Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

Het loket voor de teruggave van roofkunst is nu geopend

Cultuur

Eric Brassem

Maskers uit Oceanië in het Tropenmuseum in Amsterdam. © Patrick Post
Interview

In Nederlandse musea bevinden zich nog tal van objecten uit voormalige koloniën. De volkenkundige musea hebben nu criteria opgesteld om te beoordelen of een buitenlands verzoek tot teruggave wordt gehonoreerd.

Landen – of organisaties, of personen – die aanspraak willen maken op objecten in Nederlandse volkenkundige musea, kunnen die terugvorderen. Het Nationaal Museum van Wereldculturen, de koepel waarin het Amsterdamse Tropenmuseum, het Museum Volkenkunde in Leiden en het Afrika ­Museum in Berg en Dal zijn verenigd, maakt vandaag een richtlijn bekend. Daarin staan criteria die worden gebruikt om te beoordelen of objecten ­terug moeten naar landen van herkomst.

Lees verder na de advertentie

Hoeveel ex-koloniën vanaf vandaag op de stoep staan, en hoeveel objecten zij willen meenemen, directeur Stijn Schoonderwoerd durft zich niet aan een voorspelling te wagen. “Niemand weet exact wie waarop aanspraak gaat maken. Grofweg de helft van onze collectie heeft een koloniale context, ongeveer 200.000 objecten. Maar het gaat niet alleen om stukken die aan het koloniale verleden zijn verbonden, maar ook om voorwerpen van inheemse gemeenschappen als Maori, Aboriginals en Amerikaanse inheemse volkeren.

“Evident is dat Nigeria geïnteresseerd is in de ‘Benin Bronzes’ (zie kader). Nigeria en andere landen hebben zelf heel weinig, maar bijvoorbeeld Indonesië heeft een heel grote collectie, die vaak dubbelt met objecten hier. Dus het is helemaal de vraag of Indonesië die zal opeisen.”

Goed, de Benin Bronzes zijn zekere kandidaten voor verzoeken om teruggave. Misschien ook de Singosari-beelden die het Museum Volkenkunde in Leiden ­beheert? Indonesië heeft die in 1975 al opgeëist.

“Er zijn toentertijd tienduizend objecten ­opgeëist, het is nog niet te zeggen of ­Indonesië die nog steeds allemaal terug wil.”

Overal in Europa staat restitutie van ‘koloniale’ kunst op de agenda. Duitsland heeft in het regeerakkoord opgenomen dat musea moeten onderzoeken hoe ze aan hun spullen komen. In Frankrijk heeft Macron gezegd dat alles wat destijds is geroofd, terug moet. Maar tot nationaal beleid is het in die landen nog niet gekomen.

Ook Nederland kent geen nationaal beleid op dit punt en in zekere zin waagt het Nationaal Museum van Wereldculturen (NVMW) een sprong in het diepe, legt Schoonderwoerd uit.

“De angst te worden overspoeld door grote aantallen claims kan leiden tot verlamming. Wij draaien het om, we willen nu aan de slag met helder omschreven principes. De praktijk zal uitwijzen hoeveel claims binnenkomen en hoe ingewikkeld ze zijn. Op basis van de ervaringen kunnen we in Nederland toewerken naar een landelijk beleid. Want dat moet natuurlijk wel gebeuren, net zoals we al landelijk beleid hebben voor de teruggave van door de nazi’s geroofde kunst.”

Aan de leidraad heeft het NMVW vanaf de zomer gewerkt. Over de vorm en inhoud is overleg gevoerd met andere Nederlandse musea, mogelijke eisers in binnen- en buitenland, experts en met het ministerie van cultuur: de staat is eigenaar van de collecties en de minister is eindverantwoordelijke voor besluiten om delen van collecties af te stoten.

“Als je een richtlijn wilt voor alle musea van het ministerie, dan wordt het politiek. Dan moeten politieke partijen zich erover uitspreken, komen er commissievergaderingen, Kamerdebatten, en voor je het weet ben je twee jaar verder. Ik ben juist blij dat het ministerie het ons mogelijk maakt aan de hand van concrete zaken de bouwstenen aan te leveren, waarop straks dat nationale beleid mede kan worden bepaald.”

Directeur Stijn Schoonderwoerd van het Nationaal Museum van Wereldculturen. © Patrick Post

De minister houdt het laatste woord. Wat is er nu voor een eiser veranderd? Die kon zich toch altijd al bij de minister vervoegen?

“Nog nooit is expliciet gezegd dat teruggave van objecten een mogelijkheid is. Nieuw is ook dat wij kunnen zeggen welke criteria van belang zijn. Er was ­altijd een mogelijkheid een claim in te dienen, maar tot nu toe was niet duidelijk hoe lang het zou duren, waarop de claim werd beoordeeld. Het was een soort zwarte doos.”

Het museum benoemt de ‘onafhanke­lijke’ commissie. Is dat niet de fameuze slager die zijn eigen vlees weer eens keurt?

“Wij geven een expliciete mogelijkheid om een claim in te dienen en noemen de criteria waarop we toetsen. Dit is geen opzetje om restitutie tegen te houden. Als dat ons streven was, zouden we onze nek niet uitsteken met dit raamwerk.”

Als de commissie besluit tot teruggave over te gaan, betekent dat dan dat de objecten onrechtmatig in bezit waren?

“Tsja, onrechtmatig… als we ons alleen zouden richten op de juridische kant, dan kom je weg met ‘het is allemaal verjaard’. Het gaat dus veel verder dan onrechtmatigheid, het gaat om morele afwegingen die we nu maken en we gaan voorbij aan wetsteksten van toen. Het is vooral een morele afweging.”

Als wordt besloten tot restitutie, hoort daar dan ook een excuus bij?

“Dat is op de eerste plaats niet aan ons, want de staat is eigenaar van de collectie, niet het museum. Wij willen niet de hele koloniale geschiedenis in een beleidskader stoppen, waarbij we ons excuseren voor het bezit van een bepaald object. Als die term valt, valt ook de term ‘betaling’ al gauw. Daar gaat deze richtlijn niet over. De principes in deze leidraad passen we eigenlijk allang toe, op basis van wetten en VN-verdragen. We sturen ook gestolen objecten uit ­Syrië terug, die willen we niet in onze collecties hebben.”

De regeling biedt ook mogelijkheden voor landen die belangrijke culturele objecten willen hebben die niet per se ontvreemd zijn. Schoonderwoerd: “Dan gaat het om objecten van zo’n grote nationale culturele betekenis dat ze bij ons zouden vallen in onze nationale erfgoedwetgeving.”

De commissie gaat ook beoordelen of ­eisers een ‘onontbeerlijke’ culturele band hebben met de objecten die ze ­opeisen.

“Ja, als je je zou beperken tot de vraag: is dit roofkunst of niet, maak je het jezelf een stuk makkelijker, maar dan sluit je ook een heleboel uit. Je kunt je voorstellen dat het onderzoek voor bepaalde objecten geen uitsluitsel geeft over de vraag of een object roofkunst is, terwijl de eiser wel een sterk verhaal heeft over wat een object betekent voor zijn erfgoed en nationale geschiedenis. Als zo’n object wat dat betreft beter tot zijn recht komt op een andere plek dan Nederland, dan moet teuggave bespreekbaar zijn.”

Stelt u eisen aan wat er met objecten gebeurt na overdacht?

“Als een land zegt een enorm nationaal cultureel belang te hebben, dan weegt de commissie mee wat de plannen zijn om dat culturele belang tot zijn recht te laten komen. Bij roofkunst is de afweging een andere, dan zeggen we niet: we geven alleen maar terug als jullie een museum hebben met de juiste ­klimatologische omstandigheden en dikte van het beveiligingsglas en dergelijke beveiliging, dan dicteer je alsnog koloniale voorwaarden.”

De commissie kan ook besluiten tot ­uitlenen en samenwerken in plaats van overdracht.

“Als je erkent dat de eiser recht van ­eigendom heeft, kun je ook overeen­komen dat een deel in Nederland ge­exposeerd blijft, in bruikleen. Ook de ­landen van herkomst hebben er wat aan als ze kunnen tonen uit wat voor een hoogontwikkelde cultuur hun objecten afkomstig zijn. Of ze beschikken nog niet over goede expositiefaciliteiten. Het is dus niet zwart-wit: alles terug of alles hier.”

Hoe kun je voorkomen dat kunstobjecten na teruggave in verkeerde handen vallen, bijvoorbeeld in landen die in burgeroorlog verkeren of kampen met corrupte machthebbers?

“Die angst komt vaak ook om de hoek bij voormalige koloniën. Alsof die per definitie allemaal corrupt zijn, of niet methun erfgoed kunnen omgaan. Als

je hebt vastgesteld dat een land of na­bestaanden onvrijwillig afstand heeft moeten doen van objecten, moet je daarna zeggen: het is aan de eigenaar om te beslissen wat ermee moet gebeuren. Het is inderdaad niet uit te sluiten dat het gelijk op de veiling belandt of thuis achter slot en grendel. Dat ligt anders als de claim zich baseert op nationale betekenis, dan kun je kijken waar het terecht komt, en eventueel zeggen: de bommen vliegen nog bij u rond, we wachten nog even met overdragen.

“Bij elke stap en elke overweging kun je allemaal redenen bedenken waarom het in de praktijk heel ingewikkeld is, welke risico’s eraan zitten. Dat is de reden waarom er al jaren niks gebeurt. We draaien het nu om, gaan aan de slag en bij alle problemen die we tegenkomen, kijken we hoe we alles in goede banen kunnen leiden.”

Lees ook:

Nigeria wil geroofde kunst terug

Nigeriaanse cultuurhistorische schatten ter waarde van honderden miljoenen euro’s liggen nog altijd in westerse musea. In Leiden onderhandelt het Afrikaanse land over terugkeer van zijn stukken.

Europese musea kunnen zich schrap zetten: koloniale kunst moet terug

Wat moeten we met koloniale kunst van omstreden herkomst? Nou, teruggeven maar. Dat staat in een advies aan de Franse president Emmanuel Macron, dat vrijdag verschijnt. Europese musea kunnen zich schrap zetten.

Deel dit artikel