Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

Het beeld van de oorlog

Cultuur

Hans Masselink

Review

Middenin de discussie over wat goede oorlogsjournalistiek is - naar aanleiding van de Kosovo-crisis - komt deze week het boek uit over het leven van Alfred van Sprang, frontcorrespondent uit de jaren vijftig. Een tijd waarin de journalist het front nog kon bezoeken, in gevechtstenue. En gewoon partij koos.

'Een schok ging gisteravond door Nederland... Niet alleen in journalistieke kring heerst diepe verslagenheid. Ook de miljoenen Nederlanders, die hem in de loop der jaren vooral door zijn radio-reportages hebben leren kennen, ervaren zijn overlijden als het verlies van een goede vriend'. Het stond in de inleiding van een tweekolomsbericht, 25 november 1960 op de voorpagina van Trouw. Het was als semi-opening gebracht, op een plaats die doorgaans slechts is bestemd voor de 'groten der aarde'.

Het ging dan ook om niemand minder dan de journalist Alfred van Sprang die op 43-jarige leeftijd was overleden. Aan een hartstilstand, volgens het Trouw-bericht. Van Sprang was dé oorlogsverslaggever van het televisieloze tijdperk na de oorlog. Zijn bekende stem bracht via de NCRV-radio de luisteraars dichtbij de grote wereldgebeurtenissen. De oorlogen in Korea en Indo-China, de Nederlanders in Nieuw-Guinea, de opstand in Boedapest, de Hollandse soldaten in La Courtine; Alfred van Sprang zat erbij.

Hij schreef voor de Kwartetbladen (De Rotterdammer, Nieuwe Haagsche Courant, Nieuwe Leidsche Courant en Dordtsch Dagblad) die later met Trouw fuseerden. En menig lezer van het protestants-christelijke weekblad De Spiegel (tegenhanger van de Katholieke Illustratie in die tijd) zal zich Van Sprangs fotowerk herinneren, bizarre beelden van de Mau Mau in Kenia, van president Tsjang Kai-sjek in Formosa, van de jonge Jordaanse koning Hoessein aan de dis, van Franse soldaten in Indo-China.

Een deel van Van Sprangs fotocollectie is vanaf zaterdag te zien in de Rotterdamse Kunsthal. Op menig foto was Van Sprang zelf aanwezig, de sterfotograaf in battledress op locatie, de gevaren trotserend. Hij hield ervan zichzelf over het voetlicht te brengen, zijn status als vliegende reporter te verhogen. En hij liet graag weten dat hij vaak in de hoogste kringen der wereld verkeerde.

Van Sprang floreerde in een tijd dat we het nieuws nog haalden uit de kranten of van de verzuilde Nederlandse radiozenders Hilversum 1 of 2. De beelden kwamen uit de familietijdschriften of van het Polygoon-nieuws in de bioscopen. Van Sprang maakte zelf in 1960, in het jaar dat hij stierf, de overstap naar de televisie, nam op zijn reizen ook nog een filmcamera mee in zijn al zo zware handbagage, waarin zich een bandopnameapparaat, een schrijfmachine en verschillende fototoestellen bevonden.

De foto-historicus en journalist Louis Zweers schreef ter gelegenheid van de fototentoonstelling in Rotterdam een boek over de radio-journalist: 'Alfred van Sprang, Het gezicht van de Koude Oorlog'. Hij schildert Van Sprang af als een gezagsgetrouw man en een overtuigd anti-communist, een journalist die er niet direct op uit was om de gruwelen van de oorlog, het lijden van een volk vast te leggen. Hij stond vooral aan de kant van de militairen, hield ervan te verkeren tussen de fiere soldaten en officieren .

Van Sprang was een soort Kuifje, een lonesome cowboy, ging door het leven als de eenzame rusteloze zwerver, was 'altijd op weg van de ene trouble-spot naar de andere', zoals hijzelf schreef. 'Geen gelegenheid om echte vrienden te maken of je te omringen met de dingen die je mooi vindt. Geen leven ook om te trouwen... Maar zou ik me nog wel aan een rustig bestaan in Nederland kunnen schikken. Ik ben zo aan de ruimte en de vrijheid gewend. Niet een stad of land als arbeidsterrein, maar de hele wereld.'

'De ene dag Formosa en de andere Singapore. Over een paar weken misschien India of Rusland of Zuid-Afrika. Een interview met een staatshoofd. Een nacht aan een of ander front. Exotisch eten in een oosters restaurant. Een avontuurlijke tocht door het oerwoud. Het is een leven boordevol afwisseling en avontuur', schreef Van Sprang in zijn boek Avonturen in Azië. Veel vrouwen vielen op deze avonturier. Maar Van Sprang voelde er weinig voor een vrouw 'met zijn gevaarlijks beroepsleven' te confronteren, zei hij zelf. In die tijd was het in de kringen waarin Van Sprang verkeerde niet gewoon om over de eigen homoseksualiteit te spreken.

Van Sprang, geboren in Middelburg in 1917, schreef in 1939 zijn eerste boek 'Kampeeravonturen van een vrolijk stel', vertrok in 1940 naar 'Ons Indië', werd in 1942 door de Japanners gevangen genomen. Verzwakt kwam hij in 1945 uit het kamp. In de jaren daarna was hij nog veel in Indonesië, sprak vol lof over de Nederlandse soldaten 'die elke dag er maar weer op uit trokken om orde en rust te brengen in heel Indië'. In die tijd gaf vrijwel de gehele Nederlandse pers een nogal gekleurd beeld van de situatie in Indonesië.

De oorlogsverslaggever voelde zich aangetrokken tot Azië, 'deed' onder andere de oorlog in Korea. Give them hell, Jim, the bastards, noteert hij uit de mond van een Amerikaanse tankbemanning, die bezig is met de beschieting van Chinese soldaten. In Indo-China waar de Fransen het communistische gevaar van de Vietminh probeerden te keren, voelde Van Sprang zich bijzonder thuis in de sfeer van Saigon, op de Franse terrassen tussen de soldaten. Hij had veel mededogen met de 'eenzame gemeenschap van Franse burgers en militairen en Vietnamese arbeiders aan alle kanten ingesloten door communistische benden.'

Zeer bekend is Van Sprang van zijn reportages uit Boedapest waar de Hongaren in 1956 in opstand kwamen tegen de Sovjet-bezetter. Hij had de primeur van de Russische inval, wist op zondagochtend 4 november nog net het nieuws door te bellen, voordat alle verbindingen van Boedapest met de buitenwereld werden verbroken. Van Sprang werd nog bekender dan hij als was. In Nederland zat vrijwel iedereen aan de radio gekluisterd om de laatste berichten uit Hongarije te ontvangen. 'Even heeft Hongarije de vrijheid gekend. Nu is het communistisch regime weer aan de macht. Het IJzeren Gordijn is opnieuw neergelaten', zei Van Sprang.

Van Sprang maakte vele omzwervingen door zwart Afrika, liet in Kenia zijn zware bandopnameapparaat dragen door Mau Mau's die door de Britten gevangen waren genomen. In de Ethiopische hoofdstad Addis Abeba zat hij aan bij een diner met keizer Haile Selassie, 'deze sympathieke vorst als koptische christen bovendien nog geestelijk met ons verbonden'. In Belgisch Congo sprak hij met de 'gevaarlijke volksmenner' Patrice Lumumba, de eerste onafhankelijke premier. 'Het Congolese volk zal worden opgeruid tegen de Belgen. Zij zullen net zoals de Nederlanders uit Indonesië en de Fransen uit Indo-China moeten vertrekken.'

In 1960 was het weekblad De Spiegel lovend over de veertiger die 'geenszins van zin is zijn leven vol spanningen op te geven voor een rustige baan en 's avonds met pantoffels bij de haard' te zitten. Maar Van Sprang dacht er in november van dat jaar anders over, wilde overwinteren in Den Haag. 'De wereld moet maar eens even draaien, zonder dat ik ernaar kom kijken. Ik moet wat knutselen in huis en mijn plakboeken bijwerken.'

Nadat enkele dagen niets van hem werd gehoord besloot de politie een kijkje in zijn huis te nemen. Van Sprang werd dood aangetroffen. Een hartstilstand volgens het voorpaginabericht van Trouw. Een vergiftiging suggereerde De Telegraaf: 'Het is niet onmogelijk dat Van Sprang de dood is ingedreven.' De communistische Waarheid zag een complot tegen deze man die teveel wist en in hoge kringen verkeerde. Maar waarschijnlijker is dat Van Sprang zelfmoord had gepleegd.

Kunsthal Rotterdam. Fototentoonstelling Alfred van Sprang Fotograaf van de Koude Oorlog. 26 juni tot en met 5 september, dinsdag tot en met zaterdag 10.00 tot 17.00 uur, zon en feestdagen 11.00 tot 17.00 uur.

Deel dit artikel