Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

Gezongen sonnetten

Cultuur

Arend Evenhuis

Review

Shakespeare’s sonnetten verschijnen zelden in het theater. Nu weerklinken ze muzikaal en in hedendaags Nederlands. „Vertalingen verouderen altijd sneller dan het origineel.”

’Moet ik je met een meidag vergelijken.....’ (’Shall I compare thee to a summer’s day?’) staat uitgerekend niet op het repertoire.

Dat Shakespearesonnet beschouwt regisseur Jörgen Tjon A Fong afdoende ingeburgerd om het niet op te nemen in zijn muziektheatervoorstelling ’Echte liefde?’ Zes andere gedichten uit Shakespeare’s sonnettencyclus daarentegen wel degelijk.

Het muzikale sonnettenidee rijpte toen hij de roman ’Liefde duurt drie jaar’ van Frédéric Beigbeder las. En dan ingedeeld in het drieluik passie, tederheid, verveling. Of zoals Tjon A Fong classificeert: „De periodes van meubels kopen, meubels verplaatsen en van meubels verdelen.”

Die harde realiteit wilde hij afzetten ’tegen de liefdeservaring die we haast niet meer kennen: hoofse liefde, het smachten op afstand’. Shakespeare’s sonnetten dus.

Aan dichters en/of muzikanten vroeg hij een Shakespearesonnet te vertalen: Huub van der Lubbe, Spinvis, Maarten van Roozendaal, Adriaan Jaeggi, Ingmar Heytze en Freek de Jonge. Zelf had de regisseur al geselecteerd wie welk sonnet zou moeten vertalen. Bij zanger Huub van der Lubbe stuitte hij op een verrassing: die vroeg laconiek welk sonnet hij in het Nederlandse verlangde. Van der Lubbe bleek op eigen houtje al lang bezig met zijn eigen sonnettenvertalingen.

De zes gezongen sonnetten vormen onderdeel van muziektheater uit het Berlijnse variététheater van de jaren dertig. Tjon A Fong liet een ’verlopen theater’ op het toneel nabouwen, waar Monique van der Werff als De Vrouw en Wouter van Oord als De Man ’niet zulke goede kunstjes vertonen’.

Althans, kunstjes die rijmen met het ’verlopen theater’ zelf. Naarmate het eind van de voorstelling nadert, krijgen deze Vrouw en Man ’steeds minder ruimte voor trucjes’. De liefde taant immers gaandeweg.

In het begin mogen vrouw en man hun tekst nog ondersteboven op stoelen hangend vertellen. Maar dat heeft ook te maken met het feit dat de vrouw bij de eerste ontmoeting een bloedneus krijgt, en dus ook functioneel even achterover moet hangen.

In het script van Marjolijn van Heemstra krimpt de vrouw dan ineen, waarop de man haar kan sussen: „Dat bloed, toen wist ik het zeker. Als iemand je achtervolgt en op jouw commando kan bloeden is het liefde. Ik duw mijn sjaal onder haar neus. Kom maar, het komt goed.”

De muziektheatervoorstelling moet het verloop van de liefde verbeelden. Van de eerste ontmoeting, de verliefdheid, de geluksfase, de verwijdering en het afscheid. De sonnetten daarentegen zijn reflectief, ’die dragen niet bij aan de anecdote’.

Tjon A Fong: „Ze klinken prachtig, ook in het Nederlands. Ze zijn op mooie manieren vertaald, er is mooi met taal gespeeld. De betekenis van de woorden en de verschillende lagen zijn helder. De vertalingen zijn hedendaags, en houden toch het origineel intact. Grappig om te zien hoe vertalingen van tien, twintig jaar geleden al verouderd blijken. Vertalingen verouderen altijd sneller dan het origineel.”

„Bij de toneelteksten gaat het om conflict en emoties, bij de sonnetten om het verwoorden van gevoelens. Hoe in veertien regels zo zuiver en treffend mogelijk te zeggen wat er door iemand heengaat.”

En aldus schittert in afwezigheid het slot van het ’Shall I compare thee’-sonnet: „Zolang de mens nog ademhaalt en ziet, / zolang leeft dit, en leef jij in dit lied.”

(„So long as men can breathe or eyes can see, / So long lives this, and this gives life to thee.”)

Deel dit artikel