Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

Het leven en werk van Netty Nijhoff door de ogen van Marja Pruis

Cultuur

Jann Ruyters

Mousehole, Cornwall. © ANP, Topography
Boekrecensie

Een nieuw boek van Marja Pruis - romanschrijver en essayist met een scherpzinnige, soepele pen - is altijd spannend, ook als het eigenlijk een ‘oud’ boek is.

‘De Nijhoffs en ik - over de gevolgen van een genre’ is een herziene editie van Pruis’ debuut ‘De Nijhoffs of de gevolgen van een huwelijk’, nu voorzien van een nieuwe inleiding en een biografische appendix inclusief noten.

Lees verder na de advertentie

Dat debuut werd twee decennia geleden niet enthousiast ontvangen. Integendeel. Critici reageerden sceptisch op haar biografische schets van Netty Nijhoff, echtgenote van Martinus, een enkeling zelfs hatelijk. Die negatieve kritieken verrasten Pruis, schrijft ze in de nieuwe inleiding. Ze had met de vorm, een kruising tussen memoir en biografie, wel geëxperimenteerd, maar in dit literaire, persoonlijke portret van een ten onrechte vergeten schrijfster bepaald geen reden voor controverse gezien.

Dat die controverse er wel kwam, had met het genre te maken, concludeert ze nu. ‘De Nijhoffs of de gevolgen van een huwelijk’ was een making-of, meer een verhaal over het schrijven van een biografie dan een biografie zelf.

In navolging van andere vernieuwende biografische studies (zoals ‘The Silent Woman’ van Janet Malcolm over Sylvia Plath) waarin de biograaf zelf prominent aanwezig was, voerde ook Pruis in haar tekst een ik-figuur op, een alter ego, een wat onhandige biograaf die in haar speurtocht naar de feiten van het leven van Netty Nijhoff op weerstand, twijfels, tegenspraak en onwillige getuigen stuit. Dat overkomt veel biografen, alleen deze biograaf deelde niet alleen haar ontdekkingen maar juist ook die vergeefse omzwervingen en frustraties met de lezers.

Pruis’ tekst is aan­ste­ke­lij­ker. Ze laat je uitkijken naar meer en nog veel­om­vat­ten­der biografieën

En dat waren er nogal wat bij Netty Nijhoff. Zij schreef enkele romans (de bekendste is het opnieuw verschenen ‘Twee meisjes en ik’) en leidde na haar kortstondige huwelijk met Martinus een spannend leven met minnaressen in verschillende landen. Van dat leven liet ze weinig sporen na, ze vernietigde veel brieven en aantekeningen; onvoltooide manuscripten raakten zoek. Ook de enige nazaat van de Nijhoffs, de tijdens Pruis’ speurtocht al overleden zoon Faan, gooide een briefwisseling van zijn ouders in het vuur.

Restte de wel nog levende zaakwaarnemer van de Nijhoffs, door Pruis ‘Van Dishoek’ gedoopt, een wichtigmacher die de biograaf het idee geeft dat hij nog van alles interessants in de kluis heeft liggen, maar weigert iets van dat materiaal aan haar af te staan. “Iemand die zijn leven legitimeert met dat van een ander, daar dan bovenop blijft zitten en nooit met iets komt”, aldus de geïrriteerde en gefrustreerde onderzoeker.

Kortzichtigheid 

Juist die meermaals over haar project twijfelende, soms wanhopende ‘ik’ riep ergernis op bij de critici. Misschien ook omdat deze biograaf niet alleen op hindernissen stuit, maar op sommige momenten een wolf in schaapskleren is, getuige haar vileine oordelen over enkele geïnterviewden: de onwillige zaakwaarnemer (‘hij praatte alsof hij teveel tong in zijn mond had’), de voormalige minnaar van zoon Faan, Albert Mol (‘jammer van die lange tanden die hem iets van een bever geven’), Nijhoffs tweede vrouw actrice Georgette Hagedoorn (‘schalks en koket gedrag waarmee een mooie vrouw het lang ver schopt maar dat zich op een dag tegen haar keert’).

Het zijn het soort scherpe waarnemingen en spannende terzijdes waar deze schrijfster erg goed in is, maar die in deze biografische schets soms ook nog iets bedachts hebben.

Dat was toen. Herlees je het boek nu dan constateer je dat Pruis in dat binnenstebuiten keren van het traditionele genre van de biografie, en in het naar voren schuiven van het ‘ik’ van de biograaf, haar tijd juist ook vooruit was.

Pruis nu: “Ik wilde laten zien dat een getuigenis nooit op zich staat maar altijd een belang dient. Dat iedereen lijdt aan kortzichtigheid en dat ook de blik van de biograaf gekleurd raakt.”

Een kern diept deze subjectieve biograaf expres niet op en het einde laat ze open, maar ondertussen brengt ze via via de ongrijpbare Netty Nijhoff toch voor je tot leven; via getuigenissen, interviews, en het meest via portretten van de anderen in haar leven; stuk voor stuk aansprekende ‘personages’.

Pruis schetst de loyaliteit van Netty jegens de ontrouwe Martinus en hoe ze na hun huwelijk (een moetje) snel weer ieder huns weegs gingen, maar op verzoek van Netty toch 34 jaar getrouwd bleven. Ze wijdt een hoofdstuk aan ‘de heilsoldate’, Martinus’ tot het katholicisme bekeerde moeder die anders dan zijn dominante uitgeversvader hem tot het dichterschap aanspoorde. Ze vertelt over de lesbische liefdes van Netty: de Italiaanse Maria met wie ze een pension voerde in Settignano en de androgyne kunstenares Marlow Moss met wie ze in Cornwall woonde (de locatie van ‘Twee meisjes en ik’).

Pruis vertelt ook over de verschillende versies van het einde van die liefdes. Ze duidt Netty Nijhoffs extreme hang naar schoonheid en, in een roerende lyrische passage, haar vermogen om in mensen ‘de zachtheden te zien’.

Als je geïnspireerd door deze levendige biografische schets ook Nijhoffs roman ‘Twee meisjes en ik’ leest, valt die wel een beetje tegen. Het is een melancholieke en broeierige roman, bij de eerste verschijning in 1931 omstreden vanwege de suggestie van homoseksualiteit en het vele overspel. De mannelijke verteller ontmoet tijdens een vakantie in Cornwall twee meisjes met wie hij, hoewel bijna twintig jaar ouder, in een levenslange driehoeksverhouding zal belanden. Alleen die heimelijk hunkerende, gekwelde verteller, het Lolita-achtige thema van vergeefs verlangen en zelfdestructie, de soms omslachtige zinnen hebben nu toch wat ouderwets.

Pruis’ tekst is aanstekelijker. Ze laat je uitkijken naar meer en nog veelomvattender biografieën, van alle Nijhoffs, van Marlow Moss, van de heilsoldate en van Albert Mol. En eigenlijk ook van Marja Pruis zelf.

De Nijhoffs en ik, of de gevolgen van een genre

Marja 
Nijgh & Van Ditmar; 221 blz. € 19,99

Twee meisjes en ik

A. N. Nijhoff
Cossee; 314 blz. € 19,99

Deel dit artikel

Pruis’ tekst is aan­ste­ke­lij­ker. Ze laat je uitkijken naar meer en nog veel­om­vat­ten­der biografieën