Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

Hoe Mirthe van Doornik haar jeugd met een alcoholistische moeder omzette in een succesvolle roman

Cultuur

Sander Becker

Mirthe van Doornik. © Judith Jockel
Hoe begin je?

Trouw onderzoekt in een korte serie hoe kunstenaars aan een nieuw werk beginnen. Aflevering 3: schrijfster Mirthe van Doornik putte voor haar debuutroman uit haar jeugd met een alcoholistische moeder. Hoe vat je zo'n persoonlijk thema bij de hoorns?

Een boek is iets bedrieglijks. Dít is wat de schrijver altijd al wilde zeggen, denk je als lezer. Dankzij de goddelijke inspiratie vloeide het verhaal als vanzelf op papier. Kaftje eromheen, klaar. Maar zo werkt het niet. In elk geval niet bij Mirthe van Doornik (36).

Lees verder na de advertentie

In april publiceerde de schrijfster haar debuutroman 'Moeders van anderen', over twee tienerzussen die elk op hun eigen manier met hun alcoholistische moeder omgaan. Maar daar ging een compleet ander boek aan vooraf waar de lezer nooit iets van heeft meegekregen: een roman over een destructieve vriendschap. "Ik stuurde het manuscript jaren geleden naar een uitgever. De redacteur vond het aardig, maar miste een noodzaak. Hij zei: 'Schrijf liever iets wat dicht bij jezelf ligt, iets dwingends, iets wat alleen jij kan'."

De schrijfster nam het advies ter harte, en toen begon het eigenlijk pas. Ze kwam op het leidende idee van de zussen, gevangen in hun jeugd: de twee zijn loyaal aan hun verslaafde moeder, maar dromen ervan om los te breken uit het benauwende gezin. Fictie, geworteld in de realiteit. Van Doornik groeide op met hetzelfde dilemma als de hoofdpersonages. Toch is het verhaal niet een-op-een haar verhaal. De ouders uit het boek zijn niet haar ouders, het zusje is niet haar zus.

Humor

Van Doornik wilde de romanmeiden elk hun eigen perspectief en karakter geven: de oudste boos en bezorgd, de jongste soepeler en opgeruimd. Er moest ook humor in, ter compensatie van het zware thema. Met dit raamwerk ging Van Doornik aan de slag.

De maatschappij roept meteen dat je je moet bewijzen met een tweede boek, maar dat laat ik van me afglijden

Doordat het verhaal dicht op haar huid zat, kon het haar niet ontglippen. Maar die nabijheid was ook zwaar. De schrijfster moest telkens opnieuw dingen doormaken die ze liever achter zich had gelaten. "De zussen zaten met thema's waar ik zelf ook mee worstel", vertelt ze. "Waar houdt je eigen leven op en begint dat van je ouders? Hoe ga je om met een moeilijke situatie die niet verbetert? Hoe geef je, als je eenmaal volwassen bent, vorm aan het verdriet uit je jeugd?"

Stof genoeg voor een roman, maar ondertussen had Van Doornik nog steeds geen eerste zin, laat staan een eerste hoofdstuk. Daarom begon ze voorzichtig met een kort verhaal over de zussen. Een gouden greep, want dit verhaal werd de basis voor hoofdstuk één uit het boek. Van daaruit kon de schrijfster de rest opbouwen, tastenderwijs, met in het achterhoofd altijd die twijfel: 'Is dit troep of goed?'

Intuïtie

De eerste zin uit het boek luidt: "Omdat we kinderen zijn, denken mensen dat ze alles tegen ons mogen zeggen". Die zin stond aanvankelijk halverwege het korte verhaal, maar Van Doornik voelde dat hij vooraan moest komen. "Het is een eigenwijze zin", verklaart ze. "Er borrelt een verhaal onder." Veel aspecten van de roman liggen er ook al in besloten. Het kinderperspectief en de ingehouden woede, maar ook de verbondenheid van de zussen: samen één tegen de rest van de wereld.

Van Doornik werkt gevoelsmatig, niet strak gestructureerd, en daardoor valt er nauwelijks een echte kiem in het schrijfproces aan te wijzen. “Ik schrijf niet van A naar B", legt ze uit. "Ik maak schetsen en dan ga ik schuiven met het materiaal, heel intuïtief." Al die tijd blijft ze openstaan voor nieuwe inspiratie. Zo was daar ineens de kaft, die haar aangenaam verraste. De omslag verbeeldt een flat van een Mondriaan-achtige eenvoud en kleurigheid. "Het ontwerp hielp me om het boek aan te scherpen. De ogenschijnlijke simpelheid van de illustratie, de vrolijke kleuren... Dat gaf houvast, een nieuwe impuls."

Recensies

Toen het boek uitkwam, volgden er lovende kritieken. Door het quasi-luchtige karakter van de roman komt de tragiek des te harder aan, noteerde Sylvia Witteman in de Volkskrant. Gerwin van der Werf schaarde het boek in Trouw onder de beste debuten van 2018. Hij prees het 'aangrijpende' relaas en de vele 'rake zinnen'.

"Dat deed me goed", zegt Van Doornik. "Na het schrijven was ik doodmoe. Ik was er constant en overal in gedachten mee bezig geweest: tijdens het koken, onder het hardlopen... Ik had grote kringen onder mijn ogen. En toen vroeg mijn uitgever meteen om een nieuw idee voor het volgende boek..."

De schrijfster heeft het even afgehouden. Eerst wil ze een balans vinden tussen het schrijven, werk en haar sociale leven. Ze blijft wel volop materiaal verzamelen uit muziek, gesprekken, kunst en fotografie. Ooit te gebruiken in een nieuw boek, maar dat komt er pas als zij de tijd rijp acht. "De maatschappij roept meteen dat je je moet bewijzen met een tweede boek, maar dat laat ik van me afglijden. Alsof het eerste niet goed genoeg was. Zo wil ik niet leven. Er ontstaat vanzelf een nieuw idee dat me overtuigt, en dan duik ik er weer bovenop."

Lees ook de eerder verschenen afleveringen uit deze serie:

Aflevering 1: Chris Verlaan is autistisch én cabaretier. Dat gaat best goed samen. 

Aflevering 2: Beeldend kunstenaar Iris Kensmil schildert altijd eerst de ogen. ‘Die zijn de essentie van een portret en moeten er goed op staan.’

Deel dit artikel

De maatschappij roept meteen dat je je moet bewijzen met een tweede boek, maar dat laat ik van me afglijden