Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

Haar tong een stomdronken slak

Cultuur

T.van Deel

Review

Genadeloos sarcastisch was Marja Brouwers ook al in haar eerdere romans, 'Havinck' en 'Lichtjaren'. Nu richt haar bijtende spot zich op het hedendaagse leven. 11 september, de IRT-affaire, computerjargon, nieuwe rijken en illegale immigranten - alles krijgt een beurt in haar nieuwe roman 'Casino'.

Bijna vijftien jaar is Marja Brouwers buiten de literaire publiciteit gebleven en daardoor is het waarschijnlijk dat een nieuwe generatie lezers haar nauwelijks of niet kent. In 1984 debuteerde zij met de roman 'Havinck', een perfect in elkaar zittend boek, geschreven vanuit een koele distantie, intelligent en sarcastisch. Frans Weisz verfilmde het een paar jaar later. Nog twee romans volgden en daarna, sinds 'De lichtjager' in 1990, zweeg Marja Brouwers, zoals dat in de literatuur heet.

Een zwijgende schrijver loopt het gevaar een nooit meer schrijvende te worden, want het verbruikstempo van boeken, en daarmee ook van hun auteurs, is zo razendsnel dat een constante productie nog de beste voorwaarde is om in de race te blijven. Wie uit de markt stapt, geeft zich prijs aan de vergetelheid. In dat licht bezien levert Marja Brouwers met de zeer omvangrijke roman 'Casino' het bewijs dat haar vitaliteit en schrijflust in al die jaren niet zijn aangetast.

In veel opzichten, zowel naar de vorm als naar de inhoud, ligt 'Casino' in het verlengde van haar vorige werk. De stijl is nog altijd ironisch en afstandelijk, soms ook juist uitbarstend in satirische verontwaardiging. Wie in een boek om gevoel of gevoeligheid verlegen zit, komt bij haar altijd bedrogen uit. Ook het intermenselijk verkeer en al helemaal de gedachten van de verteller of het personage worden bijna bits en hautain weergegeven. Aan idealisme, zo lezen we, kunnen we ons niet meer bezondigen, dat is een voorbije tijd.

Niet alleen de toon lijkt vaak op die van vroeger, gelukkig maar, ook de situaties die de roman oproept, zijn een vervolg op eerdere. In 'Casino' figureert een groep mensen, noem het een vriendenkring of een kring van belanghebbenden, rond een centraal personage, dat als een icoon over hen regeert. Hij heet Philip van Heemskerk, woont onder andere in Monaco en bouwt jachten voor de rijken, waartoe hij zelf ook behoort. Vanzelfsprekend is hij omringd door de luxe van mooie, jonge vrouwen, waardoor het vaste thema van Marja Brouwers -de verhouding tussen man en vrouw- volop gelegenheid krijgt.

De roman begint eind jaren tachtig als de filmrecensent Rink de Vilder verstrikt raakt in het milieu van deze Philip. Dat gebeurt op een toevallige en daarom literair volstrekt acceptabele manier: hij botst tegen een Jaguar op, die van Philip blijkt te zijn. Met de vrouw die erin zit, zal hij niet lang daarna in Amsterdam het kapitale huis van Philip gaan bewonen aan het Vondelpark, maar dat ligt dan nog verborgen in de toverdoos die elke roman is.

Het eerste deel van 'Casino', dat uit drie delen bestaat, is misschien wel het meest aantrekkelijke. Je merkt hoe de arrangerende schrijver haar personage, Rink dus, het leven in stuurt waarin zij hem hebben wil. Toch vertoont ook dit eerste deel al meteen een minder aangename kant van de roman, namelijk de neiging om het verhaal te onderbreken met soms ellenlange verhandelingen. Ik begrijp wel dat die bedoeld zijn als een soort tegenwerking van de zich maar al te gretig identificerende lezer, maar ze verscheuren de roman hoe dan ook.

De enkele tientallen bladzijden waarin Rink in Cannes (filmfestival) een Duits fotomodelletje versiert zijn heel goed en vaak genadeloos van waarneming: ,,Haar tong was een chaotisch spierbundeltje, dat als een stomdronken slak door zijn mond heen en weer kroop.'' ,,Niet alleen bewoog ze te veel, ze bewoog ontzettend onlogisch, in een rusteloos alle kanten op schokkend patroon, alsof hij met zijn penetratie een woest bezaaid mijnenveld daarbinnen tot ontploffing gebracht had.'' Staande voor de spiegel: ,,De visuele retoriek van zijn volstrekt fantasieloze gepomp onder haar buik kon hem niet langer boeien.''

Maar deze weinig geslaagde seksuele escapade wordt minstens tien keer onderbroken door uitweidingen over dominantie en onderworpenheid in het sociaal systeem van tweevoetige primaten, film en werkelijkheid, de vrouwelijke verwachtingen bij het tonen van borsten, de pornofilm, de seksuele ideologie van jonge vrouwen in West-Europa, een prent van Rembrandt van een afstotelijke naakte vrouw, de weerzin tegen de behoefte aan ontroering. De passage over angst en dreiging die ook nog voorbijkomt, lijkt direct uit een fysiologisch handboek overgeschreven.

Het eerste deel bevat enkele zeer lange, essayistische bijdragen over, ja waarover precies, droom, liefde, anima, seksuele trouw, de individuele mens tegenover de publieke mens. Daardoor lijkt de roman soms op een collage van wetenswaardigheden of opiniërende beschouwingen en verhaalverloop. Het probleem is dat je dan terechtkomt in een taalgebruik, stellig citaat, als het volgende: ,,Horizontale grootschaligheid werd geïdentificeerd als een markt door de computerindustrie, die zich stortte op socio-economisch berekende sequenties van verveleteringen aan de laatste mega/giga-programmatuur, waarmee grote corporaties zich almaar efficiënter reorganiseerden.''

Verderop in de roman maakt Marja Brouwer het zo mogelijk nog bonter in dit opzicht en krijgen we eindeloze belastingpraatjes te verwerken, huurregelgevingen, automatische antwoordapparaten, computerinstructies, - het is onvoorstelbaar dat iemand zich toestaat een spannend verhaal zo te vervuilen. Het zal wel zijn om de draak te steken met de wereld en de taal waarin wij leven, maar een tandje minder zou wel beter zijn geweest. Dat geldt trouwens ook voor enkele verhaallijnen, zoals de lekkage veroorzaakt door de bovenburen en onderhoudsklachten bij de gemeente, die zo en bij herhaling uitgesponnen worden, dat de slapstick in verveling verkeert.

'Casino' schreeuwt in feite om diagonaal lezen en dat is het ergste wat een boek je kan aandoen. Er staan schitterende bladzijden in, ook wat de dialoog aangaat, maar ze lopen telkens vast in overdrijvingen en melige satire. Jammer, want de machtsverhoudingen tussen Philip, Moura en Rink (om deze driehoek draait het in wezen) zijn op een bijzondere manier verhalend gemaakt. Rink, later journalist, gaat zich bezighouden met de IRT-affaire (ook al geen meeslepend proza) en hij komt steeds dichter bij de waarheid dat zijn vriend Philip niet alleen in dure jachten handelt, maar ook in cocaïne. In de roman culmineert veel dat van deze tijd is, ook 11 september mocht natuurlijk niet ontbreken, of het witwassen van zwart geld, het executeren in het criminele circuit, illegale immigranten op een kapseizende boot, et cetera. Marja Brouwers heeft de afgelopen vijftien jaar de krant goed bijgehouden. Het resultaat is een vetgemeste roman die voor publicatie eerst een flinke tijd op dieet had gemoeten.



Het e-mailadres bij dit profiel is nog niet bevestigd. Een link om te bevestigen kunt u vinden in uw inbox.
Bent u de link kwijt? Vraag hier een nieuwe aan.

Wachtwoord is niet correct

tonen

Wachtwoord komt niet overeen

tonen

U moet akkoord gaan met de gebruiksvoorwaarden


Deel dit artikel

Advertentie