Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

Hafid Bouazza: oer-Hollandse jongen met een passie voor middeleeuwse literatuur

Cultuur

Ally Smid

Hafid Bouazza: 'In een delirium ben je niet aan het doodgaan, je bent aan het leven! Je geest wordt rijker. Mijn boek gaat niet over doodsangst, maar over leven.' © Jörgen Caris
Interview

Wie de tijd heeft, zou het nieuwe boek 'Meriswin' van Hafid Bouazza twee keer moeten lezen. Hardop. Want de kracht zit hem in de klanken, de kwinkslagen, de vele lagen waaruit het is opgebouwd. De combinatie van poëzie en alledaagse taal. De humor. Een heldere plot ontbreekt. Dat komt niet door zijn delirium, haast hij zich te zeggen, die acuut optredende verwardheid door leverfalen, waarmee hij in 2011 werd opgenomen.

Het is een verhaal van een man wiens lichaam het bijna begeeft, maar wiens geest juist opleeft. De hallucinaties die de hoofdpersoon krijgt te verstouwen, komen hem soms wonderschoon, dan weer angstaanjagend voor. De ene keer waan je je als lezer in een middeleeuwse steeg in Amsterdam, "waar klokgelui steelse drinkebroers naar de wijnkelders leidt". De andere keer zitten we tussen Griekse goden in de onderwereld of zien we de hoofdpersoon bloedbrakend in een ziekenhuisbed liggen en ondergaan we met hem een aambeienbehandeling zonder verdoving.

Als je, zoals Hafid Bouazza (44), vanaf je vierde tot je elfde onder dwang het rijmproza van de Koran in je hoofd moest stampen, blijft er behalve een trauma wel iets hangen. Klanken, ritmen. Betekenis kregen de woorden pas toen hij als puber, inmiddels in Nederland, met zijn oudste zus de Arabische klassieke werken las en later Arabisch ging studeren. De herhalingen vond hij mooi, maar die in middeleeuwse ballades vond hij mooier. Daar had hij ook veel meer aan voor het Nederlands, waarin hij inmiddels schreef. De liefde voor Marokko ging voorbij. Hij was er voor het laatst in 1986.

Bouazza: "Het land veranderde, en ik ook. Ik koester de herinneringen, de geuren die ik heb aan mijn kindertijd en ik wil dat niet laten verpesten door actuele ervaringen. Ik voel me verbonden met Amsterdam, niet met Marokko."

Duidelijke taal. Bouazza, in kamerjas, ontvangt in zijn charmante, met boeken bepakte bovenhuis naast de Oude Kerk, waar Saskia, de vrouw van Rembrandt begraven werd, in de tijd dat de Warmoesstraat om de hoek een vismarkt was, terwijl verderop in de Nes Bredero en P.C. Hooft hun eerste stukken opvoerden. Die geschiedenis wordt in zijn boek tastbaar.

Opmerkelijk dat een erudiete Marokkaan onze Europese geschiedenis levend houdt. Hoewel Wim T. Schippers u laatst 'een oer-Hollandse jongen' noemde.
"Haha. Tsja. Op mijn dertiende werd ik op het atheneum gegrepen door de middeleeuwse literatuur. Heer Halewijn kende ik helemaal uit mijn hoofd. Ik dacht: als ik iets in het Nederlands schrijf, dan moet ik ook iets weten van de Nederlandse oorsprong, de geschiedenis. Ja, ik was een enorme nerd. Ik raakte gefascineerd door een van de abele spelen, Lanseloet van Denemerken. Die Lanseloet is verliefd op Sandrin, hij is prins, zij van simpele komaf. Hij laat zich door zijn moeder overhalen om één keer seks met haar te hebben, daarna zou de verliefdheid wel over zijn. Ik vond dat als puber duizelingwekkend, hij haalde liefde en seks uit elkaar. Later kwamen daar John Keats en Lord Byron bij, en Huizinga met zijn 'Herfsttij der Middeleeuwen'. De taal vond ik mooi. De drankliederen, de klucht. Waarom zou dat voor een Marokkaan anders zijn dan voor een Nederlander? Het laat zien dat die werken die ik machtig vind zulke culturele grenzen kunnen overstijgen. Kunst kan dat."

Lees verder na de advertentie

De Arabische hoogtijdagen - er was zelfs een islamitische Gouden Eeuw - hielden op toen die in het Westen begonnen. Daarna was er geen Arabische ontwikkeling meer van betekenis. Is dat niet wrang?
"Het viel te verwachten, het ligt in de aard van de islam. Het fatalisme. Het had niet anders kunnen lopen. De islam zoals wij die nu kennen, is vormgegeven in de dertiende en veertiende eeuw, na de invasie van de Mongolen. Toen had je Ibn Taymyyah, de vader van het wahabisme ofwel het salafisme, de ultra-orthodoxe islam. Hij schreef dat het islamitische rijk ten onder was gegaan omdat de moslims van het ware pad waren afgeweken. Met zijn strenge orthodoxie was hij een groot bestrijder van filosofen, met hen voerde hij veel polemieken."

Uw nieuwe boek is doordrenkt van de westerse Middeleeuwen.
"Vooral de taal. Ik ben een groot bewonderaar van de boeken van mediëvist Herman Pleij.

'De sneeuwpoppen van Brussel', 'Dromen van Cocagne', 'Gevleugelde woorden'. Pleij hield een praatje bij mijn boekpresentatie. Bij hem ontdekte ik dat de in onze ogen keurige Anna Bijns ook vunzig heeft gedicht. Over schijten en scheten laten, diarree en slingerschijt, drollen ophoesten en natte winden blazen."

Vandaar! U laat uw hoofdpersoon, die met helse pijnen in bed ligt, zeggen dat zijn vriendin 'een damp produceert uit de laagste helleholen', dat ze 'vunze hopen en walmen' produceert, en een 'heksenhut van halitose' uit haar mond komt.
"Ja, dat vond ik nodig. Ik wilde niet weer een geïdealiseerd, Hooglied-achtig beeld van een vrouw schetsen, dat had ik in 'Spotvogel' al gedaan. Dit boek gaat over alle facetten van het lichaam. Ik heb het over zijn falende lever en zijn stront, waarom dan niet ook over zijn vriendin, die ook naar het toilet gaat en 's ochtends niet lekker uit haar mond ruikt. Ik twijfelde wel, maar ik dacht: als je het niet doet, ben je een schijterd. Ik heb ook Arabische gedichten vertaald uit de negende en tiende eeuw die hierop lijken, toen ging men heel natuurlijk om met poep en pies en seks. Je ziet: weer twee verschillende continenten, met humor, satire, en dezelfde openheid."

De vrijdenkersverening De Vrije Gedachte, opgericht in 1856, heeft u benoemd tot Vrijdenker van het Jaar. In oktober wordt u onderscheiden. Is dat een eer?
"Jazeker. Ik vind dat de vrijheid van expressie totaal moet zijn. Ik vind dat alles gepubliceerd mag worden, smaad, laster, alles. 'Mein Kampf' moet overal te koop zijn. Mensen gaan echt geen gaskamers bouwen als ze dat lezen. Je kunt mensen wel verbieden dingen te uiten, maar je kunt ze niet verbieden dingen te denken. Mijn uitgever Mai Spijkers van Prometheus heeft het boek van PVV-man Martin Bosma uitgegeven, 'De schijn-élite van de valse munters'. Andere auteurs en uitgevers waren daar niet blij mee. Daarna kwam Geert Wilders met zijn boek bij hem: 'Marked for Death. Islam's War against the West and Me'. Mai heeft het uiteindelijk niet uitgegeven maar hij vroeg mij: wat zal ik doen? Ik zei: je moet er de overweging op loslaten als bij elk boek, zal het verkopen? Ik ben er ook tegen om de Koran te verbieden."

Ik vind dat de vrijheid van expressie totaal moet zijn. Ik vind dat alles gepubliceerd mag worden, smaad, laster, alles. 'Mein Kampf' moet overal te koop zijn

Met gekwetste mensen hebt u niet veel op, toch?
"Woorden zijn stenen van zuurstof. De ander heeft dezelfde wapens tot zijn beschikking. Als die ander minder talent heeft, soit, daar kan ik niets aan doen. Natuurlijk moet polemiek pijn doen. Als woorden je kunnen ontroeren, kunnen ze je ook pijn doen. Als schrijver ben je geen knip voor de neus waard als je vindt dat woorden niet mogen kwetsen, maar wel mogen ontroeren, boos of geil maken. Een Marokkaan heeft net aangifte gedaan omdat website GeenStijl Marokkanen 'rifapen' had genoemd. Het is een satirische website, wat krijgen we nu? Slachtofferschap is zo aantrekkelijk."

U schreef laatst in een schotschrift: 'Het daghet inden Oosten, het lichtet overal. Hoe luttel weet het Marokijntje, och, waar hij henen sal.' De Marokkaanse Nederlander is in de war, zegt u. Heeft ú zich ooit gekwetst gevoeld?
"In mijn eerste jaar in Nederland, ik was zeven, kreeg ik dagelijks op het schoolplein te horen: 'Vieze Turk, rot op naar je eigen land.' Van meisjes uit de klas leerde ik dat ik moest zeggen: 'Vieze kaaskop, rot jij op naar je eigen land.' Kinderen pesten elkaar. Daar word je weerbaar van. Na een paar maanden hield het op. "

Zo kennen we u weer. Uw eerste polemische stuk stond in 2002 in NRC Handelsblad.
"Nederland liet zich toen een oor aannaaien door de Marokkaanse gemeenschap. Dat gebeurt nu weer door die smeekbrief van Marokkanen aan Rutte: bescherm ons. Waar ik bang voor ben, is dat de beweging naar individualisering die er nu is onder Nederlandse Marokkanen wordt vertroebeld door wat Geert Wilders op die verkiezingsavond heeft gezegd. Als je als Marokkaan nu opstaat tegen je gemeenschap, word je een Wilders-aanhanger genoemd. Een Marokkaans meisje schreef mij dat ze bang is dat ze op Twitter daarvoor wordt uitgemaakt. Ik zei: dan stop je toch met Twitter? Ik ga toch ook niet steeds mijn naam googelen om te zien wat voor vreselijks ze over me zeggen?"

Over uw delirium: daar doet u heel luchtig over. Intussen drinkt en rookt u gewoon door. De arts van uw hoofdpersoon zegt: 'In een roes reikt u naar hemels waarin u niet gelooft.' Een fijne levensvervulling.
"In een delirium ben je niet aan het doodgaan, je bent aan het leven! Je geest wordt rijker. Mijn boek gaat niet over doodsangst, maar over leven. Daar hoort seks bij, de roes. Ik ben trouwens nooit langer dan drie jaar met een vrouw samen geweest. Ik kies voor alleen zijn."

Ik heb heel lang gehad dat ik een stuk poëzie of proza na twee keer lezen kon reproduceren

Want een vrouw kan de zijden roes verscheuren, zoals u schrijft.
"Ik denk dat de filosoof Spinoza nog steeds de beste omschrijving geeft in zijn 'Ethica' uit de zeventiende eeuw: een organisme met een bewustzijn vraagt een bepaald welbevinden als beloning, anders wil dat organisme niet voortbestaan. De mens is geen machine. De mens zoekt genot in verdovende middelen, in drank, in eten, in seks. Als je, zoals ik, niet in God gelooft en denkt dat de dood het finale einde is, het Grote Niets - Rabelais noemde het un grand peut-être (een groot misschien), Nabokov verbasterde dat tot the grand potatoe (de grote aardappel) - dan rest er niets anders dan dit leven te leiden en er zoveel mogelijk van te genieten. Ik zie het leven als een aaneenschakeling van sensaties in de breedste zin des woords. Zo. Dit was pastoor Bommel van het jeugdpastoraat." (Harde lach.)

U bent, als ex-moslim, intussen wel soera's uit de Koran aan het vertalen naar het Nederlands.
"Ja. In november komt een boek van mij uit met kerstgedichten uit het Arabisch. In soera 97 zou de openbaring van de Koran beschreven zijn, maar er is nu een nieuwe, heel omstreden en revolutionaire interpretatie van Christoph Luxenberg. Hij toont overtuigend aan dat dat vers gaat over de geboorte van Jezus. Moet je nagaan, een soera! Ik heb ook een eeuwenoud gedicht van een moslim gevonden die beschrijft hoe rond Kerstmis alle vuren rond de kloosters worden aangestoken. Die kloosters waren geliefd omdat daar wijn te halen was. Er liepen novicen rond die wijn schonken, dichters werden vaak verliefd op zo'n jongeman. Dan dicht de moslim, heel homo-erotisch: 'Ik wilde dat ik de hostie in je hand was, dan kon ik je hand en mond voelen.'"

Een voordeel van het gedwongen de Koran uit uw hoofd leren: uw geheugen is goed.
"Ik heb heel lang gehad dat ik een stuk poëzie of proza na twee keer lezen kon reproduceren, ik wist dat ik van alle teksten het ritme kon pakken. Maar na mijn dertigste is het minder geworden. Ik probeer mijn geheugen te trainen, soms denk ik een uur na over een woord waar ik niet op kom, ik ga niet meteen googelen."

Laat Korsakov nog even wegblijven.
"Er is niks mis met mijn hersens. Er zijn mri-scans gemaakt, er is niets aangetast. Geen Korsakov. En zo wil het ik het ook houden."

Hafid Bouazza: Meriswin. Prometheus, Amsterdam; 208 blz. € 19,95; e-book €11,99

Deel dit artikel

Ik vind dat de vrijheid van expressie totaal moet zijn. Ik vind dat alles gepubliceerd mag worden, smaad, laster, alles. 'Mein Kampf' moet overal te koop zijn

Ik heb heel lang gehad dat ik een stuk poëzie of proza na twee keer lezen kon reproduceren