Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

Het bombardement was geen vergissing

Cultuur

Onno Havermans

Meer dan tweeduizend inwoners van Nijmegen verloren in 1944 het leven door oorlogsgeweld. Maar het leed van burgerslachtoffers wordt vergeten, concludeert historicus Joost Rosendaal.

Vol bravoure waren de Bungay Buckaroos in november 1943 in het Engelse Suffolk neergestreken. De cowboys van de Amerikaanse luchtvloot noemden zich naar het stadje vlakbij hun basis. Hun eenheid werd al na enkele maanden training ingezet bij Operatie Argument, die begin 1944 de weg moest effenen voor de geallieerde invasie in Frankrijk. De derde week van februari bombardeerden duizenden Amerikaanse en Engelse jagers Duitse vliegvelden, havens en fabrieken. De Buckaroos moesten de productie van Messerschmitt-jachtvliegtuigen in Gotha lamleggen.

Over die luchtoorlog is vaker geschreven, maar de manier waarop historicus Joost Rosendaal dat doet is verfrissend. Natuurlijk waren de jonge vliegers helden, die hun leven waagden om Europa te bevrijden. Maar ze waren ook roekeloos en ze maakten fouten. Rosendaal onderzocht zo’n fout, die te boek staat als ’vergissingsbombardement’. Maar een vergissing was het bombardement van Nijmegen niet, concludeert hij uit de verklaringen die de piloten en hun bemanning na terugkeer in Engeland aflegden. Op 22 februari 1944 zat alles tegen. Bij het opstijgen in Engeland was het grijs en mistig. Boven de Noordzee raakten veel vliegers het contact met hun sectie kwijt. De aanval werd afgeblazen, maar de Buckaroos vlogen toen al boven Duitsland. Commandant William Schmidt gaf daarom opdracht gelegenheidsdoelen te kiezen. Achteraf verklaarde hij de Duitse grenssteden Kleef en Goch te hebben uitgekozen. Maar de bommen vielen op Enschede, Deventer, Arnhem en Nijmegen.

In de eerste drie steden vielen tientallen doden. Nijmegen werd in het hart getroffen: het centrum vloog in brand en 760 inwoners kwamen om. Het was druk op straat omdat na een luchtalarm net het sein veilig had geklonken. De hulpverlening kwam laat op gang omdat de telefoniste op het politiebureau was geraakt.

Domme pech, maar geen vergissing. De Dinky Duck, die de bomvlucht aanvoerde, moest wegens drukte in het luchtruim twee keer uitwijken. Toen plots een grote stad opdoemde, koos de bommenrichter het stationsgebied als gelegenheidsdoel. Omwille van de krachtige wind markeerde hij dat een paar meter eerder. Dertien Buckaroos volgden zijn voorbeeld met dodelijke precisie. De meesten hadden wel degelijk in de gaten dat ze Nijmegen troffen, al besefte niet iedereen dat die stad in bezet gebied lag en dus geen doelwit hadden mogen zijn.

Rosendaal, docent geschiedenis aan de Radboud Universiteit, verrichtte zijn onderzoek voor de gemeente Nijmegen, die wilde weten waarom de stad na 65 jaar nog steeds worstelt met het bombardement. De beschrijving van de ware toedracht aan het begin van ’Nijmegen ’44’ vormt de opmaat tot een gedetailleerde analyse in de rest van het boek. Daarin trekt Rosendaal nog twee opmerkelijke conclusies. Ten eerste: de herinnering aan het bombardement overschaduwt de moeilijke periode die Nijmegen in hetzelfde jaar als frontstad heeft doorstaan, met opnieuw honderden doden. Na zijn bevrijding tijdens Operatie Market Garden, in september 1944, lag Nijmegen vijf maanden lang in de Duitse vuurlinie. Gek genoeg werd de bevolking niet geëvacueerd, toen de geallieerden een half miljoen militairen in het Rijk van Nijmegen samentrokken om via het Rijnland door te stoten naar Berlijn.

Met ruim tweeduizend burgerslachtoffers neemt Nijmegen zeven procent van het aantal Nederlandse oorlogsdoden voor zijn rekening. Dat is onevenredig veel. Die burgerslachtoffers zijn jarenlang buiten elke officiële herdenking gebleven. En dat is Rosendaals tweede conclusie: net als de meeste Europese landen wist Nederland jarenlang niet wat het aan moest met ’zinloze’ burgerslachtoffers. We herdenken soldaten en verzetsmensen, gevallen voor het vaderland.

Die vaststelling maakt ’Nijmegen ’44’ meer dan een plaatselijk geschiedenisboek. Rosendaal maakt aannemelijk dat de behoefte om het bombardement te vergeten niet louter voortkwam uit gêne over de daders, onze bevrijders. Nijmegen wist zich domweg geen raad met al die gewone mensen, die voor niks leken te zijn gestorven. Die onmacht is universeel. Pas nu de samenleving individualiseert, neemt de belangstelling voor de herdenkingen jaarlijks toe.

Lees verder na de advertentie
Februari 1944: bominslag in het centrum van Nijmegen. Middenrechts het Keizer Karelplein. (Trouw)

Deel dit artikel