Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

Het portret geeft statuur, toen én nu

Cultuur

Joke de Wolf

Postzegel van Studio Job. © ANP

In het Rijksmuseum hangen veertig levensgrote portretten van machthebbers en rijken die zich de afgelopen eeuwen lieten schilderen. Maar er hangen elders ter wereld nog veel meer portretten. Van Napoleon tot Obama. Waarom deden ze dat aan de top en in rijke families?

Daar zaten ze, beiden in een dik oranje jack tijdens de Olympische Spelen. Hij met zijn telefoon in zijn uitgestrekte hand, zij haar hoofd schuin naar hem toegebogen, beiden lachend naar die hand. De koning maakte een selfie. Nonchalant, ontspannen. En zo onkoninklijk. Was dat dezelfde man wiens portret in elk Nederlands gemeentehuis en in elke ambassade is te zien?

Lees verder na de advertentie

Machthebbers houden van portretten. Al een hele wereldgeschiedenis lang. Wat doen ze om de aandacht van de onderdanen vast te houden? En doorstaat die tactiek de tijd? In het Amsterdamse Rijksmuseum zijn ze de komende tijd te zien op schilderijen. Farao's, keizers, koningen (en koninginnen) konden niet overal in hun territorium tegelijk aanwezig zijn. Hun afbeelding was een handig plaatsvervangend toezichthouder én gaf mensen, de onderdanen voor de machthebber, een gezicht aan het moeilijk te vatten idee van geografische samenhang. Voor de intrede van olieverf en kleurendrukkerijen verschenen portretten in reliëf (gips), in prent, en natuurlijk direct op het ándere machtsmiddel bij uitstek, geld. Een methode waarvan het succes doorwerkt tot op de dag van vandaag: als archeologen een muntje opgraven, kunnen ze aan het portret en de naam van de keizer nagaan uit welke tijd het muntje komt.

Lees verder na onderstaande afbeelding.

Barack Obama door Kehinde Wiley. © National Portrait Gallery/AP

Onsterfelijke machthebbers bestaan ook, in de kerk. Kruiswegstaties, Maria- en heiligenbeelden werkten als de personificatie van al die mystieke alomtegenwoordigheid. Van hen waren de portretten geliefder, emotioneler, hun invloed ging langer mee dan die van de machthebbers van vlees en bloed. Dat de gelovigen, ondanks de waarschuwing in de tien geboden, steeds meer macht en invloed toeschreven aan die beelden en portretten, leidde in onze contreien zelfs tot grote agressie tegen de beelden en schilderijen: de Beeldenstorm van 1566.

Om die traditie extra kracht bij te zetten gebruikten de kunstenaars vaak historische elementen

Zodra er in plaatsen als Amsterdam begin zeventiende eeuw steeds meer rijke kooplieden kwamen, was de woede tegen de beelden alweer vergeten: het laten maken van een zo groot mogelijk portret, zoals de pasgetrouwde Marten en Oopjen aan Rembrandt vroegen, werd zelfs een voorwaarde voor succes. Zulke portretten zijn niet alleen voor de geportretteerden zelf een belangrijke mijlpaal, ook de omgeving, en dan vooral de nakomelingen kunnen zo tonen niet van de straat te zijn. Als je voorouders geen portretten hebben laten maken, kan je alsnog nieuwe maken, en die hang je bij voorkeur in de ontvangsthal van je woning. Zo weet een bezoeker meteen dat de rijkdom gebaseerd is op traditie, en dus ook niet zomaar zal verdwijnen.

Om die traditie extra kracht bij te zetten gebruikten de kunstenaars vaak historische elementen. Zo schilderde Joshua Reynolds bij het portret van Jane Fleming rond 1778 naar eigen inzicht een klassieke balustrade met daarop een urn. Geen voorwerpen die Fleming, een schatrijke gravin, op haar landgoed had staan, maar Reynolds vond dat zo'n detail de verheven status van de opdrachtgever zou versterken. Grand Manner noemen historici die benadering.

Lees verder na onderstaande afbeelding.

Jane Fleming van Joshua Reynolds © x

De introductie van de portretfotografie, halverwege de negentiende eeuw, leek een bedreiging voor de portretschilders: opeens kon iederéén met een klein beetje geld zijn of haar portret laten maken. Wég privilege. De zuilen en balustrades uit de schilderijen werden zelfs een vast attribuut in de vroege portretfoto's. Maar het liep anders. In Parijs liet ook keizer Napoleon III rond 1860 fotootjes maken van zichzelf en zijn gezin. De bourgeoisie vermaakte zich op dat moment met het verzamelen van fotografische visitekaartjes, kleine foto's die als een soort voetbalplaatjes in albums werden gestopt om die vrienden te laten zien met wie ze omgingen. De meeste foto's kreeg je. Sommige, zoals die van de keizer, waren te koop. Zo wrong de machthebber zich dankzij de fotografie ook tussen de vrienden van zijn onderdanen.

Dat betekent niet dat deze Napoleon afzag van geschilderde portretten, integendeel, Hij liet zich vaak en uitbundig schilderen. En ook honderdvijftig jaar later portretteren schilders machthebbers nog steeds. Zo'n schilderij suggereert een aanwezigheid die misschien nog wel magischer is dan de werkelijke persoon. De geportretteerde wordt er automatisch een beetje heilig van.

Sommige popsterren verheffen hun zelfportret zelf tot kunstwerk

Zo ook voormalig Amerikaans president Barack Obama. Hij onthulde vorige maand het portret van zichzelf, bestemd voor de National Portrait Gallery in Washington. Kehinde Wiley (1977), een zwarte, relatief jonge kunstenaar, zette de voormalige president in het schilderij op een stoel, met daarachter een dichte, groene laag klimop. Wiley werkt altijd met een achtergrond die bestaat uit een geometrisch of plantaardig patroon, en meestal met toevallige voorbijgangers. Toch kan je met enige kennis van de kunstgeschiedenis ook hier een historische context zien, en wat voor een: de eerste zwarte president staat voor dezelfde groene achtergrond die je ook terugvindt op de wandtapijten van de 'Dame en de eenhoorn', de vijftiende-eeuwse meesterwerken uit Parijs. Ook Obama kreeg zijn Grand Manner.

Lees verder na onderstaande afbeelding.

National portrait gallery washington/ap © AP

Sommige popsterren verheffen hun zelfportret zelf tot kunstwerk. In juli 2017 presenteerde zangeres Beyoncé haar pasgeboren tweeling op een zorgvuldig gecomponeerde foto aan haar volgers op Instagram. Een foto waarop ze zelf centraal staat, met op de achtergrond de oceaan en een aureool van bloemen, een golvende draperie over haar naakte lichaam, en in haar armen haar twee kinderen, precies een maand oud. Deze Madonna met kinderen kreeg tien miljoen likes: een aanbidding van religieuze proporties voor een duidelijk religieus geïnspireerde foto. De sociale media waren de grootst denkbare kerk, Beyoncé de heilige.

De selfie van onze koning kwam niet online. Hij hoefde geen likes. Willem-Alexander gebruikt zijn zelfportret traditioneel vorstelijk. Zo vergezelt zijn gezicht onze correspondentie, als postzegel. Op het eerste gezicht oogt hij wat gewoontjes: een glasachtig portret, vriendelijk zonder glimlach, recht van voren. De ontwerpers van Studio Job maakten de zegel in 2013, ze gebruikten voor de afbeelding een foto gemaakt door Rineke Dijkstra. Qua structuur heeft het portret veel weg van een reliëf. Een bewuste keuze: in 1852 stond op de eerste Nederlandse postzegel namelijk ook een reliëfportret van de toenmalige koning, Willem III. Studio Job gebruikte dus een foto van een hedendaagse fotograaf en combineerde die met een historisch gegeven. Modern en tegelijk bewust van de traditie: een gouden formule uit de geschiedenis voor zo'n beetje elk portret dat indruk wil maken. En zo te zien veranderen nieuwe technieken daar weinig aan.

Bij de tentoonstelling 'High Society' zijn veertig levensgrote portretten, van Cranach de Oudere tot Kees van Dongen, te zien, aangevuld met prenten uit de privékabinetten van de hoogste klasses. En natuurlijk Rembrandts Marten & Oopjen. De tentoonstelling opent vandaag en is tot 3 juni in het Rijksmuseum in Amsterdam.

Deel dit artikel

Om die traditie extra kracht bij te zetten gebruikten de kunstenaars vaak historische elementen

Sommige popsterren verheffen hun zelfportret zelf tot kunstwerk