Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

Hoe ouders in 1922 worstelden met homoseksuele zoon

Cultuur

Hans Oranje

Opinie

Toneelgroep Het Volk met ’Wat niet mag’ van J.M. IJssel de Schepper Becker uit 1922. Vanavond en morgen om 20.00 uur in de bovenzaal van de Toneelschuur in Haarlem, daarna op tournee tot 14 april.

’Er is gevaar voor onze jongen’: alleen zo’n zin al trekt een rilling van genot langs onze ruggegraat. De spreker is Wigbolt Kruijver in het wanhopig naar houvast rondtastende personage van Moeder, de papillotten in het haar en anderhalf uur lang een totaal ontredderde blik in de ogen. De toegesproken persoon is Vader, driedelig pak, bolhoed, horlogeketting en een onafscheidelijke pijp. Joep Kruijver is een boze, nare huisvader en melodramatisch bovendien („Zwijg, ongelukkige!”), voor wie de tegennatuurlijke seksuele verlangens van de zoon des huizes even onbespreekbaar zijn als de geldigheid van het: „Draagt uw rijwielplaatje zichtbaar!”

Wat zou mevrouw IJssel de Schepper Becker ertoe hebben gebracht in het jaar 1922 het onderwerp homoseksualiteit in haar toneelstuk aan de orde te stellen? Wellicht boeken van Freud en Jung die zij gelezen had. En een flinke dosis moed. Ongetwijfeld had zij een boodschap voor de wereld, die haar een koude douche moet hebben bezorgd, want ’homoseksualiteit’, zo meende de pers, was ’geen onderwerp voor het toneel’.

Het spreekt natuurlijk vanzelf dat het toneelstuk ’Wat niet mag’ voor een publiek tachtig jaar later een absoluut curiosum is vanwege de homo-emancipatie die zich inmiddels voltrok, en ik denk dat zowel de rabiate homofoob als de doorgewinterde nicht van het stuk zullen smullen.

Het Volk heeft deze ’toneeldraak’ opgediept met als aanleiding het eigen dertigjarig bestaan. Met de respectvolle zorgvuldigheid waarmee het gezelschap met de Nederlandse taal omgaat, is het krankjorume idioom gehandhaafd – zoals wanneer de zoon tegen zijn moeder zegt: „Vriendschap – ik heb er nogal kwestie met u over gehad.”

De zoon is het andere lid van Het Volk, Bert Bunschoten. En voor de gelegenheid is een vierde acteur ingeschakeld: Minke Kruijver als dochter des huizes. Zij snikt weergaloos als zij de brief leest van haar verloofde Charles die, wellicht ook vanwege homoseksuele gevoelens, de verloving verbreekt.

Het bijzondere aan deze toneelvoorstelling is dat Het Volk de tekst volkomen serieus speelt. Nergens is een hatelijk lachje te bespeuren waarmee schrijfster IJssel de Schepper Becker weggezet zou kunnen worden.

De uitvoering van ’Wat niet mag’ is hierdoor een fraai monument van vervlogen taalgebruik, van voorbije normen en waarden, en van irrationele angst. Tegelijk is het stuk op een heftige manier actueel gemaakt tot een menselijk document over verdriet en wanhoop. Daarmee bereidde Het Volk ons een waarachtig mooie toneelavond.

Deel dit artikel