Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

Heimo blijft geheim

Cultuur

Ada van Deijk

Review

De waarde van romaanse sculpturen in en uit de twee belangrijkste Maastrichtse kerken is enorm onderschat. Een rijkdom aan zinnebeelden, tot en met een verwijzing naar paus en koning, in een dip omdat zij de kruistocht hebben verloren.

In de Sint-Servaas en de Onze-Lieve-Vrouwebasiliek in Maastricht bevindt zich prachtig twaalfde-eeuws beeldhouwwerk. Niet alleen wonderlijke figuren grijnzen je toe, zoals wezens met hondenkoppen, ook zijn er raadselachtige taferelen zoals dat van een zekere Heimo die Maria een kapiteel aanbiedt. Kunsthistorica Elizabeth den Hartog schreef er een boek over: ,,In West-Europese context is dit werk compleet onderschat.'

Ruim vier jaar werkte Den Hartog aan de inventarisatie en interpretatie van het Maastrichtse beeldhouwwerk, op verzoek van het Bonnefantenmuseum waar zich ook een deel van het beeldhouwwerk bevindt. Dat was daar terechtgekomen na de 19de-eeuwse restauratiecampagnes onder leiding van de bekende architect P.J.H. Cuypers.

Behalve dat Den Hartog in de beide Maastrichtse kerken goed rondkeek en daar kapitelen, timpanen en andere reliëfs beschreef, nam ze dus ook de museumcollectie onder de loep. Haar naspeuringen leidden tot een omvangrijke publicatie: het 550 pagina's tellende boek 'Romanesque sculpture in Maastricht' dat zondag is gepresenteerd. Voorlopig is het er alleen in het Engels, maar het is de bedoeling dat er ook een Nederlandse versie komt. Wellicht volgend jaar, als het Bonnefantenmuseum een tentoonstelling over dit onderwerp presenteert.

Den Hartog is al jaren gefascineerd door het romaanse beeldhouwwerk van Maastricht en omgeving. In de twaalfde eeuw bevond zich hier een atelier dat werk van topkwaliteit afleverde. De vroegste leiders van dit atelier waren vrijwel zeker afkomstig uit de Noord-Italiaanse regio's Lombardije en Emilia. Bepaalde thema's en stijlkenmerken wijzen daarop. De steenhouwers waren ook werkzaam in de abdij van Rolduc en in verscheidene kerken in België.

Maastricht spant echter de kroon: nergens is zo'n grote rijkdom aan romaanse sculptuur als in de twee belangrijkste kerken van deze stad, vertelt Den Hartog. Ze kan het weten, want ze houdt zich al sinds de jaren tachtig ermee bezig. In 1988 promoveerde ze in Londen op de architectuur en sculptuur van het Maasgebied. Nu is ze verbonden aan het Kunsthistorisch Instituut van de Leidse universiteit.

De kapitelen van de Sint-Servaas zijn volgens Den Hartog iets ouder dan die van de 'Slevrouwe', zoals de Lieve-Vrouwekerk in het Maastrichts heet. Ze dateert de kapitelen in de westbouw van de Servaas in het tweede kwart van de twaalfde eeuw. Scharnierpunt is volgens haar de Tweede Kruistocht (1148-1149). Kort daarna werd het koor van de 'Slevrouwe' gebouwd en werden de kapitelen in de kooromgang aangebracht.

Den Hartog ziet een duidelijk verschil in thematiek tussen de twee kerken die beide een hoge status genoten. Vorsten, koninklijke en kerkelijke hoogwaardigheidsbekleders kwamen er op bezoek en voor hen waren in eerste instantie de voorstellingen bedoeld van de kapitelen in de westbouw van de Servaas.

,,De schepping staat daar centraal. Je ziet er kapitelen met mensen, vreemde mensen, dieren en planten, kortom de bewoners van de aarde. En in die schepping moet je je weg vinden, alles heeft een dubbele betekenis: het goede en het kwade. Zo zag de middeleeuwer de struisvogel enerzijds als een braaf beest, want hij legt zijn eieren in het zand en laat die door de zon -symbool van Christus- uitbroeden. Anderzijds is de struisvogel ook hypocriet, omdat hij vleugels heeft maar niet kan vliegen.' Om de kapitelen te verklaren raadpleegde Den Hartog onder meer bestiarissen, middeleeuwse beestenboeken die de symbolische betekenissen van (fabel)dieren beschrijven.

Op de kapitelen van de Lieve-Vrouwebasiliek signaleert Den Hartog vooral nare, bijtende en grommende dieren. ,,Daar zitten veel negatievere aspecten in; de dieren daar symboliseren een vijandige wereld. Tegelijk zie je er bijbelscènes zoals de geschiedenis van Jacob en Ezau of die van Abraham en Izaük. Het gaat hier om de beloften en het belang van het christendom.' Volgens Den Hartog worden de aartsvaders hier als christenen avant la lettre getoond: ,,Ze kenden Christus niet, maar toch hadden ze de verlossingsgedachte al in hun achterhoofd.' Ze meent dat het thema alles te maken heeft met de mislukte kruistocht van 1148 en 1149: ,,Paus en koning werden toen veroordeeld en zaten in een 'dip'. Ook proost Arnold van Wied van de Sint-Servaas, betrokken bij de bouw, had aan die kruistocht deelgenomen.'

Lang niet alle raadsels heeft Den Hartog kunnen oplossen. Zo blijft ook bij haar de identiteit van Heimo onbekend. Het is een van de meest intrigerende kapitelen uit het koor van de Lieve Vrouwe: een geknielde man die aan Maria, patrones van de kerk, een omgekeerd, bewerkt, kapiteel overhandigt. S(ancta) Maria Heimo staat er boven de voorstelling. Eigenlijk is die naam het enige wat er van de man bekend is. Decennialang wordt er al gespeculeerd over zijn rol: was hij een geestelijke die de bouw van het koor had gesponsord of de leider van het atelier die Maria een kapiteel schenkt?

De naam Heimo is wijdverspreid, aldus Den Hartog. Er zijn Heimo's in Italië, Frankrijk en Duitsland. Ze vond ook een vermelding uit 1148 -de bouwperiode van het koor- van een Heimo die dan land schenkt aan de abdij van Rolduc, maar meer is er niet over deze persoon bekend.

Zelf neigt ze ertoe de Heimo op het kapiteel te zien als de leider van het atelier. ,,Ook al wijst zijn kleding volgens sommigen daar niet op; waarom zou hij per se werkkledij moeten dragen? Een mooi pak ligt meer voor de hand: wie Maria ontmoet, wil er toch netjes uitzien?' Het kapiteel is in West-Europa vrijwel uniek, alleen in Clermont-Ferrand komt een soortgelijke voorstelling voor.

Heimo bleef een onbekende, maar Den Hartog deed wel enkele andere ontdekkingen. In het archief van de negentiende-eeuwse restauratie van de Lieve Vrouwe constateerde ze dat er kapiteeltjes ontbraken. Ze ondernam een grondige zoektocht door het kerkgebouw. De koster vertelde haar dat ze ook boven de kruisgang kon lopen. En zo kwam ze terecht boven het gewelf van de kapel van Onze Lieve Vrouw, Sterre der Zee, waar in geen honderd jaar meer iemand geweest was. Roetzwart -de rook van de kaarsen in de kapel gaat via een gat in het plafond omhoog- maar triomfantelijk kwam ze weer beneden: er lagen inderdaad enkele fragmenten van de verdwenen romaanse kapiteeltjes.

Ook in een Gents museum ontdekte ze een kapiteel, afkomstig uit deze basiliek. Het was rond 1800 -de Franse periode- losgebikt door een graaf die het voor Romeins werk aanzag en het aan zijn collectie wilde toevoegen.

Overigens is haar speurtocht met deze publicatie niet afgelopen, vertelt ze. In België kwam ze beeldhouwwerk tegen dat ook aan de steenhouwers van Maastricht kan worden toegeschreven. Kwalitatief is het beeldhouwwerk in de Sint-Servaas net iets fijner uitgevoerd dan in de 'Slevrouwe', constateerde Den Hartog vanaf een ladder. Elk kapiteel heeft ze zo bestudeerd.

Dat niet iedereen zo dichtbij kan komen, is logisch. Maar ze vindt het jammer dat het beeldhouwwerk zowel in de Servaas als de Lieve Vrouwe slecht zichtbaar is. Dat draagt ook bij aan de onbekendheid ervan. Deels komt dat door de ongunstige omstandigheden ter plekke. Zo bevinden de kapitelen in de westbouw van de Servaas zich op de verdieping en die is niet toegankelijk. In de Lieve Vrouwebasiliek is het niet veel anders: het koor is verboden terrein. Zodoende is in deze toch al schemerige kerk een verrekijker nodig om de voorstellingen te bekijken. Zij- en achterkant blijven onzichtbaar.

Den Hartog betreurt die situaties: ,,Ze zouden er echt meer mee moeten doen. Het is per slot van rekening gerestaureerd met overheidsgeld en daar betalen we allemaal aan mee.'

Deel dit artikel