Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

Hendrik Driessen zet Museum De Pont zelf wel op de kaart: 'Subsidie? Nee, dank u'

Cultuur

Henny de Lange

Hendrik Driessen bij het werk 'Forever Bicycles' (2003) van Ai Weiwei, dat speciaal voor de jubileumtentoonstelling is teruggekomen. © Roos Pierson

Vanuit het niets bouwde Hendrik Driessen in 25 jaar De Pont uit tot een spraakmakend museum. 'Wij willen geen subsidie."

"Dit vulde ook zo lekker." Hendrik Driessen wijst naar het kunstwerk 'Planet Circle' van Richard Long. Het bestaat uit een enorme hoeveelheid brokstukken witte kalksteen die in een wijde cirkel op de vloer liggen. Het werk beslaat een fors deel van het 30 bij 30 meter grote tentoonstellingsplein in Museum De Pont in Tilburg. Driessen ziet zichzelf nog staan, ruim 25 jaar geleden, toen deze enorme ruimte in een voormalige wolspinnerij helemaal leeg was. 'Hoe krijg ik deze grote vlakte zinvol gevuld', vroeg hij zich destijds af. "Het was echt heel eng om aan dit avontuur te beginnen."

Lees verder na de advertentie

Toch kreeg Hendrik Driessen (65) het voor elkaar om vanuit 'helemaal niets' een particulier museum voor hedendaagse kunst op te bouwen. In een kwarteeuw is De Pont onder zijn leiding uitgegroeid tot een toonaangevend instituut. Het wordt internationaal geprezen om de zorgvuldig opgebouwde collectie van inmiddels zo'n achthonderd werken van tachtig kunstenaars, onder wie grote namen als Marlene Dumas, Bill Viola, Anish Kapoor, Luc Tuymans, Berlinde de Bruyckere en Ai Weiwei.

Van Edy de Wilde heb ik geleerd: nooit denken, ik koop het want dan heb ik het maar

Driessen realiseerde dat met een kleine staf en zonder een cent subsidie. Het museum, dat nu jaarlijks tachtig- tot honderdduizend bezoekers trekt, wordt gefinancierd uit het vermogen dat de Tilburgse ondernemer Jan de Pont (1915-1987) naliet.

Dat moet wel een grote pot met geld zijn die Jan de Pont heeft nagelaten, afgaand op de topkunst in de collectie.

Hendrik Driessen: "Om hoeveel geld het gaat blijft geheim. Ik kan wel zeggen wat ons aankoopbudget is: een half miljoen euro per jaar. Alleen in exceptionele gevallen kan ons bestuur besluiten daar vanaf te wijken. Niet door extra geld uit het vermogen te halen, dat zou onverstandig zijn. Voor uitzonderlijke aankopen hebben we een intern fonds gecreëerd."

De Pont is een erkend museum en kan voor belangrijke aankopen toch ook een beroep op het Mondriaanfonds, de Vereniging Rembrandt, de BankGiro Loterij of andere fondsen?

"We willen geen subsidie of ondersteuning, omdat we financieel onafhankelijk willen blijven. We weten wat ons budget is en daar moeten we het mee doen. Dat geeft helderheid, maar betekent ook dat we scherpe keuzes moeten maken. In De Pont willen we een beeld schetsen van de kunst van onze tijd met de kunstenaars die daar volgens ons het meest kenmerkend voor zijn. Onze keuze wordt mede bepaald door drie keer per jaar een solotentoonstelling te brengen van een kunstenaar van wie we werk hebben of graag willen aankopen. We verzamelen in de diepte, niet in de breedte. Bij elke aankoop vraag ik me af: als dit de laatste aankoop van deze kunstenaar zou zijn, is dit dan het werk dat we moeten hebben? Van Edy de Wilde, die mijn baas was bij het Stedelijk Museum in Amsterdam, heb ik geleerd: nooit denken, ik koop het want dan heb ik het maar. Ik probeer ook altijd een hechte band op te bouwen met de kunstenaars in onze collectie. Dan willen ze je ook wel eens wat gunnen."

Toen u in 1989 werd aangesteld als directeur van de stichting De Pont, was er nog geen collectie en geen gebouw. Hoe kwam de familie bij u terecht?

"Jan de Pont had bepaald dat een deel van zijn vermogen moest worden ingezet om de hedendaagse kunst te stimuleren en kunstenaars te ondersteunen door hun werk aan te kopen. Verder stond er niets vast, alles lag open. De familie zocht daarom iemand die zelf iets kon bedenken. Edy de Wilde belde me op. Hij zat in het bestuur van de stichting die de familie had opgericht om de wens van Jan de Pont uit te voeren. Mijn eerste reactie was: nee, dat ga ik niet doen. Ik was twee jaar ervoor van het Stedelijk overgestapt naar het Van Abbemuseum in Eindhoven waar ik een leuke baan had als hoofdconservator en adjunct-directeur. Ik had daar net mijn eerste exposities gemaakt met onder meer Donald Judd en Richard Serra. Die waren opgevallen, dus daarom dachten ze misschien aan mij.

Ik zie mezelf nog staan, op die smerige vloer, vol kuilen en vet van de machines. Hoe moesten we hier een museum van maken?

"Ondanks mijn bedenkingen heb ik toch een paar A4'tjes volgeschreven met mijn ideeën en gepleit voor een plek om de aangekochte kunst te tonen. Het bestuur vond mijn plan uitdagend en het klikte goed in de gesprekken die we voerden, dus besloot ik de stap te wagen. Op mijn zolderkamertje ben ik thuis aan de slag gegaan, in mijn uppie. In Tilburg, de stad van Jan de Pont, werd een geschikt pand gevonden: een oude wolspinnerij die hij uit een faillissement had gered. Toen het bedrijf alsnog moest sluiten, heeft de stichting het met de zes werknemers overgenomen. Vier van die mensen hebben hier nog tot hun pensioen gewerkt als portier en in andere functies."

En toen moest er ook nog een collectie worden opgebouwd. Waar begin je dan?

"Ik zie mezelf hier nog staan, op die smerige vloer, vol kuilen en vet van de smeerputten van de machines. Hoe houdt kunst zich in deze ruimte, vroeg ik me af. Hoe maken we hier een museum van? We kregen ook negatieve reacties. De sfeer in de museumwereld was zelfs een beetje van: waarom een nieuw museum maken als er al zoveel zijn? Waarom die pot met geld niet verdeeld over bestaande musea die het moeilijk hebben? Ik was 36 jaar en had nog nooit aan collectievorming gedaan. Gelukkig zaten er mensen in het bestuur met kennis van zaken: oud-museumdirecteuren als Edy de Wilde en Rudy Oxenaar, kunstverzamelaar Jan Maarten Bol en bankier Cas de Quay die bevriend was met de kunstenaar Lucebert.

Je moet bij het opbouwen van een collectie scherp zijn vanaf het begin

"Maar dan nog: wat wordt je eerste aankoop? Ik moest denken aan de openingszin die Rudi Fuchs als directeur van het Van Abbemuseum schreef in een artikel bij het 50-jarig jubileum van het museum: 'Al met de eerste aankoop wordt de weg bepaald'. Je moet bij het opbouwen van een collectie scherp zijn vanaf het begin."

En wat werd het?

Driessen loopt naar de zaal waar zijn allereerste aankoop hangt. "Dit kleine schilderijtje van Rob Birza, het heet 'De Hand'. Waarom ik dit heb gekocht? Ik kijk nooit naar esthetiek, maar naar wat me irriteert of dwarszit. Dit werk prikkelde me, omdat Birza het met tempera heeft geschilderd. Dat was in de schilderkunst not done in die tijd, zo'n ouderwets medium. Maar hij maakte er heel frisse, eigenwijze dingen mee. Ik vond het obstinaat, al maakte ik me wel zorgen hoe zo'n klein werkje zich zou houden in de ruimte. Maar ik bedacht dat ik het altijd nog op mijn kantoor kon hangen. Birza heeft toen ook nog een groter schilderij gemaakt, 'I hate Brancusi', mijn tweede aankoop. Vervolgens zag ik in Frankfurt die grote cirkels van stenen van Richard Long. Ik vond dat zulke krachtige werken over de schoonheid van de natuur." Lachend: "En ze vulden ook nog eens lekker."

Van Marlene Dumas kocht hij 'The First People': vier manshoge portretten van baby's die eerder angst inboezemen dan vertederen. "Daar kon ik ook een goed verhaal bij vertellen, wat me zou helpen in de discussie met het bestuur. Bij de opening van het museum konden we tien eigen werken tonen met de cirkel van Long als de blikvanger. Voor de rest waren het allemaal bruiklenen."

Moet u voor elke aankoop langs bij het bestuur?

"In het begin werd elke aankoop besproken. Naarmate ik er langer zat en het vertrouwen groeide, heb ik een steeds groter mandaat gekregen, al overleg ik nog steeds over de meeste aankopen. De familieleden in het bestuur zijn zeer betrokken en er zitten ook mensen met museale ervaring in. Nu zijn dat onder meer directeur Taco Dibbits van het Rijksmuseum en John Leighton, oud-directeur van het Van Gogh Museum."

Hoe lang blijft u nog mister De Pont?

"Men heeft mij gevraagd wat langer aan te blijven. Daarmee maak ik de dertig jaar vol. De bedoeling is dat ik op 1 juli 2019 vertrek. Maar de tentoonstellingen voor 2020 heb ik dan ook al geprogrammeerd."

Jubileum-expositie

Museum De Pont viert het 25-jarig bestaan met de expositie 'WeerZien'. Daarin worden naast de vaste collectie iconische kunstwerken getoond die als bruikleen te zien waren in het museum. Enkele 'Grosse Geister' van Thomas Schütte - 2,5 meter hoge wezens van glimmend aluminium - komen op bezoek, evenals grote installaties van Ai Weiwei, Christian Boltanski en Robert Therrien. Ook is een reconstructie te zien van de proefopstelling die directeur Hendrik Driessen maakte, nog voor zijn eerste aankoop en voordat het gebouw klaar was. Met geleende kunstwerken testte hij uit hoe het museum, dat is gevestigd in een voormalige wolspinnerij, zou kunnen werken.

WeerZien, t/m 18 januari in De Pont, Tilburg. Het museum is elke donderdag van 17 tot 20 uur gratis te bezoeken.

Deel dit artikel

Van Edy de Wilde heb ik geleerd: nooit denken, ik koop het want dan heb ik het maar

Ik zie mezelf nog staan, op die smerige vloer, vol kuilen en vet van de machines. Hoe moesten we hier een museum van maken?

Je moet bij het opbouwen van een collectie scherp zijn vanaf het begin