Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

Het nieuwste novitsjok-raadsel brengt ons in het universum van John le Carré

Cultuur

Ger Groot

© Trouw
Column

Heel even was ik terug in de detective-romans van Agatha Christie uit het begin van mijn puberteit. Uit het Boerhaave-museum in Leiden is een kluis gestolen met een ‘suikerklontje’ curare erin, zo meldde deze krant in een kort bericht. 

Curare - een pijlgif dat door Zuid-Amerikaanse indianen wordt gebruikt bij de jacht – was één van de twee stoffen waarop de detective-schrijfster steevast teruggreep wanneer er in haar romans iemand vergiftigd moest worden. De ander was een slaapmiddel dat, als ik me niet vergis, ‘Veronal’ heette.

Lees verder na de advertentie

Met dat curare lijkt tot op dit moment nog geen ongeluk (of erger) gebeurd te zijn. Dat was een paar dagen eerder wel het geval met het Russische zenuwgas ‘novitsjok’ waarmee eerder de voormalige spion Sergej Skripal en zijn dochter Joelia waren vergiftigd. Zaterdag werd een Engels echtpaar een ziekenhuis binnengebracht, vergiftigd door datzelfde novitsjok. Waaróm is vooralsnog een raadsel.

Bij Agatha Christie stond er altijd een Hercule Poirot of miss Marple klaar om helderheid in de zaak te brengen. Alles had een oorzaak en vaak ook een motief – en met helder denken en listige deductie waren die altijd wel te ontcijferen. In het slothoofdstuk deden de speurneuzen dat steevast uit de doeken, even ‘clair et distinct’, helder en welonderscheiden als de denkmethode die Descartes ooit had voorgeschreven.

Of die Cartesiaanse speur­der­sme­tho­de bij het nieuwe no­vitsjok-raad­sel ook zo werkt, betwijfel ik

Raadsel, analyse, deductie en oplossing: dat was de onfeilbare methode die Christie niet alleen met de zeventiende-eeuwse denker gemeen had, maar ook met Sherlock Holmes en alle andere speurders uit de klassieke detective-roman. Umberto Eco trok haar zelfs tot in de Middeleeuwen door, toen hij in ‘De naam van de roos’ zijn Sherlock-alterego Willem van Baskerville een meervoudige moordzaak in het klooster van Melk liet oplossen. Iets eerder had in Nederland Hélène Nolthenius zoiets al gedaan met haar minderbroeder-detective Lapo Mosca (en laten we, nog veel eerder Chestertons Father Brown niet vergeten).

Toeval en achteloosheid

Maar of die Cartesiaanse speurdersmethode bij het nieuwe novitsjok-raadsel ook zo werkt, betwijfel ik. Voor zover de feiten nu bekend zijn, zit er veel meer de smoezelige geur van toeval en achteloosheid aan. Het onfortuinlijke echtpaar werd niet ver gevonden van de plaats waar vader en dochter Skripal vergiftigd werden. Wellicht hebben de daders het zekere voor het onzekere willen nemen en op meerdere plekken waar de Skripals wel eens kwamen het gifgas aangebracht. Misschien ook zijn ze onvoorzichtig met het spul omgegaan. Misschien hebben ze zich in de locatie vergist, of misschien zelfs in hun beoogde slachtoffers.

Veel meer dan in de wereld van Hercule Poirot, miss Marple, Sherlock Holmes of Father Brown bevinden we ons hier in het universum van John le Carré. De wereld van Georges Smiley en zijn collega’s is allerminst ‘clair et distinct’. Ambiguïteit en onverklaarbaarheid zijn er de wet van. Natuurlijk kunnen ook zij voor elk van hun daden motieven en oogmerken aandragen, vaak zelfs heel rationeel. Maar die hebben wel hun plaats in een wereld die niet meer door een lucide verband wordt samengehouden en waarvan het doel al lang uit zicht is geraakt.

Tussen de verdediging van het Britse Imperium en de carrousel van moord, marteling en verraad die zij op gang houden is een onoverbrugbare afstand ontstaan. In beide kampen werken de geheime diensten voort op een routine die alleen nog omwille van zichzelf bestaat. Dat geeft deze meesterlijke thrillers hun Kafka-achtige beklemming. Op de vierkante millimeter is het allemaal redelijk en verklaarbaar, maar het grote geheel baadt in absurditeit.

Filosofisch gezegd: terwijl de klassieke detective steunt op een typisch modern vertrouwen in het denken als instrument om de werkelijkheid te doorzien, dwaalt de spionageroman van Le Carré rond in een postmoderne wereld die elke ware verankering verloren heeft. De eerste is optimistisch en vol vertrouwen, de tweede melancholisch en wanhopig. Le Carré kent geen echte helden meer, maar alleen nog tragische figuren van wie sommige met moeite enig fatsoen trachten te behouden.

Realistisch

Ik vrees dat Smiley’s wereld een stuk realistischer is dan die van Agatha Christie. De makke van de klassieke speurders was altijd al dat hun analytisch deductievermogen alleen maar werkt binnen de kunstmatigheid van de literatuur. In werkelijkheid raakt elke detective daarmee binnen de kortste keren de kluts kwijt in de verwarrende chaos van feiten en feitjes. Al was het maar omdat rationaliteit, doelgerichtheid en een eenduidige relatie tussen oorzaak en gevolg hoogst schaarse goederen zijn.

De wereld waarin wij leven is opgetrokken uit toeval, stupiditeit, achteloosheid en onwetendheid. Door de slordigheid daarvan strompelen we voort met een – dankzij onze intuïtie – toch nog verbluffend succes. Maar soms heeft de domme realiteit het laatste woord – en dan wordt een volstrekt willekeurig Brits echtpaar met novitsjok-vergiftiging het ziekenhuis ingedragen.

Ger Groot doceerde filosofie aan de universiteiten van Rotterdam en Nijmegen. Voor Trouw bekijkt hij de actualiteit door een filosofische bril. Lees meer columns op trouw.nl/gergroot.

Deel dit artikel

Of die Cartesiaanse speur­der­sme­tho­de bij het nieuwe no­vitsjok-raad­sel ook zo werkt, betwijfel ik