Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

Hoe Hilversum per toeval uitgroeide tot mediahart van Nederland

Cultuur

Isabel Baneke

Joost Boot, de eerste echte mediaburgemeester van Hilversum, te gast bij Mies Bouwman in haar programma 'Mies en scène'. © ANP

Min of meer per toeval groeide Hilversum de afgelopen honderd jaar uit tot het mediahart van Nederland. Peter Schavemaker schreef een boek over de historie van de stad van Olleke Bolleke, Toppop, en The Voice.

Met een grijns van oor tot oor draait de vrouw voor de spiegel om haar as. De glanzend witte stof, die met klemmen is vastgesnoerd rond haar middel, zwiept heen en weer. Misschien is dit haar wel, de jurk waarin ze voor het altaar het ja-woord uit zal spreken. 'New Styling Bruidsmode', vormen de letters op het bordje aan de Groest 108 in Hilversum. Niets verraadt dat dit witte boerderijtje, dat zit weggestopt tussen een vestiging van tapijtzaak Carpet Right en een groot winkelcentrum, Hilversum tot het middelpunt van de Nederlandse omroepgeschiedenis heeft gemaakt.

Lees verder na de advertentie
Dat we hier nu staan, is grotendeels te danken aan Joost Boot, de eerste echte me­dia­bur­ge­mees­ter

"Op 27 februari 1918 werd in Amsterdam de oprichtingsakte van de Nederlandsche Seintoestellen Fabriek (NSF) opgemaakt", legt mediajournalist Peter Schavemaker uit. "Oprichter Radio Holland wilde hier, in drie kleine panden aan de Groest installaties en toestellen voor draadloze telegrafie en telefonie maken: het startschot van Hilversum mediastad."

Schavemaker weet er alles vanaf. Om het jubileum van die beslissende dag te vieren, schreef hij '100 jaar Hilversum Mediastad', dat morgen in de winkels ligt. Voor het boek deed de journalist, die zelf in Hilversum opgroeide, twee jaar lang onderzoek naar de wortels van de omroepstad. Hij speurde in archieven, snuffelde in dagboeken van oud-burgemeester Joost Boot en interviewde ruim zestig kopstukken als John de Mol, radiopresentator Willem van Kooten alias Joost den Draaijer en voormalig burgemeester Jeltien Kraaijeveld-Wouters.

Goedkope bouwgrond

Waarom de NSF juist het rustige tuin- en weversdorp Hilversum als vestigingsplaats koos? "Dat is min of meer toevallig zo gelopen. Tilburg en Alkmaar zijn indertijd ook door de directie genoemd. Hier was voldoende goedkope bouwgrond, blijkt uit de archieven, en de bodem bestaat uit zand. Dat was voordelig, want daardoor hoefde er niet geheid te worden."

De NSF hield het niet alleen bij het vervaardigen van apparatuur. Nadat Hanso Schotanus, de ingenieur die op 6 november 1919 het allereerste Nederlandse radioprogramma uitzond vanuit Den Haag, zijn zendvergunning in 1924 verloor, nam de fabriek zijn uitzendingen over. "Want vergeet niet, nu mag Hilversum de mediastad zijn, het begon natuurlijk allemaal met de radio."

Ook lokte de NSF maatschappelijke stromingen naar Hilversum, die het nieuwste medium als kans zagen om hun boodschap te verspreiden. Zo ontstond op 15 november 1923 de NCRV, rap opgevolgd door de oprichting van de KRO, Vara en VPRO. De nieuwbakken omroepen, die zich in eerste instantie over heel Hilversum verspreiden, huren voor hun uitzendingen regelmatig de NSF-zender.

Tekst gaat verder onder de afbeelding

De beroemde toren in Hilversum © x

Schavemaker loopt het Media Park op en slaat rechtsaf, de Willem Ruisweg in. "Een andere historische locatie is hier." Hij stopt voor een gebouw waar RTL-vlaggen wapperen. Stoeptegels met de namen en handafdrukken van sterren als Irene Moors en Gordon begeleiden bezoekers naar de ingang. "In de avond van 4 september 1997 kwamen John de Mol, Paul Römer en twee anderen hier samen in een klein kamertje, indertijd huisde John de Mol Produkties hier. Het team moest een programma voor de Avro verzinnen."

Ze kwamen niet ver, en het clubje besloot op te breken. Per toeval kwam in de nazit Biosphere 2 ter sprake, een wetenschappelijk experiment in een glazen kas in Arizona, waar de onderzoekers door camera's werden gevolgd. Met een opgewekt gevoel reed De Mol naar huis: het zaadje voor 'Big Brother' was geplant. "Pas twee jaar later kwam het spraakmakende programma op tv, De Mol moest een heleboel weerstand overwinnen. Maar uiteindelijk heeft 'Big Brother' Hilversum internationaal op de kaart gezet, door die reality-show werd Nederland voorloper op het gebied van innovatieve tv-formats."

Dat Hilversum het televisiehart van Nederland werd, waar ideeën worden bedacht en uitgewerkt, lijkt misschien vanzelfsprekend. Toch werd het eerste tv-programma, net als de eerste radio-uitzending, gek genoeg niet vanuit Hilversum de Nederlandse huiskamers in gezonden. De televisiehistorie begint in Bussum.

"Dat we hier nu staan, is grotendeels te danken aan Joost Boot, de eerste echte mediaburgemeester, die er in de jaren vijftig en zestig voor heeft gezorgd dat Hilversum dé omroepstad werd." Hij zag kansen in het verenigen van tv en radio in zijn stad. Om Bussum af te troeven, begint Boot in 1961 met de bouw van het 'Omroepkwartier', dat eind jaren tachtig wordt omgedoopt tot het 'Media Park'. Er komen studio's en kantoren, die naast omroepen ook productiemaatschappijen en facilitaire bedrijven moeten trekken.

De journalist stopt voor het opvallend gekleurde Nederlands Instituut voor Beeld en Geluid. Hij ritst zijn jas nog wat verder dicht. "En dit iconische gebouw staat symbool voor Boots succes: alle tv-programma's, radioshows en ander audiovisueel erfgoed dat in Hilversum is gemaakt, van 'Toppop' tot 'The Voice of Holland', liggen hier opgeslagen. Op verdieping 5 in het archief heb ik voor mijn boek maanden doorgebracht."

Crisissituatie

Beeld en Geluid heeft de mediametropool bovendien gered van de ondergang, stelt Schavemaker. "Begin deze eeuw was het vijf voor twaalf was voor Hilversum als mediastad." De omroepen moesten flink bezuinigingen, en broodnodige innovaties en investeringen in het Media Park bleven uit. "Het complex deed Oost-Europees aan en werd aan alle kanten ingehaald, het was echt een crisissituatie."

Projectontwikkelaar Rudy Stroink, die het Media Park in 2003 opkoopt, voorkomt dat Hilversum van de kaart wordt geveegd. "Hij maakte de omroepen duidelijk dat hun lot afhing van het publiek. En ook zelf voegde hij daad bij woord. Zo liet hij de hoge hekken rondom het terrein verwijderen en investeerde in dit prachtige gebouw, dat het Media Park weer schwung heeft gegeven en een van de meest drukbezochte musea van Europa is."

Die openheid moet Hilversum in het achterhoofd houden, denkt Schavemaker, wil de stad de volgende honderd jaar het mediahart van Nederland blijven. Toch vreest hij niet voor concurrentie van steden als Amsterdam. Hij wijst naar het enorme parkeerterrein. "Hieronder ligt de sleutel tot het succes van Hilversum als mediastad."

Duizenden kilometers uitzend- en datakabels zitten onder het asfalt verstopt, waarmee alles wat gemaakt wordt makkelijk kan worden verspreid. "De schotels van de tv-toren daar in de verte mogen dan overbodig zijn geworden, dit hier lokt nog altijd nieuwe bedrijven."

Peter Schavemaker - 100 jaar Hilversum Mediastad, 512 pagina's, uitgeverij Conserve, € 24,99. Extra interviews, uitspraken en documenten zijn te vinden op www.facebook.com/boek100jaarhilversummediastad

Deel dit artikel

Dat we hier nu staan, is grotendeels te danken aan Joost Boot, de eerste echte me­dia­bur­ge­mees­ter