Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

Het stilleven maakt een herinnering los

Cultuur

Cees Straus

Afgaande op de onderwerpen als landschap, stilleven en portret moeten Cézanne, Bonnard en De Staël bij zijn geboorte aan zijn wieg hebben gestaan. Het is echter wat al te gemakkelijk om Ido Vunderink (1935) op grond van die afkomst maar meteen een klassiek-moderne schilder te noemen. Eerder beschouwt hij de drie genoemde voorbeelden als een vertrekpunt, schilders bij wie hij te rade kan gaan om vervolgens zelf een oplossing voor de gestelde problemen te vinden. Vunderink maakt inderdaad klassieke landschappen, maar verbeeldt het onderwerp zo vanuit een eigen visie, dat het hoogst origineel uitpakt. Dat blijkt ook op de tentoonstelling in zijn eigen galerie in het Zuid-Hollandse Zegveld.

Voor Vunderink is Zegveld, waar hij aan de schilderachtig kronkelende Meije werkt, in meer dan één opzicht zijn thuisbasis. Het uitzicht vanuit zijn atelier kan niet mooier zijn: middenin het groene hart van Holland staat zover het oog reikt geen enkele vorm van hoogbouw, noch is er sprake van enige soort industrie. De stilte wordt alleen verstoord door een kolonie vogels, terwijl zwartbont vee de weilanden afgraast. En in Vunderinks tuin huizen de hazen, vossen en egels.

,,Ik kan me niet herinneren dat ik ooit iets anders wilde dan in de natuur wandelen. Nog altijd vind ik niets prettiger dan hier de Meije af te lopen. Elke keer zie je iets anders, een wisselende lucht, de kleur van het land die vaak verandert, de dieren die er in staan.''

Als schilder gaat het hem echter niet om die 'schilderachtigheid' die het omringende land kent. Het gaat Vunderink om iets heel Hollands; de monumentaliteit van het polderland, de eindeloze ruimte die boven de groene vlakte hangt. Vunderink zal zich nooit in het detail verliezen. En dat betekent dat hij grote vlakken zoekt, die met gebruik van het paletmes (,,dat is bijna zo groot als een troffel, zodat je heel brede streken krijgt'') vrijwel egaal worden neergezet.

In zijn nieuwste werk schildert hij die vlakken (olieverf op een onderlaag van acryl) nog eens over met een schraal laagje vrijwel niet-dekkende verf, zodat de vlakken licht lijken te weerspiegelen. Het is dan wel een zuidelijk licht, zoals Bonnard en Matisse dat zo zinderend konden weergeven. Vunderinks licht is eigenlijk, beschouwd naar Hollandse maatstaven, té licht.

Het probleem van de horizon, die altijd een spelbreker is in de juiste verhoudingen in de compositie, lost hij op door de abstracte vlakken op een bepaald moment te laten kantelen. Optisch zorgt dat voor een dubbel effect: je kunt voortaan op twee manieren je kijkrichting bepalen. En hoe graag hij ook mensen portretteert, in zijn landschappen lopen ze nooit rond. ,,Ik vind de mens storend in het landschap.''

Hoe abstract Vunderink ook wil werken, aan een symbolische duiding kan en wil hij zich niet onttrekken. ,,Het heeft waarschijnlijk met mijn opvoeding te maken, die religieuze kantjes had.'' Tegenwoordig onderhoudt hij een haat-liefde-verhouding met de kerk, een feit dat zijn achtergrond in zijn jeugd vindt.

,,Mijn moeder geloofde in blijheid, maar de gereformeerde kerk stelde er liefdeloosheid voor in de plaats. Ik heb de zondagen met het kerkbezoek als een ramp beschouwd. Niet het kerkbezoek op zich, maar de uren er tussen vond ik vreselijk. Ik moest noodgedwongen thuis zitten en stil zijn. En ik wilde zo graag naar buiten. Nu schilder ik op zondag. Dat mag dan 's Heren dag zijn, ik vind de zondag niets minder dan een Helledag. Maar begrijp me goed, ik heb helemaal niets tegen het geloof. Voor mij betekent het nog altijd troost, trouw en liefde. Ik kan alleen niet tegen de druk die van de kerk uitgaat, het soort teistering dat alles wil stukmaken.''

Het nooit-grauwe dag- en vaak ook nachtlicht speelt een even grote rol in zijn bloemstillevens. Ook daar vertoont hij grote behoefte aan abstrahering, maar hij gaat er, om de kwaliteit van de bloemen te laten uitkomen, lang niet zo ver in. ,,Ik heb eigenlijk een broertje dood aan dat woord stilleven, alsof het om dode zaken gaat, ik houd te veel van het leven om de dood te eren.'' En dus introduceert Vunderink in de bloemstillevens iets dat hij aan zijn landschappen onthoudt. De bloemen schijnen permanent in beweging te willen komen, ze draaien rond, lijken over elkaar heen te tuimelen.

Vunderink: ,,Een stilleven maakt herinneringen los. Ik kan me nog een bepaalde Moederdag herinneren. 's Morgens ben ik naar buiten gegaan, heb wilde bloemen gezocht, mooie blaadjes en wilde aardbeien. Ik heb ze als een cadeautje om het bord van mijn moeder gelegd. Dat soort herinneringen wil ik schilderen. Ik herinner me ook dat mijn moeder een vingerplant had. Ik kan me die nog goed voor de geest halen. Ik sla dat soort beelden op, kan er nog jaren mee vooruit.'' Niettemin, Vunderink bekent dat hij ondanks die herinneringen wel een voorbeeld nodig heeft. ,,Ik kan een bloemstuk arrangeren en het dan schilderen met behulp van mijn herinneringen.''

Hoewel hij nostalgie buiten de deur houdt, pakken zulke stillevens nogal eens romantisch uit. Zeker als hij zich mee laat slepen door de vervoering die ontstaat bij het kijken naar zulke weemoedige bloemen als witte rozen. Ook komt er dan een fikse dosis symboliek om de hoek kijken.

Toch kan hij ook zonder. In de portretten bewijst hij over een opvallende blik te beschikken, waarmee hij er in slaagt de afgebeelde figuur haarscherp te analyseren. In dit onderwerp heeft hij een lichte voorkeur voor vrouwen: ,,Van een mooi versierde vrouw kan ik lyrisch worden. Ik vind vrouwen enorm flink en slim. Ik denk dat er nooit oorlog zal zijn als er meer vrouwen zouden zijn die het voor het vertellen hebben. Vrouwen voelen er niet voor om als kanonnenvlees te dienen. Ik kan de neiging hebben om een vrouw, ook als ze wildvreemd is, te adoreren. Als ik zo'n vrouw zie, dan wil ik haar graag vragen om te poseren. Helaas ben ik even snel zo verlegen dat ik dat dan weer niet durf.''

Hoe mooi ze ook zijn, Vunderink trapt er niet in om vrouwelijke schoonheid te willen reproduceren. Een goede karakterschets, daar gaat het hem om. En net zoals hij het landschap ontleedt, zo analyseert hij ook zijn model.

Deel dit artikel