Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

Het is de muziek van hun ouders, de teksten zijn onbegrijpelijk. Toch is ‘Bohemian Rhapsody’ hot onder jongeren

Cultuur

Gerwin van der Werf

Leerlingen van Gerwin van der Werf, de auteur van dit stuk, poseren in hun beste Queen-pose. © Martijn Gijsbertsen, assistentie Marco Vet

Muziekdocent en schrijver Gerwin van der Werf was wel klaar met het nummer ‘Bohemian Rhapsody’. Maar sinds de gelijknamige film - die morgen diverse Oscars kan winnen - is Queen helemaal hot bij zijn leerlingen en heel veel andere jongeren. Hoe kán dat? Met zijn mentorklas ging hij naar de bioscoop.

“Meneer, het is vast te moeilijk en zo, maar denkt u dat we in de muziekles met de klas héél misschien ‘Bohemian Rhapsody’ zouden kunnen doen?” Sara is dertien, ze zit in de tweede en ze staat voor me met een ernstige uitdrukking op haar gezicht. Haar vriendin staat naast haar, tegen haar aan eigenlijk, en heeft exact dezelfde blik in haar ogen: de zorgelijke blik waarmee ze leraren proberen te bewegen het proefwerk te verplaatsen terwijl ze weten dat het voorstel geen schijn van kans maakt. Maar goed, je kunt het proberen. 

Lees verder na de advertentie

Ik vertel Sara dat het inderdaad wat moeilijk is, dat nummer. Vooral het begin, en het middenstuk, en het slot. En dan het enige stukje dat wel moet lukken: ik hoor het al galmen “Mamaaaaa oeoeoeoeoeoe”. Dat is toch geen gehoor in een klaslokaal? Dat is om eerlijk te zijn nérgens een gehoor. Ik zeg tegen Sara dat ‘We will Rock You’ ook leuk is. Ze knikt en heft haar hoofd op in een manmoedige poging om zichtbaar voor mij haar teleurstelling in goede zin te veranderen. 

Ik laat haar een We Will Rock You-app zien, ontwikkeld door het IRCAM uit Parijs, het instituut voor experimentele muziek waar componist Pierre Boulez directeur was. Hoe leuk is dát? Je kunt al schuddend met je telefoon verschillende onderdelen van het nummer afspelen, waarbij je goed in de maat moet zwaaien - boem-boem-klap, boem-boem-klap. Verderop in de gang speelt iemand piano. Het is een brugklasleerling die ik niet ken, ze speelt de eerste twee maten van ‘Bohemian Rhapsody’, althans, van het ballade-gedeelte (‘Mama’). Dat is al zeker de tiende keer die week dat ik het pianoloopje hoor.

Studenten van het Rijnlands Lyceum in Oegstgeest worden gefotografeerd als rockgroep Queen. © Martijn Gijsbertsen, assistentie Marco Vet.

Ik ken ze al zolang ik lesgeef, jongeren die in de veronderstelling verkeren dat ‘Bohemian Rhapsody’ het summum van goede muziek is. Het zijn zowel jongens als meisjes, ze zijn tussen de zestien en de achttien, ze hebben de top-40-rommel achter zich gelaten en hebben nu ineens smaak - volgens henzelf. Ik behandelde ze altijd als psychiatrische patiënten. Niet meteen tegenspreken, niet bekeren of drammen, minzaam glimlachen, eerst ándere (betere of onbekendere) Queen-nummers laten ontdekken (‘Good Old-fashioned Loverboy’, ‘Death on Two Legs’, ‘Under Pressure’) en dan toeslaan met Bach en Beethoven. Of helemaal de andere kant op met The Clash en Ramones, ook prima. Weg van die pseudo-klassieke mock-opera.

Verderop in de gang speelt iemand piano, de eerste twee maten van ‘Bohemian Rhapsody’

Het was een missie. Queen hoorde tot de glamrock, en glamrock is een campy versie van muzikale wansmaak. Dat Freddie Mercury en de zijnen drie weken in de opnamestudio bezig zijn geweest met één minuut operateske samenzang (‘Galileo’), dat er veel moeilijke akkoorden in zitten, het zal allemaal wel - zo dacht ik. En het is toch ook waar? We waren klaar met dat nummer, zeker sinds de geestdodende, deprimerende dominantie in de Top 2000. Het recept: alle bekende ijssmaken door elkaar mikken en op hoog vuur smelten, dan krijg je ‘Bohemian Rhapsody’, liefkozend Bo-Rhap genoemd. Jaarlijks eenmaal draaien op 31 december om vijf voor twaalf, meezingen met een ironisch ondertoontje: “Mama, oeoeoe”, gauw weer opbergen. Net als de Matteüspassie op Goede Vrijdag.

© Martijn Gijsbertsen, assistentie Marco Vet.

De film ‘Bohemian Rhapsody’ is een regelrechte bioscoophit, al twee miljoen bezoekers, terwijl de ontvangst in de pers lauw en kritisch was: ‘brave biopic’ (NRC), ‘oppervlakkig, misschien zelfs waardeloos’ (Parool), de film werd schematisch en moralistisch genoemd. De bandleden hadden er een te grote stem in gehad. Mercury werd als showman goed neergezet, maar zijn queer karakter tekortgedaan (en daarmee alle queers). Dat de bioscoop desondanks volstroomt met Top 2000-liefhebbers verbaast me niet: alle veertigers en vijftigers zijn zwaar verliefd op hun eigen muziekjeugd. Veel verrassender vind ik het succes van de film bij jongeren zoals Sara. Het is de muziek van hun ouders, de teksten zijn onbegrijpelijk voor pubers (‘She keeps her Moët et Chandon in her pretty cabinet’), we praten over een zanger met een dikke snor die vijftien jaar voor zij werden geboren al dood was. Van aids heeft een enkeling weleens gehoord. “Dat was toch een soort ziekte?” Als Queen inderdaad hot is onder pubers: hoe komt dat dan?

‘Die vent kan echt goed zingen!, ‘Wat een vette nummers!’

Je moet ergens beginnen, dus ga ik zelf de film bekijken. Ik neem mijn mentorklas mee, een stel vijftienjarigen, bijna allemaal jongens - rauwdouwers met donkere jassen, vet haar en kleine hartjes. Acht verschillende nationaliteiten. Twee jongens hebben hun gitaar bij zich. Ze willen de film zelf graag zien, ik hoef geen pleidooi te houden dat mij zou misstaan. Ik ga een rij voor hen zitten om mij niet in de popcorn-orgie te hoeven mengen en besluit het zo kritiekloos mogelijk te ondergaan. 

Het verhaal van de band wordt op een economische manier verteld, de male bonding, de ruzietjes, de creatieve flow in de studio (de inspiratie voor ‘Galileo’ kwam van een kraaiende haan - tuurlijk), allemaal prima doch verre van opzienbarend. Het gaat om Freddie, dat is duidelijk, zijn strijd en zijn eenzaamheid. Toch een kritiekpuntje: je ziet steeds hoe het gedaan is, hoe het effect wordt bereikt: Freddie trekt zijn bovenlip over zijn grote snijtanden (hij is onzeker!), Freddie draagt een spiegelende zonnebril en ontwijkt vragen (hij komt niet uit de kast!), Freddie is zijn stem kwijt vlak voor Live Aid (oh nee!). 

Ondanks dat blijf ik twee uur lang gefascineerd kijken naar Rami Malek, die Mercury spetterend en ontroerend vertolkt. Ik blijf ook zitten tijdens de aftiteling waarbij ‘Don’t Stop me Now’ wordt gedraaid en je de echte Freddie bezig ziet op het podium. Bij de echte Freddie kan ik niet weglopen. Als ik eindelijk omkijk is de rij achter mij leeg. Chipszakjes en kartonnen popcornbekers vormen een kreukelig tapijt, dat ik aanzie voor een symbool van teleurstelling en verveling. De volgende dag vraag ik in de les of de jongens er hopelijk toch nog wat aan vonden.

Nou daar gaan ze.

“Echt heel chill.”

“Die vent kan echt goed zingen!”

“Wat een vette nummers!”

“Wist u dat Queen op Live Aid het beste concert aller tijden is?”

Iedereen is fan. Iedereen draait Queen op Spotify. De twee maten Bo-Rhap klinken in de hal.

© Martijn Gijsbertsen, assistentie Marco Vet.

Ik spreek met collega’s van andere scholen, bij hen gaat het precies zo: veel kinderen zijn fan. Bassisten zijn in de weer met ‘Another One Bites the Dust’, pianisten met Bo-Rhap en nerdy gitaristen met het begrijpen van parallelle septiemakkoorden. Ik vraag of de pubers misschien zijn uitgekeken op de simplistische vier-akkoordenpop-met-computerbeat. “Ik geloof niet dat de doorsnee-leerling bezig is met welke akkoorden in een liedje zitten”, zegt een jonge collega die pas vader is geworden en zich dus nog geen zorgen hoeft te maken over een Queen-invasie in huis. Via mijn dochter (14, fan) hoor ik dat de derdeklassers op het Stedelijk Gymnasium te Leiden een toets over ‘Bohemian Rhapsody’ moesten maken. Een van de vragen luidde: ‘Wat maakt Bohemian Rhapsody tot een meesterwerk?’.

Na een oproep op social media krijg ik berichten van ouders die vertellen dat hun kinderen aan Queen verslingerd zijn geraakt. Sommige ouders vinden dat geweldig, anderen afgrijselijk. Menigeen gaat op zoek naar zijn oude platencollectie: ‘Ik dacht dat ik wel klaar was met die Greatest Hits’. Een ander: ‘Ik ben mega voor de bijl gegaan.’ Maar let op: het is de omgekeerde wereld, in veel gevallen slepen de jongeren hun ouders mee naar de film en wakkeren bij hen het vuur weer aan.

© Martijn Gijsbertsen, assistentie Marco Vet.

Ondertussen is geen enkele piano in het land veilig voor de eerste twee maten Bo-Rhap.

Ik praat met een muzikale tweeling van elf, gitarist Wout en trompettist Jonas, die normaal graag Stevie Wonder draaien. Hun vader meldt dat ze fan zijn geworden na het zien van de film. Nu draaien ze dagelijks Queen (al enkele weken) en Wout speelt ‘Bohemian Rhapsody’ met zijn bandje (wauw!). Wat vinden ze zo goed aan de muziek? Tja, het klinkt gewoon anders dan de meeste nummers. Jonas: “Ik vind het goed dat hij laat zien: ik kan zingen zoals niemand anders kan.”

En, wat vonden jullie ervan? ‘Echt heel chill’,

Als ik vaststel dat Queen/Mercury een hype is, dan moet ik erbij zeggen dat het vooral lijkt te gaan om een hype onder kinderen van welgestelden en hoogopgeleiden, ouders die hun kinderen ook naar muziekles brengen. Toch is het opmerkelijk. Op Spotify is ‘Bohemian Rhapsody’ veruit de meest gedraaide song uit het genre classic rock. The Beatles, Led Zeppelin of Eagles komen niet in de búúrt van de bijna 700 miljoen plays van Bo-Rhap. Die 700 miljoen is vergelijkbaar met de topnummers van hedendaagse artiesten als popzangers Dua Lipa, dj Martin Garrix en rapper Kendrick Lamar, maar nog een stuk lager dan Ed Sheeran die met ‘Shape of You’ meer dan 2 miljard plays haalt. Ter informatie: The Clash en de Ramones blijven ver, ver achter.

© Martijn Gijsbertsen, assistentie Marco Vet.

Je kunt de hype relativeren en in perspectief plaatsen, maar je kunt er niet omheen. Hij ís er. De aantrekkingskracht van de muziek van Queen en met name van Freddie Mercury - zijn stem, zijn verpletterende showmanschap - is universeel, van alle tijden, en volledig genderneutraal. Je hebt alleen een lekkere film nodig om haar wakker te kussen. Ik vraag Wout (11) welke muziek meegaat naar een onbewoond eiland: Stevie Wonder of Queen? Hij twijfelt. Queen moet wel mee. Ze moeten allebei mee. Hij twijfelt weer, nu hardop: “Als je er lang naar luistert, naar Queen, wil je ook weer eens wat anders horen.”

Dat gevoel ken ik, uit 1985 om precies te zijn. Maar die twee maten Bo-Rhap komen in een illuster rijtje pianodeunen die je altijd zult blijven horen: ‘Vlooienmars’, ‘Für Elise’, ‘Wals van Amélie Poulain’, ‘Bohemian Rhapsody’. 

Reacties

Is uw liefde voor de hits van Queen ook aangewakkerd door de film, of kunt u deze al jaren niet meer aanhoren? Schrijf ons, in max. 120 woorden, o.v.v. naam en woonplaats: tijdpost@trouw.nl

Foto's

Op de foto’s poseren Astrid Hook, Caroline Le Gascoin-Girard, Eve Ladurée, Maya Smith, Johann Leibrandt, Jonathan Gaubert, Lucas Garcia Liu en Léon Joly, leerlingen van Gerwin van der Werf, in hun beste Queenposes voor de camera van fotograaf Martijn Gijsbertsen (assistent: Marco Vet). Ze zitten allemaal op de International School Rijnlands Lyceum in Oegstgeest.

Lees ook: 
Rami Malek zingt, springt en koketteert als Freddy Mercury in ‘Bohemian Rhapsody’
De film Bohemian Rhapsody, die in de aanloopperiode werd geplaagd door wisselingen van regisseurs en hoofdrolspelers, hinkt op verschillende gedachten en wil een beetje van alles zijn.

Deel dit artikel

Verderop in de gang speelt iemand piano, de eerste twee maten van ‘Bohemian Rhapsody’

‘Die vent kan echt goed zingen!, ‘Wat een vette nummers!’

En, wat vonden jullie ervan? ‘Echt heel chill’,