Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

Het gouden binnentrio

Cultuur

Martine Borgdorff

'Het gouden binnentrio' werden ze genoemd: Abe Lenstra, Faas Wilkes en Kees Rijvers. De legendarisch geworden voetballers uit de jaren veertig en vijftig, die met hun prachtige acties hele stadions in vervoering brachten. Maar de verdiensten van de drie reiken verder dan sportieve hoogstandjes, zo vertelt ons het laatste deel van de vierdelige NOS-serie 'Sport in beeld', dat morgenavond vóór de oefeninterland Engeland-Nederland wordt uitgezonden.

Wilkes en Rijvers, en in mindere mate Lenstra, werden onbedoeld de voortrekkers van het betaalde voetbal in Nederland. De Gullits, Van Bastens, Davidsen en Van Nistelrooijs mogen hen wel dankbaar zijn, want zonder de drie en hun generatiegenoten waren de miljoenen aan transfersommen een jongensdroom gebleven.

Er gaapt een majeure kloof tussen de voetballers van nu, voor wie zakkenvullen een vanzelfsprekend recht is, en de nijvere voetballers op de krakende zwart-witbeelden die 'Sport in beeld' laat zien. Geld speelde nog geen rol, voetballen deed je voor de eer, je zette je in voor honderd procent, 'ter ere van onze bond en ons vaderland'.

Voetbalbond KNVB was dan ook hevig ontstemd toen Nederlands eerste echte international Bert Bakhuis in 1937 naar Metz vertrok om daar zijn voetballoopbaan te vervolgen. De bond, indertijd voorgezeten door Karel Lotsy, sprak schande van zoveel geldwolverij en verklaarde Bakhuis tot persona non grata. Lotsy streefde het zuivere amateurvoetbal na en Bakhuis was niet langer welkom bij wedstrijden, zelfs niet als toeschouwer. Laat staan dat hij ooit nog terechtkon bij een Nederlandse club. Het zou uiteindelijk nog tot 1954 duren eer de KNVB mentaal toe was aan een profcompetitie in Nederland.

Tot het zover was zochten de sterren van toen, zich al terdege bewust van hun grote marktwaarde, hun heil elders. Zoals Abe Lenstra, die niet tevreden was met het bod van de Franse club Nîmes van 750000 gulden, maar die wel kon lachen om concurrent Nice, die hem vervolgens een blanco cheque toestuurde met de mededeling dat hij dan maar zelf een bedrag moest invullen. Na ampel beraad met mevrouw Lenstra, besloot Abe de cheque in de prullenbak te gooien. Want stel dat Nice akkoord zou gaan met een bedrag van pak 'm beet 1 miljoen. Dan zat hij toch maar mooi aan die Fransen vast en daar piekerde hij zelfs voor een miljoen niet over.

Deel dit artikel