alleen duur, maar ook schaars.

Lees verder na de advertentie

Maandag over een week gaat het Koninklijk Concertgebouworkest (KCO) repeteren voor het eerste concert na de zomerstop. Op het programma de Derde symfonie van Anton Bruckner. Een week later gevolgd door een tweede programma met de Zevende symfonie van Gustav Mahler. Bruckner en Mahler, hét kernrepertoire van het KCO, en niet voor niets gaat de toporkest na de twee concerten in Amsterdam (23 en 29 augustus) met beide programma's op tournee. Bruckner en Mahler van het KCO zijn gewild in het buitenland, zoals op het gerenommeerde én dure muziekfestival in Luzern, waar het orkest op 5 en 6 september moet spelen. Daarvóór klinkt Bruckner nog in de Philharmonie van Berlijn en Mahlers symfonie met zijn beide 'Nachtmusiken' wordt op Cyprus na zonsondergang gespeeld boven op een nachtelijke berg.

Het is een duizelingwekkend begin van het seizoen dat een orkest als het KCO normaal gesproken met gemak aankan. Er is alleen een levensgroot probleem. Al deze concerten zouden gedirigeerd worden door chef-dirigent Daniele Gatti, maar die werd vorige week op staande voet ontslagen, nadat enkele vrouwen van het KCO hem beschuldigden van seksueel overschrijdend gedrag. De woorden die algemeen directeur Jan Raes in de nieuwe seizoensbrochure over Gatti bezigt - een match made in heaven - zijn ineens zonder betekenis. Het is nu eerder een match made in hell.

Een toporkest als het KCO kan niet met de eerste de beste dirigent die vrij is komen aanzetten

Vervanger

Want een hel is het nu waarschijnlijk op de kantoren aan de Jacob Obrechtstraat. Meteen na dat plotselinge ontslag kreeg het vinden van Gatti-vervangers voor het komende seizoen waarschijnlijk de hoogste prioriteit. Voor maar liefst 49 openbare optredens moet het orkest op zoek naar vervangers op niveau, naar heuse maestro's dus. Het gaat om 23 reguliere concerten in de verschillende abonnementenseries in Amsterdam, 18 concerten op tournees naar het buitenland en om 8 voorstellingen van 'Pelléas et Mélisande' bij De Nationale Opera in het Holland Festival.

Een toporkest als het KCO kan niet met de eerste de beste dirigent die vrij is komen aanzetten. Concertorganisatoren in Luzern en de Verenigde Staten verwachten topkwaliteit, een dirigent die past bij het hoge niveau van het orkest. Hoe vind je die? En trouwens, wat onderscheidt een maestro van een 'gewone' dirigent?

Om met die laatste vraag te beginnen: kort door de bocht kun je zeggen dat een maestro allereerst iemand is die heel veel meer geld verdient dan een doorsneedirigent. Natuurlijk moet je technisch goed met je baton kunnen 'zwaaien', maar daarnaast zijn charisma, omgang met musici, populariteit bij het publiek en een zekere durf essentiële eigenschappen.

Impresario

Een goede impresario is al evenzeer belangrijk. Die kan een dirigent opstuwen bij orkesten en steeds hogere gages eisen. In zijn boek 'The Maestro Myth' kondigde journalist Norman Lebrecht bijna dertig jaar geleden al aan dat de maestro op uitsterven na dood was. Ze zouden de hele markt verzieken met hun exorbitante gages, een proces dat volgens hem begonnen was bij Herbert von Karajan. Lebrecht heeft - niet voor de eerste keer - ongelijk gekregen. Er zijn juist meer maestro's bijgekomen. Het zijn de stervoetballers in de wereld van de klassieke muziek, met transferbedragen van miljoenen. Zo was Jaap van Zweden twee jaar geleden als chef in Dallas met meer dan vijf miljoen dollar de best betaalde dirigent ooit. Maar over dat geld - in het begin van de vorige eeuw werd er ook al geklaagd dat Willem Mengelberg in Amsterdam 60.000 gulden per jaar opstreek, terwijl een eenvoudig musicus in zijn Concertgebouworkest het moest doen met een schamele 1500 gulden.

Waar vind je nog een betaalbare maestro? Het is voor het Concertgebouworkest het meest logisch om eerst zo dicht mogelijk bij huis te zoeken, bij dirigenten dus met wie het al een sterke band heeft. Te beginnen bij de drie voormalige chef-dirigenten die allemaal een eretitel bij het KCO hebben. Ten eerste Bernard Haitink. Die maakte afgelopen juni een lelijke val op het podium en moest daarna concerten afzeggen. Het is hoogst onwaarschijnlijk dat Haitink, die volgend jaar 90 wordt, veel zal kunnen of willen overnemen. Hij dirigeert in augustus bovendien zelf een paar concerten in Luzern. Net als Riccardo Chailly, die ook nog artistiek leider in Luzern is. Blijft over Mariss Jansons, maar die zit tot eind augustus vast op de Salzburger Festspiele. Later in het seizoen zullen deze drie vast bereid zijn om het KCO op de een of andere manier uit te brand te helpen, maar dan moet het wel in hun agenda's passen.

En dan hebben we natuurlijk Jaap van Zweden. De jarenlange moeizame relatie tussen het KCO en zijn voormalige concertmeester is geheel en al hersteld. De afgelopen seizoenen dirigeerde Van Zweden een geweldige Achtste van Sjostakovitsj en een puike Achtste van Bruckner in Amsterdam. Maar Van Zweden begint op 20 september aan zijn nieuwe baan als chef-dirigent van The New York Philharmonic. En dan heeft hij ook nog zijn orkest in Hongkong. Bij dat laatste orkest zwaait hij overigens volgend jaar af, dus mogelijk is het wel. Zijn verre voorganger Willem Mengelberg was destijds ook chef in New York én Amsterdam.

Het Con­cert­ge­bouw­or­kest is door Gatti de laan uit te sturen mede zelf de oorzaak dat er grote concurrentie op de maestro-markt is

Krapte op de maestro-markt

Maar er is grote krapte op de maestro-markt, mede doordat veel jonge en oudere topdirigenten onlangs allemaal een vaste plek of plekken vonden. Een saillant voorbeeld. Bij de Berliner Philharmoniker zitten ze dit seizoen zonder chef-dirigent. Sir Simon Rattle vertrok naar het London Symphony Orchestra en liet de Berlijners verweesd achter. Rattle zal worden opgevolgd door de Rus Kirill Petrenko, nu nog chef-dirigent van de Bayerische Staatsoper in München. Maar Petrenko komt pas in september 2019. Om dit chefloze seizoen op niveau te overbruggen moesten de Berlijners op zoek naar gast-maestro's. Voor de belangrijke voorstellingen van Verdi's 'Otello' in Baden-Baden en Berlijn kwamen ze uit bij...... Daniele Gatti. Inderdaad een vervanging op niveau, en bovendien is Verdi een specialiteit van Gatti. In de Duitse pers verschenen al geruchten dat het Berlijnse orkest het contract met Gatti aan het heroverwegen is. Men wacht uiteraard op meer duidelijkheid over wat er in Amsterdam precies gebeurd is. Komt die duidelijkheid er niet, dan zullen ze Gatti ter zijde schuiven en zit de Berliner Philharmoniker met eenzelfde probleem als het Concertgebouworkest: waar haal je op zo'n korte termijn een maestro vandaan die de 'Otello'-voorstellingen op niveau kan overnemen?

Zo is het Concertgebouworkest door Gatti de laan uit te sturen er mede zelf de oorzaak van dat er grote concurrentie op de maestro-markt is. Want ook in China, Leipzig, München, Rome (waar Gatti in december het seizoen opent met Verdi's 'Rigoletto'), Milaan, Florence en bij het Mahler Chamber Orchestra zijn op korte termijn vervangers van Gatti nodig, mochten de orkesten en operahuizen daar besluiten niet verder te gaan met Gatti. Bij het Mahler Chamber Orchestra, waar Gatti artistiek adviseur is, hebben ze deze week alle musici aangeschreven om zich te melden als zich iets heeft voorgedaan. En in Bayreuth gaan ze wellicht voor de prestigieuze nieuwe productie van 'Der Ring des Nibelungen' in 2020 ook op zoek naar een stand-in voor Gatti. Nog meer hengelaars dus bij de kleine vijver waar de schaarse maestro's in zwemmen. Op Gatti's eigen website zijn alle concerten met het KCO inmiddels weggehaald, alle andere staan er (vooralsnog) op.

Het is in deze discussie wel opvallend dat het Concertgebouworkest in 2004 met Mariss Jansons pas de eerste, echte maestro in huis haalde. Al zijn voorgangers waren dat op het moment van hun aanstelling zeker nog niet. Willem Mengelberg groeide in Amsterdam pas uit tot een wereldvermaarde topdirigent, zijn opvolger Eduard van Beinum wilde geen maestro zijn en gedroeg zich ook niet zo. Bernard Haitink was piepjong toen hij als chef in Amsterdam begon. Met het klimmen der jaren groeide hij uit tot een vermaard maestro, al haatte ook hij dat woord. Na Haitink kwam Riccardo Chailly. Een veelbelovende, Italiaanse dertiger, die dankzij de zestien intensieve jaren die hij met het Concertgebouworkest doorbracht de fijne kneepjes van het maestro-schap leerde. Pas met Jansons en Gatti haalde het Concertgebouworkest dus gearriveerde topdirigenten in huis.

Dat werpt de vraag op of de tijden veranderd zijn. Kan het Concertgebouworkest zich in de wereld van nu nog wel veroorloven om geen gevestigde topdirigent aan te stellen? Kan het de gok wagen om een redelijk onbekende dirigent aan te stellen met groeipotentie? En wat vinden de sponsoren en concert-zalen in het buitenland daarvan?

Succes in Rotterdam

De collega's in Rotterdam deden dat in de afgelopen jaren overigens met veel succes. Yannick Nézet-Séguin is nu een vermaarde en extreem gewilde maestro, maar toen hij bij het Rotterdams Philharmonisch Orkest werd aangesteld had hij slechts het predikaat veelbelovend. Zijn opvolger in Rotterdam is de eveneens veelbelovende en jonge Lahav Shani. Volgende maand begint hij en met hem kan het weleens dezelfde kant op gaan als met Nézet-Séguin. Veelbetekenend is dat het KCO Shani al voor een gastoptreden had geboekt nog vóór bekend werd dat hij chef in Rotterdam zou worden. In Amsterdam zagen ze de kwaliteiten van de jonge Israeliër dus ook al snel in, maar helaas heeft het KCO nu het nakijken. Want een chef in 010 mag nou eenmaal niet bij de concurrenten in 020 op de bok staan - en vice versa.

Een nieuwe chef-dirigent zoeken is nu op langere termijn het belangrijkst voor het KCO. Durven ze het aan om weer een jonge hond te benoemen en hem (of haar) met de topmusici in het Concertgebouw te laten uitgroeien tot een topdirigent? Of kunnen ze niet anders dan een dirigent aanstellen die zich op dat vlak al bewezen heeft? Kunnen ze niet om een 'naam' heen? De geschiedenis van het KCO leert dat het risico met relatief onervaren dirigenten altijd goed heeft uitgepakt.

Mogelijke, permanente chef-dirigenten voor het Koninklijk Concertgebouworkest. Vijf slagen in de lucht:

Krzysztof Urbański © EPA

Krzysztof Urbański (1982, Pabianice)

+ extreem muzikaal en gedreven

+ jonge hond die voor nieuw publiek zou kunnen zorgen; had vorig jaar een ijzersterk en spectaculair optreden met het Radio Filharmonisch Orkest

+ gedroomde outsider

- heeft het Concertgebouworkest nog niet gedirigeerd

Mirga GraŽinyté-Tyla © TRBEELD

Mirga GraŽinyté-Tyla (1986, Vilnius)

+ vrouw

+ een van de eerste vrouwen die als chef benoemd werden bij een gerenommeerd orkest

+ is zeer voortvarend begonnen als chef bij het City of Birmingham Symphony Orchestra, waar haar voorgangers Andris Nelsons en Simon Rattle waren

- heeft net in Birmingham bijgetekend tot 2021, maar zo lang kan het KCO wel wachten

Teodor Currentzis © ANP

Teodor Currentzis (1972, Athene)

+/- muzikaal net zo grillig als Gatti, noemt zichzelf de 'redder van de klassieke muziek'; verdeelt critici al net zo sterk als Gatti, reuring dus

+ spreekt een jong publiek aan; bij de BBC Proms braken ze vorige week de tent af voor zijn Beethoven; heeft een cd-contract bij Sony

+ zijn concerten zijn altijd een avontuurlijke en tegendraadse belevenis

- weinig ervaring bij toporkesten; de vraag is of hij eenzelfde resultaat behaalt als hij niet met zijn eigen orkest MusicAeterna werkt en of de KCO-musici hem 'pikken'; wordt in september chef in Stuttgart

Jaap van Zweden © TRBEELD

Jaap van Zweden (1960, Amsterdam)

+ deelt een succesvol verleden met het orkest

+ na drie buitenlandse dirigenten weer een Nederlander als chef

+ als BN'er ook populair buiten de muziekwereld, trekt mede daardoor in Nederland altijd volle zalen

- voldoet misschien iets te veel aan het beeld van de ouderwetse maestro

Karina Canellakis © TRBEELD

Karina Canellakis (1981, New York)

+ vrouw

+ maakt een flitsende carrière

+ heeft bij de Wiener Symphoniker in Bregenz muziek van Beethoven en Larcher gedirigeerd; het concert is laaiend ontvangen

- net aangesteld als chef bij het Radio Filharmonisch Orkest, maar het KCO kocht ook ooit Haitink weg bij dat orkest, toen hij er net drie jaar chef was

Lees ook:

'Bestuur Concertgebouworkest moet heel zeker van zijn zaak zijn over misbruik door dirigent Gatti'

Chef-dirigent Daniele Gatti ontkent de beschuldigingen van seksuele intimidatie 'krachtig', laat hij weten via zijn Italiaanse advocaat. De maestro overweegt juridische stappen tegen het Koninklijk Concertgebouworkest, dat hem deze week op staande voet ontsloeg. Wat zou hij kunnen bereiken?

Deel dit artikel

Een toporkest als het KCO kan niet met de eerste de beste dirigent die vrij is komen aanzetten

Het Con­cert­ge­bouw­or­kest is door Gatti de laan uit te sturen mede zelf de oorzaak dat er grote concurrentie op de maestro-markt is