Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

Gemist: dominee die Wim Kok doopte

Cultuur

A.J. KLEI

Review

Predikanten en oefenaars II, door A. Bel (red.) e.a. Uitg. Den Hertog, Houten, 271 pp., geill., geb. F 42,50.

Evenals in het eerste deel zijn in dit vervolgdeel zeventig biografieen opgenomen en toen ik de inhoudsopgave doornam, stuitte ik tot mijn verbazing op de naam Hugenholtz. Het geslacht Hugenholtz heeft veel predikanten opgeleverd en de roemruchtsten onder hen waren zeer vrijzinnig en/of antimilitaristisch. In elk geval verwachtte ik geen Hugenholtz op het uiterste puntje van de rechtervleugel van het vaderlandse gereformeerdendom, maar hier was er toch een: G. W. K. Hugenholtz (1826 tot 1893).

Het opstel over deze Hugenholtz maakte me duidelijk dat hij eigenlijk koopman was. Zijn kanselwerk is maar van korte duur geweest. In 1858 probeerde hij dominee te worden bij de afgescheidenen (uit de hervormde kerk getreden orthodoxen), maar die wezen hem af wegens “zijn weinige uitgebreidheid in kennis”. Een jaar later klopte hij aan bij de zogenaamde kruisgemeenten (iets verder naar rechts in de gereformeerde wereld), maar daar vonden ze hem “geheel ongeschikt uit hoofde dat hem alle geestelijkheid ontbreekt”. Hugenholtz gaf het nog niet op en zocht contact met losstaande gemeenten van zwaargereformeerde snit, die hij her en der als voorganger heeft gediend. Deze periode duurde een jaar of twee, drie en daarna sleet hij zijn leven als koopman.

De laatste

G. W. K. Hugenholtz had een zoon die wel predikant werd en deze had op zijn beurt twee zoons die de (hervormde) kansel beklommen: ds J. B. Th.

Hugenholtz (1888 tot 1973) en ds. G. W. K. Hugenholtz (1889 tot 1969).

Deze G. W. K. staat in 'Predikanten en oefenaars' te boek als de laatste predikant van zijn geslacht; J. B. Th. wordt niet genoemd, maar deze Hugenholtz sloot in 1973 bij zijn overlijden een tijdperk van twee-en-een-halve eeuw af, waarin ons land een of meer predikanten Hugenholtz in huis had. Hij stond jaren achtereen in Ammerstol en hij was het die Wim Kok heeft gedoopt. En nu ik toch over hem bezig ben: hij behoorde tot de oprichters van Kerk en Vrede.

Zwijnen

Uit wat ik vertelde over de kerkelijke loopbaan van koopman Hugenholtz mag worden afgeleid dat in de zwarte-kousenkerken eerwaarden voorkwamen (en voorkomen) die gemakkelijk van de ene groep gemeenten naar de andere overstappen. Vaak lees je dat iemand zich aan een kerkverband onttrekt (“uittreedt”) en dan of zich bij een andere groep aansluit of voor zichzelf begint. De aanleiding is niet altijd leerstellig, de ene keer was er “een conflict rond zijn persoon”, een andermaal was er iets mis met iemands levenswandel - en in alle gevallen verschaft dit kiese biografische woordenboek geen nadere bijzonderheden, het spijt me. Wel kan ik doorgeven dat ds. J. Keller van de door hemzelf opgerichte vrije hervormde gemeente in IJsselmuiden vanaf de kansel kerkeraadsleden uitmaakte voor een “troep zwijnen”.

Vooral de oudere garde hechtte geen waarde aan “boekenwijsheid”. Ds. G.

J. Zwoferink liet weten dat God hem gebood de boeken weg te slingeren en oefenaar (iemand die zonder predikant te zijn voorgaat in een godsdienstoefening) te worden. E. J. Ariesen ging volstrekt onvoorbereid de kansel op: de Heere zou hem wel helpen - en ja hoor, vlak voor de dienst begon, “kwam de Heere over” met een tekst.

De Heere (in deze kring steeds met drie e's gespeld) grijpt zeer rechtstreeks in de hier beschreven levens in. Ik geef een voorbeeld. Ds.

M. Blok werkte eerst bij de Rotterdamse tram. Dit bracht zondagsarbeid mee, maar Blok kon er niet toe komen, daarom zijn baan op te zeggen.

“Maar waar Blok niet toe kon komen, daar zou de Heere hem brengen. Het botsen van twee trams - op een ervan deed Blok dienst als machinist - was aanleiding voor de RTM om hem te ontslaan. Het stond voor hem vast dat de Heere dit ongeval deed plaatsvinden om hem van de tram af te halen.”

Opmerkelijk is de taal die in de zwarte-kousenkerken en (dus) in dit boek wordt gebezigd. Het wemelt van uitdrukkingen en zinswendingen die regelrecht zijn gehaald uit preken van zeer strenge zeventiende- en achttiende-eeuwse predikers, de zo geliefde 'oud-vaders'. Ik bezwijk niet voor de verleiding, er treffende voorbeelden van te leveren, want “ik kreeg in de dadelijkheid te horen” dat dit verhaal dan veel te lang zou worden.

Zorgvuldig

Enorm geboeid las ik deze zorgvuldig samengestelde levensbeschrijvingen en gespannen vroeg ik me af, hoe het verder zou gaan met ds. J. G. van Minnen, die reeds als onderwijzer van de twee-verbondenleer overhelde naar de drie-verbondenleer! Al de opstellen zijn rustig en ingehouden van toon - ik zei al dat pikante details ontbreken; ook omtrent de 'krachtdadige bekeringen' pogen de auteurs sober te zijn. Jammer is dat de eindredactie een aantal taalkundige oneffenheden niet heeft gladgestreken en zo kom je zowaar deze zin tegen: “Reeds op jeugdige leeftijd begon de Heere...”

De uitgever hoopt volgend voorjaar het derde deel te kunnen aanbieden. Ik

Deel dit artikel