Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

Het scherpe oog van W.F. Hermans voor toevalligheden op straat

Cultuur

Joke de Wolf

Hermans had een scherp oog voor toevalligheden op straat. © W.F. Hermans
Boekrecensie

‘De fotografie is goed, maar de literatuur beter’, vond W. F. Hermans, wiens foto’s nu gebundeld zijn.

‘Koekje, kat van de fotograaf’, staat er bij een foto van een poes. Even later komt kat Koekje nog een keer voorbij, nu drinkend uit een kraan. Bijschrift: ‘Koekje drinkt liefst heel vers water’. Onbenullige amateurfoto’s natuurlijk, behalve dat de fotograaf Willem Frederik Hermans heet. De schrijver publiceerde de poezenfoto’s in ‘Een foto uit eigen doos’, een serie van 36 losse foto’s in de vorm van ansichtkaarten, met een korte tekst als introductie. Ze zijn expres onbenullig, schreef Hermans, en hij heeft ze expres los gepresenteerd, als foto’s die nog moesten worden ingeplakt. Zodat de eigenaar ze alle 36 tegelijk kon bekijken, of er eentje kon opsturen als ansichtkaart.

Lees verder na de advertentie

Toch was Hermans niet altijd nonchalant geweest over fotografie. Hij liet het medium niet alleen een paar keer in romans en verhalen figureren (bijvoorbeeld het mislukte fotorolletje uit ‘De donkere kamer van Damokles’), hij fotografeerde zelf fanatiek en gaf sommige van die foto’s ook uit. Die uitgaves zijn nu samen opnieuw verschenen als deel 18 van Hermans’ ‘Volledige Werken’, een stevig boek van groot formaat, met daarin de ‘Fotobiografie’ uit 1969, ‘Koningin Eenoog’ uit 1986, ‘Het Hoedenparadijs’ uit 1991 en ‘Een foto uit eigen doos!’ uit 1994.

In ‘De donkere kamer van Damokles’ komt een mislukt fotorolletje voor

Een groot deel van de 650 pagina’s bestaat uiteraard uit foto’s, paginagroot, soms opnieuw ingescand, in dezelfde opmaak als in de oorspronkelijke boeken, afgewisseld met de korte teksten die erbij verschenen. Een fraai bladerboek, om te beginnen.

Koningin Eenoog

Voor de ‘Fotobiografie’ maakte Hermans zelf een selectie van foto’s van zijn voorouders en op dat moment net overleden ouders, van kleine Willem met teddybeer, zijn in 1940 gestorven oudere zus Corry, reproducties van schoolrapporten van het gymnasium, tot aan het begin van de oorlog. Ook de eerste Hermansfotos zijn er te zien: hij fotografeerde het interieur van het huis van zijn grootmoeder met zijn eerste, van Sunlightzeep gespaarde, boxcamera. ‘Koningin Eenoog’ is het hoofdwerk, die naam koos Hermans “omdat Koning Eenoog al bestond vóór de camera was uitgevonden, en omdat ‘camera’ vrouwelijk is en de meeste fotografen toch liever hebben dat er een vrouw om hun hals hangt”. Het is een selectie van 140 zwart-witfoto’s vanaf 1948 tot 1985, gemaakt in Groningen, Parijs en elders, steeds stemmig twee bij twee tegenover elkaar gezet. Hier laat Hermans zien dat hij een scherp oog heeft voor toevalligheden op straat (een rij rioleringsbuizen voor een crucifix), schoonheid in gebruiksvoorwerpen (een ingedeukte plastic waterfles), onbedoelde grappigheid in reclameborden (reclame voor luchtverfrissers op de buitenkant van een openbaar toilet) en dat er altijd wel ergens een kat te bekennen is.

© W.F. Hermans

‘Het Hoedenparadijs’ is het elegante buitenbeentje, met 40 in kleur uitgegeven collages. Duidelijk geïnspireerd door de Surrealisten, waarbij op een foto van een dame in zwempak een kippenbout haar hoofd vervangt. Achterin staat bij elk boek een nieuwe toelichting over de afzonderlijke delen, en die werpt verrassend nieuw licht op de fotograferende schrijver.

Zo staat er dat Hermans (1921-1995) eind jaren vijftig, tien jaar na het verschijnen van zijn eerste roman, ‘Conserve’ uit 1947, serieus probeerde fotograaf te worden. Hij was in de zomer van 1957 stagiair bij Nico Jesse, de fotograaf die toen net veel bekendheid had met zijn fotoboek ‘Vrouwen van Parijs’. Hermans leerde er onder andere kleurennegatieven ontwikkelen. Na een tijdje werd het assistentschap hem te veel gedoe. “De fotografie is goed, maar de literatuur beter”, zo stelde hij resoluut.

Niets gedenkwaardigs

Toch liet hij zich registreren als ‘Persbedrijf W.F. Hermans’, en meldde hij zich bij de fotovakschool, waar hij tot eigen frustratie voor het examen zakte. Hij probeerde vergeefs foto’s van schrijversgraven gepubliceerd te krijgen bij het Amerikaanse tijdschrift Life. Ook aan de buitenwereld laat Hermans zich graag zien als fotograaf: hij liet zich nadrukkelijk fotograferen met een fototoestel in de hand, terwijl hij twee jongetjes laat zien hoe de spiegelreflex-camera werkt.

© W.F. Hermans

“Telkens en telkens weer sloegen de fotografen toe, op ogenblikken dat er niets gedenkwaardigs aan de gang was”, is een van de korte bijschriften van de ‘Fotobiografie’. Hoewel Hermans schrijft niet te willen zeggen wat hij met de foto’s wil zeggen, maken juist de titels en bijschriften de foto’s in deze mooie bundel tot een verhaal. Het samenvoegen van de boeken legt nieuwe betekenissen bloot. “Eigenlijk was mijn teddybeer mijn enige ware vriend”, schreef Hermans in 1969 bij een kinderfoto van zichzelf met beer; de serie van drie foto’s van een Parijs jongetje met teddybeer op straat wordt er een stuk aandoenlijker van. “Koningin Eenoog ziet altijd wat wij niet zien, altijd meer, altijd scherper - en toch altijd zo anders dat niemand een foto met de werkelijkheid verwisselt”, schreef Hermans beslist. Of hij daarin gelijk had, is nog steeds de vraag; Hermans’ kat heette in elk geval wel degelijk Koekje.

Oordeel: fraai bladerboek waarin foto’s tot een verhaal gemaakt worden

Willem Frederik Hermans
Volledige Werken, deel 18
De Bezige Bij; 656 blz. € 75,-

In ons dossier boekrecensies vindt u een overzicht van de besprekingen van pas verschenen fictie, non-fictie, jeugdliteratuur en thrillers.

Deel dit artikel

In ‘De donkere kamer van Damokles’ komt een mislukt fotorolletje voor