Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

Het Huis van de Regering: interessant en indringend, maar wijdlopig

Cultuur

Paul van der Steen

Het huis van de regering. Een familiesaga uit het Sovjet-tijdperk. Deel 1. © rv
Boekrecensie

Russische revolutionairen in residentie zagen dromen ontaarden in nachtmerrie

Het Engelstalige origineel is een ontzagwekkende pil. De Nederlandse vertaling van Yuri Slezkines ‘Het Huis van de Regering. Een familiesaga uit het Sovjettijdperk’, verschijnt deze en volgende maand in twee nog altijd kloeke boekwerken.

Lees verder na de advertentie

Tegenover die dikte staat veel schoonheid. Een werkelijk schitterend omslagontwerp van Francesco Bongiorni en Chris Ferrante, dat voor- en achterop de kamers van het Huis verbeeldt en op de rug een liftkoker. Zelfs de belettering (tot aan de hoofdstuktitels toe) ademt de sfeer van de eerste decennia na de Russische revolutie.

Fraai is ook de waarschuwing voorin: “Dit is een historisch verhaal. Iedere gelijkenis met fictieve personages, dood of levend, berust volledig op toeval.” Slezkine streeft naar een geschiedenisboek dat leest als de beste Russische literatuur. Over de communistische machtsovername, dit jaar een eeuw geleden, die een omkering van alle bestaande verhoudingen beloofde, en dat wat daarop volgde.

Familiegevoel 

De auteur, geboren in de Sovjet-Unie en tegenwoordig hoogleraar geschiedenis in Berkeley, Californië, hangt zijn vertelling op aan een gebouw aan de oevers van de Moskva: het Huis van de Regering. Tien jaar na de revolutie besloot het Kremlin (de overbuurman) tot de bouw van dit enorme complex. Het communisme van de Sovjet-Unie suggereerde graag een familiegevoel. En een familie woont onder één dak. Het Huis van de Regering voorzag in 550 appartementen, winkels, sportfaciliteiten, kinderopvang, een theater, een bioscoop en nog veel meer.

Oude bewoners moesten plaatsmaken voor de re­vo­lu­ti­o­nai­ren

De communistische partij had de leden van de nieuwe voorhoede tot dan toe laten wonen in het Kremlin of andere bestaande gebouwen. De oude bewoners werden op straat gezet, hun meubels geconfisqueerd. Of zoals dat in de ruwe taal van de revolutie heette: “Alle oude rotzooi werd eruit gegooid.”

Het grootste probleem van al die ‘slaaphuizen’ vormde de achterliggende registratie. Het bijhouden van alle verplaatsingen, promoties en degradaties van functionarissen met de bijbehorende verhuizingen bleek een helse klus.

Elitair en verkwistend 

Architect Boris Iofan kreeg de lastige opdracht om Marx’ ideeën over intermenselijke relaties en productie de vorm van een gebouw te geven. Al ver voor de oplevering klonk er kritiek op het Huis van de Regering. Dat de plannen met grote geheimzinnigheid waren omgeven, hielp niet. Tegenstanders noemden het gebouw elitair en verkwistend. De kosten bedroegen 30 miljoen roebel: het tienvoudige van de oorspronkelijke begroting. Al voor voltooiing waren de hoogtijdagen van het utopisch bouwen voorbij. Dat ging maar ten koste van andere revolutionaire idealen. Een ander project, het Huis der Sovjets, ruim vierhonderd meter hoog waarvan honderd meter voor het standbeeld van Lenin, kwam er nooit. Het had het grootste gebouw ter wereld moeten worden. Het toch kolossale Huis van de Regering zou twee keer in de grote hal van het Huis der Sovjets passen.

De appartementen in het Huis van de Regering werden het thuis van burgers met verdiensten voor de revolutie, staats- en partijfunctionarissen, militairen, geleerden, modelarbeiders en andere zorgvuldig geselecteerden met hun gezinnen. Echt rustig was het nooit. Iemand kon zomaar uit de gratie vallen, het Huis niet langer waardig zijn, of voor gewichtig werk worden overgeplaatst naar een verre uithoek van de Sovjet-Unie.

Wie zou als volgende aan de beurt zijn?

Vijfjarenplan bejubeld 

De partij feliciteerde zichzelf. Op het congres van 1934 werden het eerste vijfjarenplan en andere ‘successen’ bejubeld. Achter de schermen ging het minder euforisch toe. Bij geheime stemmingen voor een nieuw Centraal Comité riep dictator Stalin behoorlijk wat weerstand op. Die zou uiteindelijk zijn gram halen met een niets ontziende, wrede en willekeurige golf van terreur. Ook in het Huis van de Regering verdwenen mensen, vaak keerden ze nooit meer terug. De diensten die de verdoemden ophaalden, konden zo naar binnen: ze beschikten over een eigen sleutel. Onder de achtergeblevenen heerste paranoia. Wie zou als volgende aan de beurt zijn? Velen hulden zich in stilzwijgen. Ondertussen deden ze hun best om connecties met arrestanten of mogelijke arrestanten te verdoezelen. Op het hoogtepunt van de vervolgingshysterie moesten quota worden gehaald. Schuld door associatie kon iemand al de kop kosten.

In de loop van 1938 kwam het regime weer een beetje bij zinnen. Maar de volgende ramp kondigde zich al aan. In de zomer van 1941 vielen de Duitsers de Sovjet-Unie binnen. Ruim vijfhonderd bewoners van het Huis trokken ten oorlog. Bijna een kwart kwam nooit meer terug. Eind 1941, toen de vijandelijke troepen Moskou naderden, werd iedereen die nog in het Huis resideerde, geëvacueerd. Bij terugkeer in 1942 bleek veel vernield en verdwenen. Het Huis van de Regering kwam die laatste klap eigenlijk nooit meer te boven. Het was niet langer dé exclusieve residentie voor hen die ertoe deden in de USSR. Zij verspreidden zich meer en meer over tal van plekken in de hoofdstad.

Oordeel: interessant en indringend, maar wijdlopig

Aan ‘Het Huis van de Regering’ is zichtbaar veel research voorafgegaan en het boek staat vol interessante en indringende passages. Slezkine wil echter te veel. Hij had beter streng kunnen vasthouden aan zijn oorspronkelijke uitgangspunt, het vertellen van het verhaal van dat merkwaardige complex in het hart van Moskou en zijn bewoners. Juist zij koesterden de dromen van een betere toekomst met zich mee. Juist daar, meer nog dan elders, ontaardden die revolutionaire fantasieën in een gruwelijke nachtmerrie.

Fragmentarisch 

Dat drama ontrolt zich nu wel in dat boek, maar erg fragmentarisch. Slezkine vindt het kleine plaatje als representant van het grote niet voldoende. Hij wil ook uitgebreid stilstaan bij de algemene lijnen van de geschiedenis, trekt bij herhaling - en op den duur tot vervelens toe - parallellen tussen religies en het communisme en met al zijn doorwrochte beschouwingen over literatuur uit het beschreven tijdsgewricht had de historicus gemakkelijk een aparte publicatie kunnen vullen.

‘Het Huis van de Regering’ is daardoor een te wijdlopig boek. De Duitse hoogleraar geschiedenis Karl Schlögel bleef beter bij de les in zijn vuistdikke, in 2011 in Nederland verschenen ‘Terreur en droom’, waarin hij zich concentreerde op het Moskou van 1937. Consequent inzoomen binnen die stad op het Huis en uitzoomen in de tijd ten opzichte van Schlögel had ook in het geval van Slezkine echt monumentale geschiedenis met literaire kwaliteiten opgeleverd.

Overigens, voor wie benieuwd is naar het Huis van de Regering anno 2017: een deel van de voorzieningen zoals het theater en de bioscoop bestaan nog. De appartementen worden niet meer van staatswege verdeeld maar zijn particulier bezit en gaan weg voor enorme prijzen. Helemaal bovenop staat een ster. Niet die rode die symbool stond voor de revolutie.

Yuri Slezkine 
Het Huis van de Regering. Een familiesaga uit het Sovjet-tijdperk. Deel 1.
Vert. Cornelis van Ginneken, Barbara Lampe & Albert Witteveen.
Spectrum; 640 blz. € 49,99


Het e-mailadres bij dit profiel is nog niet bevestigd. Een link om te bevestigen kunt u vinden in uw inbox.
Bent u de link kwijt? Vraag hier een nieuwe aan.

Wachtwoord is niet correct

tonen

Wachtwoord komt niet overeen

tonen

U moet akkoord gaan met de gebruiksvoorwaarden

Deel dit artikel

Oude bewoners moesten plaatsmaken voor de re­vo­lu­ti­o­nai­ren

Wie zou als volgende aan de beurt zijn?

Oordeel: interessant en indringend, maar wijdlopig