Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

Gurlitt's roofkunst tentoongesteld: een zwaar beladen onderneming

Cultuur

Joke de Wolf

'Rouwstoet bij Piramide van Cestius', Louis Gurlitt © Foto: David Ertl, © Kunst- und Ausstellungshalle der Bundesrepublik Deutschland GmbH

Vier jaar geleden ontdekte de Duitse douane bij toeval de verloren gewaande kunstverzameling van Hildebrand Gurlitt, een nazi-schat vol geroofde kunst. Nu is een deel daarvan voor het eerst te zien in Bonn en in Bern.

Er heerst ingehouden opwinding, fotografen verdringen zich voor het beste shot van de entree. Kort voor de opening, afgelopen donderdag, mocht de pers alvast rondkijken bij de tentoonstelling in de Bundeskunsthalle in Bonn, onder de titel 'Bestandsaufnahme Gurlitt'.

Lees verder na de advertentie

Op de muren herinneren krantenknipsels aan de opwinding in de media in 2013, toen bekend werd dat de teruggetrokken levende Cornelius Gurlitt een nazi-schat zou hebben van geroofde kunst, verzameld door zijn vader Hildebrand, met een waarde van misschien wel een miljoen euro.

Het zijn schilderijen, tekeningen en prenten waar soms met tegenzin, soms onder dwang afstand van werd gedaan, vaak voor veel minder geld dan ze waard waren.

Al snel bleek die waarde overschat, financieel gezien. Het waren lang niet allemaal meesterwerken en ook niet enkel schilderijen, en niet alles bleek geroofd. Maar waardevol is de kunst wel.

Het zijn schilderijen, tekeningen, prenten en zelfs sculpturen waar soms met tegenzin, soms onder dwang afstand van werd gedaan, vaak voor veel minder geld dan ze waard waren. Geen zorgvuldig uitgebalanceerde collectie, eerder van alles wat. Hitler koos sommige werken uit voor in zijn Führermuseum. En ze zijn na de oorlog nog bijna zeventig jaar gekoesterd door hun nieuwe eigenaars. De koffer waarin Cornelius Gurlitt tot aan zijn dood in het ziekenhuis in 2014 een tekening van Claude Monet bij zich droeg, ligt bij de ingang van de expositie.

'Rusten langs de weg', Jan van Goyen. © Jeanette Vos001

De tentoonstelling is een ingewikkelde, gelaagde onderneming. Het was een idee van cultuurminister Monika Grütters, zelf kunsthistoricus, om de kunstwerken uit Gurlitts erfenis aan het publiek te tonen. 'Sensibele Güter' noemt ze ze. Na de ontdekking van de 1566 kunstwerken kwamen er al snel foto's online. Het waren onduidelijke foto's en veel van de kunstwerken waren stoffig, moesten opgefrist worden en onderzocht op echtheid en conditie. Naast het kleine museum in Bern dat tot ieders verbazing door Gurlitt als erfgenaam was aangewezen, werd ook het Bonner museum ingeschakeld. Zodat het publiek eindelijk zou zien waar het om te doen was en hoe verraderlijk de nazi's kunst gebruikten en aanbaden.

Commotie

Commotie in het museum. Een oudere man met hoed, lang haar in een staart, gekleurde gympen en een dikke stapel papieren onder de arm geeft een interview aan een televisiezender. Felle lamp op zijn gezicht, luide stem, iedereen mag het horen. Hij stelt zich voor: Ekkehart Gurlitt, fotograaf, achterneef van de overleden Cornelius. Onzin vindt hij het, dat er zo veel belastinggeld naar het onderzoek gaat. Slechts zes werken zijn definitief bestempeld als roofkunst. Privébezit bovendien. Kan er niet gewoon een ruimte komen, een museum, waarin alle kunst te zien is? Zo slecht was Hildebrand Gurlitt niet. Het feit dat die naam zo prominent wordt gebruikt, is al schandalig.

Even later, op een persconferentie voor zeker tweehonderd journalisten, reageert de organisatie bondig op de verwijten. Rein Wolfs, de van oorsprong Nederlandse directeur van de Bundeskunsthalle, benadrukt dat elk kunstwerk waarvan duidelijk wordt dat het iemand anders toebehoort, het onderzoek rechtvaardigt. 

Naar de slachtoffers, vaak vermoord en zonder zelfs maar een grafsteen, is nog veel te weinig geluisterd.

Andrea Baresel-Brand, die het herkomstonderzoek leidt, ziet het als een vanzelfsprekende plicht van de Duitse staat. Bewust is bij de tentoonstelling gekozen voor de titel 'Bestandsopname', een ambtelijke term die aangeeft dat het geen definitief oordeel is: het gaat om een moment. Bijna geen enkel kunstwerk heeft nog een definitief stempel met de herkomst.

Hildebrand Gurlitt

In Bern zijn zo'n tweehonderd werken uit de collectie te zien, met vooral moderne kunst uit de twintigste eeuw, de kunst die de nazi's als 'Entartet' bestempelden. In Bonn ligt de nadruk op het leven van Hildebrand Gurlitt (1895-1956), de vader van Cornelius. De bezoeker volgt de etappes uit zijn leven, ziet de kunst die hij kocht en krijgt bij de hoofdstukken uit de nazi-tijd korte excursies naar de verhalen achter de kunst die Gurlitt wist te bemachtigen.

'Stolpersteine' noemt de organisatie ze, deze uitstappen, genoemd naar de steentjes in de stoep die herinneren aan de vermoorde Joodse bewoners. Ze hadden wel wat groter mogen zijn, die uitstapjes, schreef de Süddeutsche Zeitung bitter. Naar de slachtoffers, vaak vermoord en zonder zelfs maar een grafsteen, is nog veel te weinig geluisterd.

De keuze voor die rode draad, die van de op z'n minst omstreden kunsthandelaar, is begrijpelijk, maar ook lastig. Want hem zo'n podium geven, zo de nadruk leggen op zijn hele leven, maakt de periode waar het allemaal om draait minder belangrijk.

Kijk, zegt de tentoonstelling, de Gurlitts waren al generaties lang kunstliefhebbers. Grootvader was de landschapsschilder Louis Gurlitt. Hildebrand Gurlitt zelf was na samen in de Eerste Wereldoorlog gediend te hebben goed bevriend met Karl Schmidt-Rottluff, een van de oprichters van de progressieve kunstenaarsbeweging Die Brücke. Hij stuurde Gurlitt nieuwjaarswenskaarten. Cornelia Gurlitt, Hildebrands oudere zus, was een getalenteerd expressionistisch kunstenaar; ze maakte treffende tekeningen van de Joodse gemeenschap in Wilna, waar ze als verpleegster voor het Duitse leger dienstdeed. Ze pleegde in 1919 zelfmoord toen ze zwanger was van een getrouwde kunstcriticus, hun vader gaf de Joden van Wilna daarvan de schuld. Dat laatste wordt trouwens niet vermeld in de tentoonstelling, wel in de stevige catalogus.

Hakenkruisvlag

Hildebrand Gurlitt wordt directeur van het museum in Zwickau, waar hij avant-gardistische tentoonstellingen organiseert en door de nationaal-socialistische beweging wordt weggestuurd als hij te moderne kunst aankoopt. Hij wordt museumdirecteur in Hamburg, maar raakt ook die baan kwijt als hij op 1 mei 1933 weigert een hakenkruisvlag te hijsen. En hij wordt kunsthandelaar.

Hoe schuldig was Hildebrand Gurlitt? De ten­toon­stel­ling stelt de vragen, de antwoorden ontbreken.

Er moet iets geknapt zijn. Als handelaar koopt hij namelijk tekeningen van de negentiende-eeuwse kunstenaar Adolph van Menzel, omdat de eigenaar ervan, jurist en mecenas Albert Martin Wolffson, met zijn familie in 1941 naar de VS vlucht. Voor 'de financiering van de aankomende emigratie' heet het in de tentoonstelling. Au. Pijnlijk ook omdat Gurlitt na de oorlog glashard ontkende de tekeningen te hebben. In 2017 is een van de tekeningen aan een erfgenaam teruggegeven.

Als handelaar liegt hij ook over een tekening van Carl Spitzweg, die hij in 1940 voor een schijntje koopt van muziekuitgever Henri Hinrichsen, die vlucht, maar in Auschwitz wordt vermoord. De tekening ligt in een vitrine naast de brief waarin Gurlitt het bezit van de tekening ontkent. Hoeveel van deze gevallen zijn er zónder dat ze zo expliciet gedocumenteerd zijn? Hoe volledig was de administratie die de onderzoekers aantroffen? Hoe schuldig was Hildebrand Gurlitt? De tentoonstelling stelt de vragen, de antwoorden ontbreken.

'Strandcafé bij Zandvoort', Max Beckmann © dAVID ERFF

Inmiddels wordt de kleur van de wanden in de tentoonstelling donkerder, de handelswijze van Gurlitt schimmiger. Vanwege zijn kennis van expressionistische, door de nazi's inmiddels als 'entartet' aangeduide kunst neemt hij de taak op zich om werken die in musea in beslag genomen zijn en in een rondreizende tentoonstelling worden getoond te verhandelen in het buitenland. Daarbij houdt hij ook veel voor zichzelf. Later zegt hij dat hij de kunst daarmee van de brandstapel heeft gered.

Inkopen voor de Führer

Vanwege zijn goede relaties met de partij kan Gurlitt vrij reizen. Hij is vaak in Parijs, waar hij veel kunst van vluchtende Joodse verzamelaars 'overneemt'. In 1943 werd hij inkoper voor het megalomane Führermuseum dat Hitler in Linz wilde inrichten. Tussen mei 1941 en oktober 1944 leverde hij de Führer driehonderd kunstwerken. Hier zijn de museumwanden zwart. Na de oorlog pleit hij succesvol voor zijn onschuld. Hij is tot zijn dood in 1956 directeur van een museum voor moderne kunst in Düsseldorf.

Is het gepast om over de kwaliteit van de afzonderlijke werken te praten? Kan je de schimmige, soms smerige geschiedenis van de kunstwerken wegdenken van de afbeelding en de naam van de kunstenaar? En zijn die werken dan schuldig, medeplichtig, of staan ze hierboven? Voor de familie Gurlitt gold het laatste, zo lijkt het. Op foto's uit het familie-album staat een kerstboom voor een schilderij van Monet en staat het beeldje van Rodin achter een bloeiende amaryllis. In het enige interview dat Cornelius gaf, kort voor zijn dood, vertelde hij dat de kunstwerken zijn levensgezellen waren, hij praatte met ze.

Met mensen liever niet.

'Jonge vrouw', Thomas Couture. © Foto: David Ertl, © Kunst- und Ausstellungshalle der Bundesrepublik Deutschland

Gurlitt en het herkomstonderzoek

Bij toeval stuitten de autoriteiten op de kunstverzameling die Cornelius Gurlitt (1932-2014), zoon van Hildebrand, in zijn huis in München bewaarde. Ook in zijn huis in Salzburg bleek kunst te liggen. Het waren alles bij elkaar 1566 kunstwerken, van in oplage gedrukte prenten tot unieke schilderijen van Matisse, Rubens en Picasso. Na zijn dood werd duidelijk dat Gurlitt alles had nagelaten aan het Kunstmuseum van Bern. Hij had toestemming gegeven voor herkomstonderzoek.

Dat onderzoek, betaald door de Duitse staat, moet eind dit jaar zijn afgerond. De schilderijen kregen voorrang; niet alleen is de waarde daarvan hoger, het zijn doorgaans ook werken die eenvoudiger te identificeren zijn dan een in oplage gemaakte ets of lithografie. Ook kregen de kunstwerken met grote kunsthistorische waarde voorrang.

Nauwkeurige bestudering van de kunstwerken kan ook helderheid geven over de herkomst. Bij de voorbereiding van deze tentoonstelling ontdekten conservatoren een klein, bij een restauratie hersteld gaatje in een schilderij van Thomas Couture van een jong meisje. Precies die beschadiging beschreef ook de vriendin van de Franse minister Georges Mandel na de oorlog. Mandel was in 1944 doodgeschoten door de nazi's, zijn kunst in beslag genomen.

'Bestandsaufnahme Gurlitt: Der NS-Kunstraub un die Folgen', tot 11 maart in de Bundeskunsthalle in Bonn, en 'Bestandsaufnahme Gurlitt: 'Entartete Kunst' - Beschlagnahmt und verkauft', in Kunstmuseum Bern. www.bundeskunsthalle.de

Woonkamer van Cornelius Gurlitt, waarschijnlijk in München. © rv



Het e-mailadres bij dit profiel is nog niet bevestigd. Een link om te bevestigen kunt u vinden in uw inbox.
Bent u de link kwijt? Vraag hier een nieuwe aan.

Wachtwoord is niet correct

tonen

Wachtwoord komt niet overeen

tonen

U moet akkoord gaan met de gebruiksvoorwaarden


Deel dit artikel

Advertentie
Het zijn schilderijen, tekeningen en prenten waar soms met tegenzin, soms onder dwang afstand van werd gedaan, vaak voor veel minder geld dan ze waard waren.

Naar de slachtoffers, vaak vermoord en zonder zelfs maar een grafsteen, is nog veel te weinig geluisterd.

Hoe schuldig was Hildebrand Gurlitt? De ten­toon­stel­ling stelt de vragen, de antwoorden ontbreken.