Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

Ghanese muziek vormt nu het hart van hipste danceplaten

Cultuur

door Stan Rijven

Review

In de jonge republiek Ghana werd, vanaf vandaag precies vijftig jaar geleden, muziek het ideale middel voor nation building. De Ghanese highlife zou jaren nadien het muzikale gezicht van heel Afrika bepalen.

Op 6 maart 1957 kreeg president Nrkumah van Ghana de leiding over de eerste bevrijde kolonie ten zuiden van de Sahara. Hij zette de deur open voor een dekolonisatie-golf die spoedig het hele Afrikaanse continent zou overspoelen.

Afgelopen zaterdag vond de aftrap plaats van een viering van dat feit, met, verspreid over het hele land, tien muziekfestivals tegelijk.

Musicoloog John Collins legde die muziekgeschiedenis vast, Scott Rollins zette haar op cd en drummer Kofi Ayivor maakte alles van dichtbij mee.

Al 25 jaar woont Ayivor (1939) in Nederland. Hij is de populairste percussieleraar in de Melody Line, het kloppend hart van musicerend Amsterdam Zuidoost.

In de jaren tachtig speelde Kofi in Groningen met Herman Brood, in de jaren zestig in Stockholm met Miles Davis en Sarah Vaughan. Maar het bekendst is hij van Osibisa, de afro-rock band die midden jaren zeventig Ghana op de popkaart zette.

Zijn oom David Gheho schreef het volkslied, zegt hij. Zelf begon Ayivor op 17-jarige leeftijd bij het legendarische highlife-orkest van ET Mensah, want hij was erbij op 6 maart 1957. Kofi: „Ik reisde van mijn dorp naar Accra, speciaal voor onafhankelijkheidsdag. Op het grote plein speelde ET Mensah, onze Louis Armstrong van de highlife-muziek. Uit enthousiasme beklom ik het podium en heb op maracas meegespeeld.”

Hij noemt het de mooiste dag uit zijn hele leven. „Iedereen was met elkaar verbonden, alle verschillen vielen weg. Nkrumah had alle stammen van Ghana in zijn regering opgenomen, de hele bevolking was vertegenwoordigd.”

Kofi kreeg een baan als postbesteller op het ministerie: „Iedere dag bezorgde ik brieven van het Flagstaff House en zag Nkrumah dikwijls. Hij was voor mij de beste professor en dokter, de beste president die we ooit hebben gehad. Hij wist hoe met mensen te communiceren, maar kon ze ook de waarheid vertellen.”

„Ik geloof nog steeds in zijn filosofie van verdraagzaamheid. Hij was ook de eerste Afrikaanse president die zich tegen het imperialisme keerde. Dat heeft hem opgebroken toen hij in 1966 door de CIA werd afgezet. Toen heb ik Ghana verlaten.”

Kofi begint te zingen: ’Ghana the land of freedom’. Dat speelden we toen op 6 maart. Twee jaar later zat ik echt in de band.”

Een kwart eeuw later vond in Accra op 6 maart het Soul to Soul Festival plaats. Ike & Tina Turner, Wilson Pickett en Santana brachten daarmee hun muziek terug naar de bron. Kofi kent de unieke documentaire, die nu op dvd is uitgebracht, maar was er helaas niet bij: „Ik speelde in Zweden, maar herinner me al te goed het effect van Santana. Hun nummer ’Djingoloba’ is rechtstreeks afkomstig uit West-Afrika.”

Het Amsterdamse Otrabanda Records is gespecialiseerd in de heruitgaven van vergeten muziek uit de Caraïben en West-Afrika. Ter gelegenheid van 50-jarige onafhankelijkheid bracht labelmanager Scott Rollins het album ’Bokoor beats’ uit.

Hij beschouwt die datum als een keerpunt. Rollins: „6 maart 1957 markeerde het begin van een bloeiperiode van allerlei soorten Ghanese muziek. Het land kent een grote rijkdom aan muzikale tradities, waarvan een groot deel is gedocumenteerd, opgenomen en gespeeld door muzikant-musicoloog John Collins. Met zijn in de jaren zeventig opgerichte Bokoor Band behoorde hij tot de pioniers van die westerse pop.”

„Na het uiteenvallen van de Bokoor Band richtte hij de Bokoor Studio’s op, waar hij opnames maakte van meer dan 200 bands en artiesten.”

De weerslag hiervan is terug te vinden op collectors items als ’The guitar & the gun’, ’Vintage palmwine’ en het vandaag verschenen ’Bokoor beats’.

Werd Collins als een vreemd eend in de bijt beschouwd, een blanke Engelsman die onvermoeibaar de Ghanese muziekgeschiedenis vastlegde, vandaag is hij een gerespecteerd professor aan de universiteit van Legon. Volgende maand opent hij ter gelegenheid van 50 jaar Onafhankelijkheid in Accra een museum voor highlife-muziek. Hij beschouwt het als de kroon op zijn werk, maar ook wil hij hiermee het belang van een halve eeuw Ghanese muziek onderstrepen.

Collins: „Er is een geheel nieuwe markt voor Afrikaanse pop ontstaan. Niet als neo-romantische wereldmuziek, maar als bron voor postmoderne techno. Het hart van elke danceproductie bestaat altijd uit een live groove waaromheen je elektronische effecten bouwt.”

„Nadat ze jarenlang de Amerikaanse soul en funk hebben afgegraasd, ontdekten danceproducers afgelopen jaren de Afrikaanse funk. Dan kan je niet om de afrobeat van Fela Kuti heen. Die is gebaseerd op Ghanese highlife.”

„Dus het werk van Kuti en andere Westafrikaanse artiesten, waaronder dat van mij, vormt nu het hart van de hipste danceplaten”, aldus Collins.

Deel dit artikel