Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

Helmantel zuinig met symbolen

Cultuur

door Anne Marijke Spijkerboer

De Groningse beeldend kunstenaar Henk Helmantel houdt elk jaar een tentoonstelling van eigen werk, in zijn woning, de oude pastorie van Westeremden. Deze zomer besteedt de gelovige kunstenaar aandacht aan Rembrandts invloed op zijn altijd figuratieve werk.

Helmantel doet met zijn beeldend werk wat in de kunstwereld lange tijd not done was: hij schildert figuratief en komt er vrijelijk voor uit dat hij een gelovig mens is.

Sinds een aantal jaren is het figuratieve weer op grote tentoonstellingen te zien. Bovendien blijkt Helmantel niet de enige te zijn met religieuze inspiratie. Toch is hij met zijn gereformeerd-protestantse achtergrond een unicum in de wereld van de kunst.

Helmantel is de schilder van stillevens en kerkinterieurs. Met de stillevens staat hij in een lange Nederlandse traditie.

Af en toe is de invloed van Dick Ket te vinden, maar vaker nog waan je je in de 17de eeuw. De weelderigheid van de pasteien, kazen, citroenen, druiven en bokalen wijn van Willem Claesz. Heda of Jan Davidsz.

De Heem heeft hij weggelaten. De voorwerpen op de stillevens zijn opvallend – calvinistisch – eenvoudig: kastanjes met hun bolsters van een paar dagen oud, pruimen-met-plekjes, broden (weliswaar wit), een Romeinse fles, uien of een muis.

Ook eieren liggen regelmatig voor Helmantel te poseren en hoe vaker je ze tegenkomt, hoe geheimzinniger ze worden.

Wat is er meer gesloten en ’afgerond’ dan een ei? In de ’Witte kom met eieren’ tonen ze met z’n negenen stilletjes hun inkeer. In ’Bronzen nap met drie eieren’ kunnen ze dat ook gedrieën af. Elders denk je bij de gebroken eierschalen even hun geheim te pakken te krijgen, maar dan blijken de schalen schoon en leeg.

De voorwerpen in Helmantels stillevens zijn bij nadere beschouwing minder simpel dan je eerst zou denken.

Er is nogal wat antiek Romeins glas in zijn stukken verwerkt. Toch maakt ook dat kostbare glas een sobere indruk. De vormen zijn eenvoudig en van grote schoonheid. Het zoeken naar schoonheid in de dingen zoals ze zijn, lijkt hoe dan ook een motto in Helmantels werk. In oorsprong is het geschapene goed zoals het zich voordoet, en dat is op zijn schilderijen te zien. Elk detail is met grote aandacht geschilderd. Misschien komt je daarom vanuit zijn werk een groot heimwee tegemoet, alsof hij minutieus zoekt naar een wereld en een schoonheid die voorbij zijn.

Die schoonheid bestaat er niet in dat de dingen in renaissancestijl volmaakt en rimpelloos zijn. De vruchten hebben plekjes en de walnoten zijn duidelijk pas na een paar dagen van de grond geraapt. Helmantel waakt er echter zorgvuldig voor dat dingen het beeld binnenglippen, die aan de moderne tijd doen denken.

Gelukkig doorbreekt hij daarbij af en toe zijn eigen orde en verschijnt er in een schuurinterieur een lampenkapje van de Hema.

Ook slingeren er geniete kartonnen dozen in zijn stillevens rond, maar ze worden organisch in het geheel opgenomen en versterken alleen maar het verlangen naar een voorbij universum waarin alles goed was.

Wie gewend is in de geschiedenis van de beeldende kunst van het christendom naar geijkte symbolen te zoeken, begint bij Helmantel aan een hachelijke onderneming. Moeten we alles wat er te zien is als symbool opvatten?

We zouden een eind komen met het ei als oorsprong van het leven of de wereld, de appels als verwijzing naar de zondeval, het brood naar het avondmaal en het lijden van Christus, het glas en de gebutste vruchten als tekenen van vergankelijkheid of de zondige menselijke staat. Eenmaal, in een vroeg schilderij, ’Nieuw leven’, is Helmantel expliciet symbolisch: daar staat een glazen vaasje met een groen takje als een soort vergrootglas op de openingspagina van het Nieuwe Testament.

Het woord ’Jezus’ wordt daardoor uitgelicht. Dat kan dus niet missen. Verder verdient het aanbeveling om alles wat bij Helmantel te zien is te laten voor wat het is – zichzelf – en het zoeken naar symboliek achterwege te laten. Waarschijnlijk zijn de eieren gewoon eieren en is de appel een appel-zonder-Eva.

Deze het-is-wat-het-is-stemming wordt versterkt doordat Helmantel alles doet om te verbergen dat hij zoiets als verf gebruikt. Hij staat daarmee in de traditie van fijnschilders als Samuel van Hoogstraten, die overtuigende trompe l’oeils maakte. Dat de schoen die Van Hoogstraten in een hoekje op de vloer geschilderd had alleen een beschilderd stukje plank was, merkte je pas als je hem wilde oprapen. Zo gaat het verhaal dat een antieke schilder zijn druiven zó echt weergaf dat de vogels erop af vlogen. In het Westeremden van deze zomer hangt een dergelijk trompe l’oeil – ’Stilleven in rode kast’ waar je de eierdoppen zo uit op zou willen pakken. Bij deze manier van schilderen kom je in een illusie terecht – de illusie dat wat je ziet ’echt’ en aanraakbaar is.

Toch is wat Helmantel weergeeft zelden direct de zichtbare werkelijkheid van rondslingerend groente en fruit. Hij ordent de voorwerpen nauwkeurig tot een uitgekiende compositie.

Vervolgens schildert hij ze onder een bijzondere belichting die pas begint op te vallen wanneer je lang en steeds opnieuw zijn werk langsgaat. De glazen flessen en ook de eierdoppen en perziken weerkaatsen een geheimzinnig licht dat alleen van een gefilterde bron afkomstig kan zijn. De flessen dagen de kijker er nog toe uit om in 17de-eeuwse trant te zoeken naar waar de kunstenaar zelf weerkaatst is. De witte kommen, de rode uien en asperges krijgen in Helmantels verf een presentie die ze in het echt vermoedelijk meteen weer verliezen. Ze zijn in verf als het ware ’echter’ dan in de werkelijkheid, waar je ze nauwelijks een blik waardig zou keuren.

Het sterkst valt dat op bij zijn kerkinterieurs. Dat er op zijn stillevens zelden een levende ziel te bekennen is (behalve dan de weerspiegelde schilder), is gewoon. Ongewoon daarentegen is dat Helmantels kerken altijd leeg zijn.

In de kooromgang in de kerk van Conques moet hij zijn best hebben gedaan een moment zonder toeristen te vinden. Bovendien hangen er in de kerkinterieurs van zijn 17de-eeuwse voorganger Saenredam juist overal figuurtjes rond. Wat is, behalve de afwezigheid van mensen, het verschil tussen een kerk van Helmantel en één van Saenredam?

Op de tentoonstelling in Westeremden hangt twee maal ’De Romaanse apsis in de kerk te Bozum’, met als enige verschil dat er twee keer iets anders op de avondmaalstafel ligt.

Bij deze twee schilderijen zie je hoe het licht door de boograampjes binnenkomt en in het witte gewelf weerkaatst. Hij gebruikt de architectuur van de kerk vooral om de intensiteit van het licht weer te geven. Saenredam gebruikt het licht omgekeerd om de architectuur van een Utrechtse kerk tot haar recht te laten komen.

Wie de verleiding om naar symbolen te zoeken niet kan weerstaan, staat hier op de rand: ook Helmantels vereerde voorganger Rembrandt was een meester van het licht.

In diens werk wordt de bijzondere lichtval wel in verband gebracht met een bovennatuurlijk licht. Het ligt voor de hand aan te nemen dat Helmantel in zijn verfbehandeling en in zijn weergave van het licht, in Rembrandts voetsporen getreden is.

Deel dit artikel