Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

Het leven van John Nash: genie, gek, genezen

Cultuur

ROB SCHOUTEN

Review

Sylvia Nasars biografie van Nobelprijswinnaar voor de Economie 1994 John Nash, 'A Beautiful Mind', is een hype. Het ligt als warm broodje naast de kassa van boekhandels opgetast, uitgeverij De Bezige Bij fabriceerde er op korte termijn een vertaling van, 'Een schitterend brein', de populaire tv-neuroloog Oliver Sacks gaf het een aanbevelend woordje mee, het verschijnt in toptiens. Waarom eigenlijk?

Toegegeven, een verhaal over een genie dat gek wordt trekt altijd de aandacht. De geschiedenis zit vol van zulke fascinerende omslagen in het leven van briljante geesten die langzaamaan verduisterd raken. De beroemdste voorbeelden zijn allicht de filosoof Nietzsche en de dichter Hölderlin. Maar het leven van de wiskundige John Nash (geb. 1928) lijkt op voorhand verre van zo indringend te verlopen als genoemde voorbeelden, en ook de diagnose van zijn kwaal, paranoïde schizofrenie, is, met alle permissie, nu ook weer niet zo uitzonderlijk dat je er steil van achterover slaat.

Nee, de clou van het succes van deze levensgeschiedenis zit 'm in het feit dat de man weer geneest en momenteel weer min of meer normaal en gezond rondloopt. De briljante wiskundige, wiens 'schitterend' brein dertig jaar in waanzin gehuld ging, ontwaakte als het ware weer. Hij ontving in 1994 de Nobelprijs voor een in zijn jongere jaren ontvouwen theorie en het ziet ernaar uit dat hij weer op twee geestelijke benen staat. Nasars boek over hem is dus een 'feel good' boek: er is soms licht aan het uiteinde van de tunnel, we kijken mee aan gene zijde van de geestelijke dood.

Al op jeugdige leeftijd blijkt Nash' wiskundige genialiteit. Natuurlijk was hij, zoals elk genie (Einstein!) niet goed op school en zeker ook niet bepaald in wiskunde. Zijn latere kijk op de getallen was op een bepaalde manier ook nogal intuïtief. Volgens de kenners droeg hij voor bepaalde zuiver wiskundige problemen onconventionele oplossingen aan door er op een scheve manier tegen aan te kijken.

Bij het plaatje van jong genie (op z'n 21ste promoveerde hij) behoort ook een zekere emotionele onaangepastheid. Sociaal lag hij nogal achter. Hij was wereldvreemd, arrogant, haalde puberale grappen uit. Hij liet een vrouw met een kind zitten, hield er dubieuze politieke en racistische ideeën op na. Kortom, een egoïst en een onaangenaam mens. Wie het wil kan in diens jonge jaren als het ware de voorgeschiedenis van zijn latere ziekte zien: waarin hij ten slotte als een schim over de campus van de universiteit zal rondwaren. Maar anderzijds, er zijn zat emotioneel onaangepaste, briljante mensen die níet schizofreen worden.

De Nobelprijs voor de Economie die Nash in 1994 met twee anderen ontving, kreeg hij in feite voor zijn eerste artikel, dat een classic werd. Het is een onderwerp uit de speltheorie: ,,Hoe kunnen we voorspellen wat de wisselwerking is tussen twee rationele onderhandelaars''. Deze vraag die aan de basis ligt van handel en economie maar ook relevant is voor de sociologie en de biologie en die, in de tijd dat Rusland en Amerika frontaal botsten, ook verregaande politieke implicaties had, wordt door Nash wiskundig zo opgelost dat er een punt bestaat waarop beide partijen hun winst kunnen optimaliseren: het Nash-evenwicht.

Aanvankelijk werd John Nash in het veld der wiskundigen heel hoog aangeslagen; toch raakte hij, mogelijk door zijn excentrieke gedrag en zijn sociale onaangepastheid, niet aan de absolute top. Zo werd hem, het jonge genie, niet het verwachte professoraat aangeboden en ook kwam hij niet in aanmerking voor de in kringen van wiskunde (waarvoor immers geen afzonderlijke Nobelprijs bestaat) hoog aangeslagen Fields Medal. Misschien dat in deze teleurstellingen de voedingsbodem van zijn schizofrenie ligt.

Toch krijg je als lezer de indruk dat het eerder in zijn wiskundige denken zelf besloten lag, dat hij met dezelfde intuïtief-logische manier van denken die hij in zijn jonge jaren had ontwikkeld, later op een raar spoor verzeild raakte en daar gewoon doormaalde. Hoe dan ook, na 1958, rond zijn dertigste levensjaar, nemen zijn gedachten steeds vreemdere wendingen. Hij begint in getallensymboliek te geloven, beweert dat abstracte machten uit de ruimte met hem communiceren, hij vervaardigt extragalactische rijbewijzen, zegt een aanbod te hebben afgeslagen om keizer van Antarctica te worden, meent dat hij paus Johannes XXIII is en probeert Oost-Duits staatsburger te worden. Zijn vrouw scheidt van hem.

In diverse klinieken proberen ze hem te genezen, hij wordt onderworpen aan de dubieuze insuline-coma-behandeling, raakt verzeild op plekken waar ze chemische dwangbuizen en elektroshocks toepassen. Kortom, hij wordt behandeld als de gek die hij op dat moment is, en op de manier die dan gangbaar is. Na verloop van tijd keert hij terug naar huis, ongenezen natuurlijk en lijdt een leven als zombie. Als schim waart hij over de campus van Princeton, kalkt zo nu en dan mysterieuze boodschappen op de schoolborden, een mompelaar en sigarettenbietser. Zijn bijnaam: de Geest. Vrijwel niemand weet op den duur nog wie hij is. En van de geniale wiskundige John Nash neemt men aan dat hij allang dood is.

Maar rond de jaren negentig begint het wonderbaarlijk genoeg weer langzaam op te klaren in 's mans geest, hij wordt aanspreekbaar, begint zich weer sociaal te gedragen. Later zal John Nash zeggen dat hij zijn eigen herstel afdwong door als het ware zijn politieke en sociale waandenkbeelden opzij te zetten. Zoals hij erin raakte zo raakt hij er ook weer uit en voor de onschuldige kijker oogt de man die in 1994 de Nobelprijs in ontvangst neemt, hoogstens een beetje schichtig, wat wereldvreemd maar daar is men tenslotte geleerde voor.

Nasars verhaal over deze wonderlijke wederopstanding is aardig verteld maar ook niet meer dan dat. Ze behandelt Nash als een soort langdurige case study, zonder echt in zijn wonderlijke geest te (kunnen) kruipen. Wel valt het te waarderen dat ze de man, ook in zijn gezonde periode, bepaald niet sympathieker maakt dan hij was. Verder lijdt het boek enigszins aan Amerikaanse superlatieven en houdt ze het ook niet steeds even zakelijk.

Maar kennelijk zijn dat de voorwaarden voor een succesverhaal over een in meerdere opzichten onbegrijpelijke geest, waar je als lezer best het prettiger gevoel aan kunt overhouden dat het niet erg is als je wat gewoner in elkaar steekt.

Wilt u de reacties op dit artikel lezen? Registreer u hier voor een proefperiode van twee maanden.

Het plaatsen van reacties is voorbehouden aan de betalende abonnees van Trouw. Kijk hier voor een overzicht van onze abonnementen.

Het bekijken en plaatsen van reacties is voorbehouden aan onze betalende abonnees. Kijk hier voor een overzicht van onze abonnementen.

Als betalend abonnee kunt u een reactie plaatsen op dit artikel. Deze is alleen zichtbaar voor andere (proef)abonnees.

Om uw reactie te kunnen plaatsen, hebben we uw naam nodig. Ga naar Mijn profiel


Wilt u dit artikel verder lezen?

Maak vrijblijvend een profiel aan en krijg gratis 2 maanden toegang.

Het e-mailadres bij dit profiel is nog niet bevestigd. Een link om te bevestigen kun je vinden in je inbox.
Ben je de link kwijt? Vraag hier een nieuwe aan.

Ongeldig e-mailadres

Wachtwoord is niet correct

tonen

Wachtwoord komt niet overeen

tonen

U moet akkoord gaan met de gebruiksvoorwaarden


Wij gaan vertrouwelijk om met uw gegevens. Lees onze privacy statement.

Deel dit artikel

Advertentie