Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

Het nieuwe album van Beck is als zorgeloze all-inclusive vakantie, gespeend van elk avontuur

Cultuur

Muziekredactie

De discografie van de Amerikaanse popkameleon is zeldzaam uiteenlopend: hij kende een sixties-fase, een hiphop-fase, een Prince-fase. © RV

POP
Beck
Colors (Capitol/Caroline)
★★★

Beck kan alles. Maar dat wil niet zeggen dat hij alles ook goed kan. De discografie van de Amerikaanse popkameleon is zeldzaam uiteenlopend: hij kende een sixties-fase, een hiphop-fase, een Prince-fase. Zijn met een Grammy onderscheiden 'Morning Phase' (2014) is vol ambachtelijk georkestreerde folkliedjes. Op een gegeven moment bracht hij alleen bladmuziek uit, het album moest je er zelf maar bij zingen.

Lees verder na de advertentie

Beck kortom, ging steeds weer tegen de verwachtingen in. In zekere zin doet hij dat met 'Colors' eveneens, door nu juist exact te doen wat je zou verwachten. Beck (47) zei toe te zijn aan ongecompliceerde, ongedwongen feestpop en dat is precies wat hij ons voorschotelt. Niets meer. Niets minder. Niets mis mee, ook. Waar wel wat mis mee is, is dat nu Beck doet wat anderen doen, hij daar geen moment bovenuit stijgt. Dan verliest deze kleurrijke artiest plots flink wat zeggingskracht.

Niet dat 'Colors' een slecht album is. Integendeel. Het is een popplaat als zorgeloze all-inclusive vakantie - met alles erop en eraan, maar gespeend van elk avontuur. De vakkundige powerpop refereert duidelijk aan de seventies, geheel volgende de huidige poptrends. Sterproducer Greg Kurstin trekt de boel veel te strak: diens gladgestreken compressie maakt de muziek zo levendig als een Ikea-showroom.

Naar verluidt ging er aan 'Colors' drie jaar aan experimenteren, knippen en plakken vooraf. Maar halverwege krijg je het gevoel dat Beck deze nummers tussen de bedrijven door afhandelde. Los zijn het prima liedjes, bijelkaar ontbreekt een overkoepelende gedachte.

Ook vreemd: beide hoogtepunten van het album, 'Wow' en 'Dreams', zijn al geruime tijd uit. Het eerste verscheen vorig jaar als single, het andere zelfs nog een jaar eerder. Neem 'Wow': het bevat alles dat Beck zo'n interessante artiest maakt. Twee rare fluittonen vormen het fundament van het nummer, Beck doet een paardengeluidje, hij rapt op zijn typisch nerdy wijze. De boel wordt ingekleurd door slim samplewerk. Raar nummer. Wel goed. Probleem alleen: 'Wow' is níet representatief voor de rest.

Beck gebruikt de verwachtingen van zijn publiek, alleen verzaakt hij daar vervolgens mee te spelen.

'Dreams' is dat wel. Opzwepende gitaarakkoordjes, dat op gladde beat sterk wordt opgebouwd naar een pakkend refrein. Een allemansvriend, dit nummer, maar goed, Beck had er twee jaar terug bescheiden hitsucces mee. Het lijkt alsof hij het vervolgens maar als uitgangspunt heeft genomen, want de rest - met één uitzondering - is niet meer dan een slap aftreksel ervan.

Want op 'Up All Night' horen we datzelfde gitaartje, maar dan net omgekeerd. Ook 'Dear Life' of 'No Distraction' smaken hetzelfde: seventies-retrorock in een hip jasje. Bij veel van de zanglijnen op 'Colors' denk je: waar hebben we dat eerder gehoord? Nou, overal.

Misschien is dat lui schrijfwerk, misschien is het precies de bedoeling. Je weet het niet. Want neem die mooie afsluiter 'Fix Me', waarmee Beck bewijst nog altijd songschrijver van formaat te zijn. Het klinkt alleen precíes zoals je een albumafsluiter zou verwachten. Dat is het verhaal van 'Colors': Beck gebruikt de verwachtingen van zijn publiek, alleen verzaakt hij daar vervolgens mee te spelen.

Naast Beck vond de muziekredactie deze week de volgende platen de moeite waard: de terugkeer van St. Vincent, de samenwerking tussen Kurt Vile en Courtney Barnett en de kalmere, nieuwe van De Beren Gieren. En: de volle vijf sterren voor Mendelssohn door het strijkkwartet Quatuor Arod.

Superduo maakt geen superalbum

POP
Kurt Vile & Courtney Barnett
Lotta Sea Lice (Jagjaguwar)
★★★☆☆

Kurt Vile doet niets liever dan lekker een potje pielen op zijn gitaar. Achteroverleunen, ogen gesloten, wat akkoordjes aanslaan en kijken wat er uitkomt. In de Australische Courtney Barnett vond de Amerikaan een gelijkgestemde. De twee raakten bevriend, en het resultaat is deze uiterst gemoedelijk plaat waarop de twee slackerrockers de gitaren naar hartelust met elkaar kruisen.

Je luistert naar een dialoog tussen twee goede vrienden, met de opwinding van een stel dat rond borreltijd even de dag doorneemt. Ze vullen elkaar goed aan: beide zingen níet mooi, met quasi-verveelde intonatie, wat goed samengaat met het losse gitaarspel. Vile schaaft de harde randjes van Barnetts eigen muziek en andersom weerhoudt zij Vile ervan te verzanden in oeverloos gitaargepiel. Het zijn prettige, rootsy folknummertjes. Alleen: deze samenwerking klinkt precíes als de som der delen.

Exemplarisch is dat de beste nummers covers zijn. ‘Fear is Like A Forest’ is geschreven door Barnetts vriendin, het mooie ‘Untogether’ werd in 1993 opgenomen door grungeband Belly. Ook tof is wanneer twee met ‘Peepin’ Tom’ en ‘Outta the Woodwork’ elkaars materiaal onder handen nemen. Maar dat superalbum, dat op papier uit dit superduo had kunnen ontstaan? Nee, daarvoor zitten de twee net te veel in elkaars wereld. - Joris Belgers

Tekst gaat verder onder de afbeelding

Kurt Vile & Courtney Barnett. © AP

De Beren Gieren hebben hun wilde haren afgeschud

JAZZ
De Beren Gieren
Dug Out Skyscrapers
(Sdban)
★★★

Maak eens een voorstelling van een uitgegraven wolkenkrabber. De meesten zullen een metershoog bouwwerk voor zich zien dat onder bijvoorbeeld zand tevoorschijn komt. Maar het is ook mogelijk een immense uitgraving in te beelden die in plaats van omhoog naar de diepte reikt, zoals kunstenaar Wim T. Schippers ooit voorstelde een gat in de grond te graven dat zo diep was als Domtoren hoog. Het Belgische trio De Beren Gieren maakt poëtische muziek die de verbeeldingskracht van de luisteraar onmiddellijk aan het werk zet en uitdaagt. Want schijn bedriegt, zeker ook in deze muziek. Fladderden de jonge beren vaak alle kanten op, op de nieuwe cd klinken ze meer ingetogen en gefocust. Sommige nummers lijken haast op zoek naar een ideale bijna-stilstand, het moment waarop nauwelijks iets verandert, de musici zo min mogelijk geluid produceren, maar juist een maximum aan spanning. Een nummer heet ‘oude beren’: misschien hint het naar de verandering van het groepsgeluid die zich in de afgelopen zeven jaar heeft gemanifesteerd. Piano, bas en drums gaan nu samen met elektronica. Ze zijn kalmer, evenwichtiger, maar nog altijd sensationeel. - Mischa Andriessen

Geboorte van een ijzersterk strijkkwartet

KLASSIEK
Quatuor Arod 
Mendelssohn (Erato)
★★★

De vier jongemannen van het Quatuor Arod ontmoetten elkaar vier jaar geleden op het conservatorium. In een slecht verlicht kamertje speelden ze voor het eerst samen: Mendelssohns kwartet opus 13 in a-klein. Tussen de vier werd een hechte band gesmeed, en de geboorte van een ijzersterk strijkkwartet was een feit. Het viertal won al snel eerste prijzen op concoursen. De BBC benoemde het kwartet in 2017 voor twee jaar tot New Generation Artist. En nu hebben ze een exclusief contract bij Erato dat onlangs de eerste cd uitbracht met – natuurlijk – Mendelssohn. Het kwartet ontleent zijn naam trouwens niet aan een beroemd musicus of componist maar aan de naam van een paard in ‘Lord of the Rings’. In de mythische taal van Tolkien betekent Arod ‘snel’. Snel en virtuoos zijn de musici zeker op momenten dat Mendelssohn daar om vraagt. Maar het is opvallend hoe volwassen de vier in het a-klein kwartet klinken, hoewel ze bijna net zo jong zijn als toen Mendelssohn op zijn 18de dit kwartet componeerde. Leuk dat ze met Marianne Crebassa het lied ‘Frage’ erbij hebben gezet omdat dat zo’n belangrijke rol in het kwartet speelt. Dit superieure viertal speelt vanaf volgende week in Delden (22 oktober), Utrecht (26) en Haarlem (27). - Peter van der Lint 

Tekst gaat verder onder de afbeelding

Mendelssohn © TR BEELD

Muziek St. Vincent niet zo kunstzinnig als zijzelf

POP
St. Vincent
Masseducation (Loma Vista)

St. Vincent is zelf net zo goed een kunstwerk als haar liedjes, op eenzelfde manier als David Bowie dat was. Hij geldt als belangrijke inspiratiebron; in een interview met Oor vertelde de Amerikaanse zangeres dat ze, toen hij stierf, voor het eerst om iemand huilde die ze niet persoonlijk gekend had.

Met de interviews rond dit album was iets aan de hand. De Amerikaanse zangeres liet journalisten op audiëntie komen in een bevreemdende ruimte die nog het meest leek op het konijnenhol waar Alice in verdween. Ze wilde eens wat anders dan die standaardinterviews in hotellobby’s. Lovenswaardig, maar door dergelijke geintjes – en door haar creatieve voorkomen – zou je bij oppervlakkige beluistering bijna geloven dat haar muziek even kunstzinnig en vooruitstrevend is.

Haar stem schakelt voortdurend tussen hoge en lage registers, de elektronische drums dringen zich uitdrukkelijk op, sommige liedjes kennen een merkwaardige twist. Maar het is vorm boven inhoud. ‘Pills’ is een niksig popdeuntje, de titeltrack zeurt door als een telefonische verkoper van kunststof kozijnen. De op zich aardige afsluitende ballad ‘Smoking Section’ eindigt met een voortdurend herhaald ‘it’s not the end’. Zou ze dat werkelijk een briljante vondst vinden? - Klaas Knooihuizen

Deel dit artikel

Beck gebruikt de verwachtingen van zijn publiek, alleen verzaakt hij daar vervolgens mee te spelen.