Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

Het Zaailand

Cultuur

door Hetty Runia-Algra

Daar stond ik dan, als klein meisje, op dat grote plein. Want hoe kleiner je bent, hoe groter zo’n plein voelt. Daar stond ik, op het Zaailand. Samen met grote broer en een heleboel andere mensen.

Het was 4 mei ’42. Die morgen waren twintig wat men noemt vooraanstaande Friezen door de bezetter opgepakt. Eén van hen was mijn vader. Opgesloten in het monumentale Old Burger Weeshuis, waaruit de echte wezen waren verdreven en waar nu de SD zetelde. We zagen de mannen gezellig koutend en lachend op de eerste verdieping heen en weer scharrelen. Toen mijn vader ons ontdekte schreef hij, in spiegelbeeld - zo slim was hij wel – BRABANT op het raam. De twintig zouden als gijzelaar naar Sint Michielsgestel gaan.

Wie ook op het Zaailand stond en trouwens nog altijd staat, is de god Mercurius. Als bekroning van een fontein staat híj er al sinds 1923. Een jonge god, bloot, groen uitgeslagen. Het is de bedoeling dat hij, als hoeder van de handel, op de vrijdagse marktkooplieden met hun kramen past. Beetje moeilijk, want hij staat er met z’n rug naar toe, aan de oostelijke kopse kant. Maar misschien hindert dat niet voor een god.

Oneindig veel voetstappen zijn er in de loop der tijden over het Zaailand gegaan. Ooit liep Pieter Jelles, ja inderdaad Troelstra, er naar de Rijks HBS. De dichter Slauerhoff, in plusfour en pull-over ging er naar school, Simon Vestdijk wellicht in korte jongensbroek en met en na hen vele politici, dichters, schrijvers en advocaten. De geboren maar niet getogen Leeuwarder, H.van der Kallen, beter bekend als detective schrijver Havank kwam regelmatig terug naar zijn geboortestad. Hij logeerde altijd in het zelfde hotel, Amicitia, van waaruit hij regelrecht op het Zaailand uitkeek. En waar hij vast en zeker ook vaak gelopen moet hebben.

Eigenlijk heet het Zaailand niet Zaailand. Alleen de lange zijde aan de zuidkant draagt officieel die naam. De tegenovergestelde lange kant is het Ruiterskwartier. Het middenstuk, het echte plein, heet Wilhelminaplein. Behalve in de oorlog, toen mocht het van de Duitsers alleen maar Het Plein heten. Bij de gewone inwoners van Leeuwarden is het Zaailand altijd alleen maar het Zaailand. Vraag een willekeurige Leeuwarder naar het Wilhelminaplein, hij zal het waarschijnlijk niet weten. Waar het Zaailand is kan zelfs een kind je vertellen.

Daar stond ik opnieuw, begin jaren vijftig. Prins Bernard was jarig en dat verdiende een parade. Ik ging meedoen aan een grote gymnastiekdemonstratie. In mijn pasgenaaide witte broekrok, op witte gymschoenen en met een wit bloesje aan. Op de maat van marsen als Stars en Stripes en Koning Voetbal waren we het Zaailand opgemarcheerd. Massaal, met heel veel andere Friese meiden deden we strakke oefeningen, spreid-sluit, hoog-laag en wee als het niet precies gelijk ging

Op een vrijdagmiddag in november, 1951, stond neef Dirk op het Zaailand. Als altijd op sandalen, wijdbeens, stoer zoals een stânfries betaamt. Even stoer als de zes Corinthische zuilen op het bordes voor het Paleis van Justitie. Binnen was de rechtszaak gaande over het al dan niet mogen gebruiken van het Fries in de officiële rechtsspraak. Buiten stond een flinke menigte. Zou schrijver/dichter Fedde Schurer, hoofdredacteur van de Friese Koerier, werkelijk worden veroordeeld? Hij had kantonrechter Wolthers een ‘kinderachtig, beledigend en treiterend optreden’ verweten. Wolthers die weigerde Fries te verstaan in de rechtszaal bij eerdere rechtszaken.

Samen met neef Dirk stonden veel kameraden, Friese schrijvers, leden van de Friese beweging, journalisten, demonstratief voor het bordes. Weggedoken in hun kragen, stampvoetend om de kou te verdrijven of wellicht van ingehouden boosheid. Toen het vonnis naar buiten sijpelde, twee weken voorwaardelijke celstraf, sloeg de vlam in de pan. Er werd geroepen, gejouwd, gescholden. Er werd met fruit gegooid. Een rel was geboren. Dat kon de ruimschoots aanwezige politie niet over z’n kant laten gaan. Op voorhand uitgerust met wapenstokken begonnen ze die op de menigte uit te proberen. Er vielen, zoals dat heet, rake klappen. Toen de politie waterkannonnen inzette, droop de menigte letterlijk af.

Als Kneppelfreed, knuppelvrijdag, ging deze dag de Friese geschiedenisboeken in.

Daar sta ik dan opnieuw, bijna zestig jaar later. Het Zaailand is kleiner geworden, maar nog altijd is het lelijk. Het Old burger Weeshuis is niet meer. Dat staken de Duitsers de dag vóór dat Leeuwarden bevrijd werd, in brand. Het leverde met al die dossiers een prachtig, bevrijdende fik op. De Rijks HBS werd afgebroken, Mercurius onzichtbaar weggewerkt. Wat bleef was de vrijdagmarkt en de zomerse kermis. Plus het Paleis van Justitie dat onwrikbaar op z’n oude plek staat. In z’n muren resoneren al die vonnissen die hier werden uitgesproken. Soms onterecht, zoals bij de onschuldig veroordeelde broers Hoogerhuis, terecht bij vele andere zaken. De troep van Kneppelfreed is allang geleden opgeruimd; het Fries wérd tweede rijkstaal.

Het grote plein is nog altijd kaal, de nieuw aangeplante boompjes ten spijt. Een enkele cafébaas probeert het met een armetierig terrasje, maar echt gezellig wil het maar niet worden. Voorbijgangers steken het liefst diagonaal het plein over, haastig, om maar zo snel als mogelijk weer in de beschutting van een zijstraat te komen.

En, opnieuw is er tweespalt over het Zaailand. Want moet het plein de plek worden voor het nieuwe Fries museum, een gezellig, veel kleiner plein, of moet het blijven zoals het is. Voor Mercurius is dan geen plaats meer. Die zal uit moeten wijken naar een onbekende plek. Wie past er dan op de marktkramen? Of kunnen marktkooplieden dat tegenwoordig zelf.

Welke beslissing er ook gaat vallen, als de naam maar Zaailand blijft en het plein niet per ongeluk Wilhelminaplein gaat heten. Want dan is Leeuwarden Leeuwarden niet meer.

Deel dit artikel