Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

Geerten van de Wetering zegeviert op het orgel van de Sint Bavo

Cultuur

Christo Lelie

© ANP

Dikwijls zijn vakjury en publiek het bij muziekconcoursen danig met elkaar oneens. Dan klinkt er na de bekendmaking van de uitslag alom gemor. Maar in het 52ste Internationaal Orgel Improvisatieconcours Haarlem was daar dit keer geen sprake van.

De Nederlander Geerten van de Wetering ging vrijdagavond met de jury- én de publieksprijs naar huis.

Lees verder na de advertentie

Van de Wetering moest het in de uiterst spannende finale op het Müller-orgel van de Grote of Sint Bavokerk opnemen tegen de Italiaan Gabriele Agrimonti en de Duitser Lukas Grimm. Zij waren in twee voorrondes geselecteerd uit acht deelnemers. Voor deze finale had componist Jan Vriend vijf thema's geschreven waarover de spelers een triptiek moesten improviseren. 

Die thema's waren dermate gedetailleerd uitgewerkt dat ze fantasievol improviseren wat in de weg stonden, vooral in de verplichte slotfuga. Gabriele Agrimonti strandde daarin, niet in staat als hij was om de strenge fugavorm consequent vol te houden. Jammer, want hij was het triptiek speels en veelbelovend gestart.

Het was Geerten van de Wetering die het origineelst en in zijn deftig klinkende fuga het meest vormvast was

Lukas Grimm hield zich staande in bondige, scherp omlijnde improvisaties. Maar het was Geerten van de Wetering die het origineelst en in zijn deftig klinkende fuga het meest vormvast was. Door zich in het middendeel van zijn drieluik niets aan te trekken van Jan Vriends tempo- en registratievoorschrift nam hij een behoorlijk risico. Dankzij zijn fantasievolle benadering ontging hem de prijs desondanks niet. 

Al met al waren in deze opdracht de prestaties soms verrassend, maar gemiddeld weinig spectaculair.

Een echte dialoog

Dat het tóch een boeiende finale werd, was te danken aan de andere opdracht: improviseren samen met sjengspeler Wu Wei. De sjeng is een vierduizend jaar oude voorloper van het orgel. De klank van dit Chinese mondorgel (met heuse pijpjes) zit tussen die van een hobo en een mondharmonica in, is dynamisch uiterst expressief en er kunnen samenklanken op worden gespeeld. 

Grootmeester-improvisator Wu Wei bleek op zijn instrumentje de strijd met het reusachtige Müller-orgel goed aan te kunnen. Zijn samenspel met Agrimonti was enerverend, maar het leek soms alsof de organist de juiste akkoorden bij Wei's spel moest zoeken. 

Bij Grimm was er daarentegen vanaf de eerste noten sprake van een echte dialoog in een sfeervol klankstuk. Het was Van de Wetering die zich in zijn avant-gardistische improviseren als de sterkste tegenspeler van Wei ontpopte en aldus overtuigend zegevierde.

De nieuwste recensies van pop, klassiek, wereldmuziek en optredens leest u hier.

Deel dit artikel

Het was Geerten van de Wetering die het origineelst en in zijn deftig klinkende fuga het meest vormvast was