Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

Hard Gras over Ajax

Cultuur

Andrea Bosman

Review

Het is een fascinerende zoektocht die de Britse journalist Simon Kuper in het maart-nummer van voetbaltijdschrift 'Hard Gras' heeft neergeschreven. Kuper verdiepte zich vier maanden lang in de mythevorming rond de joodse wortels van Ajax, dat zondag zijn honderdjarig bestaan herdenkt.

Tegen de achtergrond van deze voetbalgeschiedenis, die Kuper middels archiefonderzoek, maar vooral door gesprekken met ooggetuigen zeer levendig weet te reconstrueren, ontstaat niet alleen een mooi document van joodse (sport)cultuur in Nederland, maar andermaal een schrijnend beeld van de gedweeë houding van het Nederlandse volk tijdens de Duitse bezetting.

Dat die joodse roots van Ajax minder pregnant zijn dan de supporters -en ook de tegenstanders- doen voorkomen, is bekend. Maar ontkennen is een ander uiterste. ,,Ajax is nooit een jodenclub geweest'', zegt de nu 87-jarige Hans Reiss tegen Kuper. Als klein jongetje ging hij in de jaren twintig met zijn vader naar Ajax. ,,Maar Ajax is altijd een club geweest met een grote joodse aanhang. Uit traditie zijn de joden van vader op zoon Ajax-aanhangers gebleven.'' Als Ajax het joodse deel van zijn verleden ontkent, dan ontkent het vooral mensen die zijn vermoord, stelt Kuper. Als clubhistoricus Evert Vermeer in 'Ajax 95 jaar' schrijft dat voor Ajax de oorlogsellende beperkt bleef omdat er aan het eind van de oorlog geen doden te betreuren vielen, dan komt dat omdat de joodse leden in 1941 geroyeerd waren, is de harde conclusie van Kuper.

Voor een precieze reconstructie van de aanloop naar en uitvoering van dit door de Duitsers opgelegde royement wijkt Kuper uit naar het -uitgebreide- archief van Sparta. Terwijl een ijverige administrateur al een bord 'Verboden voor joden' op het terrein had geplaatst, werd er in het clubblaadje met geen woord naar verwezen. Kuper citeert uit de beleefde opzeggingsbriefjes van de geroyeerde joden, die Sparta veel succes in de competitie wensen. Kippenvel.

Het is de afwisseling tussen deze rijkelijk verzamelde documenten en de zorgvuldig opgetekende interviews, die 'Ajax, de joden en Nederland' tot een juweel maken. Geen detail ontsnapt aan Kupers aandacht. Zelfs de tijdens de reis gedeukte ontbijtkoek die hij op verzoek van Leon Greenman mee naar Londen neemt, blijft niet onvermeld. Greenman, die in het Jewish Museum een kleine tentoonstelling over zijn leven heeft ingericht, woonde tijdens de oorlog in Rotterdam en werd met zijn gezin naar Auschwitz-Birkenau gedeporteerd. Daar ontmoette hij Eddy Hamel, van 1922 tot 1930 rechtsbuiten bij Ajax. Ze sliepen vaak rug aan rug in de barakken, Eddy had een warme rug, vertelt Greenman. Op de dag van de Grote Selectie viel Hamel af. Hij had een abces in zijn mond. Pas later hoorde Greenman van de vergassingen. Als Hamel een betere rechtsbuiten was geweest, schrijft Kupel, of als hij niet zo vroeg was gestopt met voetballen, was hij misschien niet naar Auschwitz-Birkenau, maar naar Theresienstadt, het pronkkamp voor beroemde, rijke of beschermde joden gestuurd.

Het is een ongelooflijke hoeveelheid materiaal die Kuper in vier maanden tijd heeft verzameld en zo levendig heeft verwerkt, met zijsporen en uitweidingen die het verhaal dat hij te vertellen heeft ver boven de voetbalbasis uittillen. En boven die basis hangt een schaamtevolle persoonlijke boodschap, over Nederland en de zogenaamde tolerantie. Kuper heeft het niet alleen over de oorlog, toen driekwart van de Nederlandse joden is gedeporteerd. Volgens Kuper is de segregatie in Amsterdam anno 2000 extremer dan in Johannesburg, waar zijn familie vandaan komt. ,,De Amsterdamse joden voelden zich zestig jaar geleden blijkbaar meer deel van Nederland dan de bruine en zwarte Amsterdammers nu. Het bewijs: zij gingen wel naar Ajax, waren supporter van dit instituut van Nederlandse gojim. Het zou hen niet redden.''

Deel dit artikel