Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

Het tragische lot van een homoseksuele held

Cultuur

Carl Friedman

Review

Niemand kent - of kende tot dit jaar - Willem Arondéus, de aanvoerder van de groep die in 1943 een aanslag pleegde op het Amsterdamse bevolkingsregister. Hij was wel een held, maar hij was ook 'van de verkeerde kant' en hoorde daarom - volgens wie allemaal precies? - niet in de eregalerij van de bezettingsgeschiedenis. Rudi van Dantzig geeft hem alsnog de plek die hij verdient.

Amsterdam, de avond van 27 maart 1943. De donkere straten zijn uitgestorven, want het is lang voorbij spertijd. Door de regen marcheren zes politiemannen die een drietal arrestanten meevoeren. Het zijn vermomde verzetslieden die later bekend zullen worden als de Gerrit van der Veengroep.

Ze begeven zich naar het bevolkingsregister in de Plantage Kerklaan, overmeesteren de wacht en dringen het gebouw binnen. Gedurende ruim een uur trekken ze zware stalen laden uit de archiefkasten en schudden die leeg. De kasten bevatten de kopieën van een miljoen persoonsbewijzen, zogenaamde stamkaarten. Zolang er zulke stamkaarten bestaan, kunnen vervalste persoonsbewijzen op hun juistheid worden gecontroleerd. En aan vervalste persoonsbewijzen bestaat dringend behoefte bij allen die door de Duitse autoriteiten worden opgejaagd, eerst en vooral joden. Daarom moet het bestand worden vernietigd.

Wanneer de inhoud van de laden op de vloer is uitgestort, wordt die overgoten met benzol en in brand gestoken. Vervolgens wordt het gebouw opgeblazen. De daders van de aanslag vluchten, maar de meesten van hen worden in de weken erna door de Duitsers gegrepen, zo ook de man die bij de overval de leiding heeft gehad en die op 1 juli 1943 in de duinen bij Overveen wordt gefusilleerd.

Over deze aanvoerder van de groep is nu een bijna vijfhonderd pagina's tellend boek verschenen van de hand van Rudi van Dantzig: 'Het leven van Willem Arondéus 1894-1943 - Een documentaire'. Hoewel Arondéus bij de aanslag op het Amsterdamse bevolkingsregister een voortrekkersrol vervulde, raakte hij na de oorlog op de achtergrond.

Terwijl de naam van Gerrit van der Veen een ereplaats kreeg in de geschiedenisboeken, werd die van Arondéus uitgewist. Pas in 1984 ontving hij postuum het Verzetsherdenkingskruis. Want Arondéus was homoseksueel. Hij had weliswaar aan onverdachte zijde gevochten en voor de goede zaak zijn leven geofferd, maar dat veranderde niets aan het feit dat hij 'van de verkeerde kant' was geweest. Moest een mietje als hij worden opgenomen in de galerij van vaderlandse helden, naast Tromp, De Ruyter en andere jongens van stavast? Dat was ondenkbaar. In zijn hoedanigheid kon hij onmogelijk model staan voor het manmoedige verzet tegen de Duitse onderdrukking. Of, zoals Van Dantzig in het voorwoord zegt: ,,De bevrijde maatschappij had behoefte aan andere, meer acceptabele helden.''

Daarmee is de toon van het boek gezet. Die is ingetogen. Milde ironie en understatement kenmerken deze biografie, die op het omslag met recht 'Een documentaire' wordt genoemd. Nergens komt de schrijver in de verleiding om zijn onderwerp te romantiseren of dramatiseren.

Het bestaan van Willem Johan Cornelus Arondéus was dan ook tragisch genoeg van zichzelf. In 1894 werd hij in Naarden in een Nederlands-hervormd gezin geboren als nakomertje en enfant terrible. ,,Hij was het jongetje dat erbij hing. Er leek een diepe kloof te bestaan tussen de anderen en hem, alsof er vanaf zijn geboorte een kern van eenzaamheid en onthechting in hem aanwezig was, iets onverklaarbaars binnen in hem wat hem tot eenling maakte.''

In 1895 verhuisde de familie naar Amsterdam, waar vader en moeder een kostuumverhuurbedrijf hadden overgenomen. De kleine Wim groeide op tussen 'kleurige stoffen, vreemde hoofddeksels, gazen sluiers, versleten fluweel, verkreukelde kunstbloemen', een omgeving die tot de verbeelding sprak en die hem misschien inspireerde tot zijn eerste schetsen en tekeningen.

In 1907 werd hij toegelaten tot de Quellinusschool, de latere Rietveld Academie. ,,Tijdens zijn opleiding moet de jonge Arondéus met zekerheid hebben ontdekt dat er behalve richtingen in de kunst ook richtingen in de seksualiteit bestonden'', stelt Van Dantzig laconiek vast. In dezelfde periode kwam Wim in de openbare leeszaal de boeken van Oscar Wilde, Jacob Israël de Haan en andere lotgenoten op het spoor. Zo uitzonderlijk bleek zijn liefde voor hetzelfde geslacht dan toch niet te zijn, alhoewel homoseksualiteit in die dagen geen onderwerp was van gesprek, netzomin trouwens als de seksualiteit tussen man en vrouw.

Het leven van Arondéus nam een opwindende wending, toen hij in 1915 vriendschap sloot met Adriaan Roland Holst. In het kielzog van de jonge dichter, die zichzelf een 'mondaine nietsnut' noemde, kreeg hij toegang tot de kring van gearriveerde kunstenaars in het Gooi. Gretig als hij ernaar verlangde om in dit milieu mee te tellen, maakte hij illustraties bij de gedichten van Leopold, Boutens, Nijhoff. Bovendien beproefde hij zijn eigen literaire kracht. Hij schreef korte verhalen in een welhaast archaïsche stijl en vol spelfouten, waarin hij openlijk blijk gaf van zijn homoseksualiteit: ,,En ik keek naar het mooie lijf voor mij en naar de heupende vorming van zooveel knapelijke pracht'', heet het ergens.

Maar als hij op aanmoediging of erkenning rekende van de Gooise kliek, kwam hij bedrogen uit. Deze artistieke elite was zeker zo bekrompen als de buitenwereld. Men had er niets met Arondéus op, hetzij vanwege zijn homoseksualiteit, hetzij vanwege zijn kleinburgerlijke komaf.

Interessanter dan zijn literaire aspiraties zijn de nagelaten dagboeken en brieven van Arondéus, waarvan in de biografie fragmenten zijn afgedrukt. Daarin lezen we hoe hij tobde met zijn talent en zijn voortdurende geldgebrek. ,,Steeds angst om geld. Ik zit doodstil achter een gesloten deur uit vrees voor enkele rekeningen waarmee ik ten achter ben. Ook had ik deze week eenige malen geen thee 's morgens en geen boter op mijn brood.'' Of: ,,Ik vervloek deze armoede - het brengt me soms tot wanhoop die op de rand van zelfmoord huist.''

Zoiets als subsidie bestond nog niet. Wel werden er regelmatig wedstrijden uitgeschreven waarmee kunstenaars een opdracht in de wacht konden slepen. Om in zijn levensonderhoud te voorzien deed Arondéus aan allerlei wedstrijden mee. Hij ontwierp ex librissen en gobelins, evengoed als patronen voor behangselpapier. Hij maakte prestigieuze muurschilderingen, maar ook reclamebiljetten. Behalve twee romans schreef hij boeken over schilderkunst. Maar zijn werk kreeg niet de ontvangst waarop hij hoopte.

Ook in zijn gevoelsleven bleef hij onvoldaan. Twee grote liefdes kende Arondéus. Eerst had hij een langdurige relatie met Jurie, een matroos. Later woonde hij samen met Jan, een tuinder die twintig jaar jonger was dan hij. Maar bij geen van beiden vond hij vervulling. Hij kwam tot de gevolgtrekking ,,dat het verlangen grooter is dan de bevrediging - of beter, het verlangen zuiverder is dan de voldoening, die altijd moe maakt en verstoord mij achterlaat.''

Het is niet verbazend dat juist deze man, die jarenlang had gevochten voor erkenning van zijn seksuele en kunstzinnige opvattingen, zich weigerde neer te leggen bij de Duitse overheersing. In 1941 begon Arondéus een eenmansactie: hij drukte en verspreidde illegaal door hem geschreven pamfletten, de zogenaamde 'Brandarisbrieven', waarin hij opriep tot sabotage. In 1942 sloot hij zich aan bij wat later de Gerrit van der Veengroep zou gaan heten. ,,Men kan zich afvragen'', aldus Rudi van Dantzig, ''wat Arondéus - de zich in de ogen van de buitenwereld wat geaffecteerd en nichterig gedragende figuur - ertoe bracht zich steeds dieper in de wereld van het gewapende verzet te begeven.'' Maar degenen die zich dit afvragen zijn dezelfden die na de oorlog hebben besloten dat zo'n 'geaffecteerd en nichterig figuur' onmogelijk als held kon worden opgevoerd. Arondéus was een held. Zelfs verstokte homofoben zullen er na lezing van deze biografie aan moeten geloven. Van Dantzig had zijn miskende gevoelsgenoot geen betere dienst kunnen bewijzen dan met dit monumentale boek. Dat het moest worden geschreven, daar kan geen twijfel over bestaan, is een hemeltergende schande.

Deel dit artikel