Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

Het Schotse eiland Bute heeft prachtige palmbomen en toch verdwijnen de toeristen

Cultuur

Robert Visscher

© Robert Visscher
Reizen

Het ooit zo populaire eiland Bute heeft het afgelegd tegen bestemmingen in Zuid-Europa en verder. Toch blijft het er prachtig, juist door de vergane glorie.’

Bute lijkt haast een tropisch eiland als je de hoofdstad van het Schotse eiland, Rothesay, met de ferry binnenvaart. Boven het gras prijken de palmbomen. Het eiland heeft dankzij de golfstroom een zeer mild klimaat, zeker voor Britse begrippen. Daardoor is het er warmer dan op het vasteland en groeien er exotische bomen en planten.

Lees verder na de advertentie
Bute legde het af tegen echt zonnige bestemmingen in Zuid-Europa

Het maakt Bute tot een van de bijzonderste plekken van Schotland. Op het langgerekte eiland vind je vissersdorpjes met huizen vlak aan de zee. In Rothesay tref je grote gebouwen, waaronder een imposant middeleeuws kasteel. Tussen de bebouwing door is er vooral veel groen, waar je lange wandelingen kunt maken over onverharde wegen. Ze voeren je langs baaien, grote rotspartijen en stranden waarvandaan je zeehondjes ziet zwemmen. Het eiland is wat groter dan Terschelling en kleiner dan Texel.

Palmbomen

Bute biedt het gevoel van een tropisch eiland door de palmbomen, gezelligheid in de pubs en een afwisselende natuur. Toch heb je als bezoeker soms het idee dat je de enige toerist bent. En dat is niet zo vreemd. ‘Het vergeten eiland’, wordt Bute in Schotland genoemd.

Dat was vroeger wel anders. De aangename temperatuur, zandstranden en de natuur zorgden er vooral in de 20ste eeuw voor dat Bute ontzettend in trek was. Vakantiegangers kwamen massaal uit grote steden als Glasgow naar het eiland om te ontspannen. Statige hotels en een fraai bezoekerscentrum van staal en glas werden gebouwd.

Palmbomen op Bute in het park van Rothesay. © Robert Visscher

Maar vanaf de jaren zeventig van de vorige eeuw kwam de klad erin. Zonvakanties werden steeds goedkoper en ook mogelijk voor de grote massa. Bute legde het af tegen echt zonnige bestemmingen in Zuid-Europa - nu behoort een vakantie in Zuidoost-Azië vaak net zo goed tot de mogelijkheden. De hotels werden steeds leger, pubs sloten de deuren en het massatoerisme verdween. Ook het inwoneraantal krimpt al jaren. Dat is goed te zien. Veel panden staan te koop en het onderhoud van veel woningen laat te wensen over. Je ziet veel afgebladderde verf, ook op statige, oude panden.

Dat Bute nu zoveel minder toeristen trekt, is onbegrijpelijk. Toegegeven, het is er niet zo warm als in Spanje of Thailand. Maar het is nog altijd een aantrekkelijk eiland. Het indrukwekkendst is de natuur. Op Bute kun je nog lange wandelingen maken, ver van de gebaande paden. Bijvoorbeeld naar St Ninian’s Point aan de westkant van Bute. Je wandelt dan langs een grote baai richting een paar vervallen huisjes op een schiereiland, je moet zelf een weg zoeken tussen de rotsen en stenen. Tijdens vloed is het puntje van de baai lopend onbereikbaar, omdat het grotendeels onder water staat.

Italiaans ijs

Al wandelend langs de baai wandelt, zie je twee eilanden: Arran en Inchmarnock. De puntige bergen van Arran vallen direct op, een onder toeristen nog wel populair eiland waar ook heerlijke whisky wordt gemaakt. Inchmarnock is veel kleiner en grotendeels vlak. Vroeger stonden er drie boerderijen op, waarvan er nu nog maar een in gebruik is. Verder is het eiland verlaten.

Die leegte ervaar je ook op St Ninian’s Bay, waar je omringd wordt door rotsen, water, en zeeleven. De huizen op het puntje zijn vervallen. Krijsende meeuwen vliegen voorbij en krabben lopen over de stenen, maar verder is het er verlaten. Aan het eind van de baai staat de ruïne van het kerkje St. Ninian. Waar ooit werd gebeden, ligt nu een dikke laag modder op de vloer. Bute heeft nog meer ruïnes die een bezoek waard zijn. In hoofdstad Rothesay is het statige kasteel te bezoeken. Nog veel mooier is een wandeling op de zuidkant van het eiland naar een oud gebedshuis en klooster. Je loopt over een onverhard, smal wandelpaadje, dat tussen de bomen en heuvels door slingert naar het dakloze kerkje St. Blane. Het ligt naast hoge bomen en is nog duidelijk zichtbaar, omdat de muren overeind staan. Om de kerk heen steken oude grafstenen uit de grond. Naast het ruisen van de wind hoor je alleen in de verte schapen blaten.

© Robert Visscher

Wie meer drukte en vertier zoekt kan terecht in de pubs, restaurants en winkeltjes van Rothesay. Het meest in het oog springt de naam Zavaroni, die terugkeert op meerdere panden. In drie Zavaroni-winkels kun je koffie, ijs en fish-and-chips bestellen. Een Italiaan op Bute? Cesare Zavaroni groeide begin vorige eeuw op in de buurt van de Italiaanse stad Genua. Op dertienjarige leeftijd liep hij weg van huis omdat hij niet net als zijn vader steenhouwer wilde worden. Hij belandde via Londen en Glasgow op Bute. Daar begon hij een fish-and-chipswinkel en daarna een ijssalon en trouwde met een meisje van het eiland.

De Zavaroni’s bleven en wonen er nog altijd, ondanks het afnemende toerisme. Het ijs wordt nog gemaakt met de apparaten die in de jaren vijftig zijn aangeschaft.

© Robert Visscher

Openbaar toilet

Het meest opzienbarende gebouw van Bute is geen winkel, oude kerk of kasteel, maar het Victoriaanse toiletgebouw uit 1899. Niet eerder bezocht ik zo’n mooie publieke wc. Er is een mozaïekvloer die niet zou misstaan in een Romeins badhuis. Boven de urinoirs zitten grote, grotendeels glazen waterreservoirs waar je het water ziet borrelen na het doortrekken. De wc-brillen zijn extra breed en van hout gemaakt.

Alleen het herengedeelte is overigens de moeite waard, dat van de dames steekt er schril bij af. Dat deel is nieuw. Want tijdens de bouw eind negentiende eeuw werden vrouwen niet geacht zo lang van huis weg te gaan dat ze een toilet moesten bezoeken. Het is misschien een gekke plek om als bezienswaardigheid aan te merken. Maar zonder een bezoek aan dit markante toilet ben je niet echt op Bute geweest.'

Bute is goed bereikbaar vanaf de Schotse hoofdstad Glasgow. Er gaat een trein, die aansluit op de veerboot. In totaal doe je er dan 90 minuten over om Rothesay te bereiken. De reistijd met de auto is even lang. De veerboot vertrekt vanaf Wemyss Bay. Op Bute zijn fietsen te huur en er is busvervoer.

De reizen op deze pagina’s worden soms betaald door commerciële partijen, de journalisten zijn volledig onafhankelijk in hun schrijven.

Reisreportages vanuit bijzondere bestemmingen, boeiende steden en verre streken, met reistips. U vindt ze op trouw.nl/reizen.

Deel dit artikel

Bute legde het af tegen echt zonnige bestemmingen in Zuid-Europa