Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

Franca Treur moet iets doen in de geest van Max Havelaar

Cultuur

Franca Treur

Franca Treur © Olivia Ettema
Column

De opleiding Nederlands in Leiden hield onlangs haar jaarlijkse Max Havelaar Toesprakentoernooi. 

Dat Toesprakentoernooi wordt georganiseerd door onder anderen hoogleraar retorica Jaap de Jong van wie ik ook nog eens les heb gehad, en ik schrijf erover omdat ik tijdens die dag de entr’acte was.

Lees verder na de advertentie

Het is een razend populair evenement. Docenten Nederlands nemen hun twee welbespraaktste leerlingen uit de bovenbouw van het vwo mee naar de universiteit. Daar krijgen ze workshops over retorica van Jaaps promovendi en student-assistenten over stemgebruik, argumentatie, openingszinnen en uitsmijters. Vervolgens schrijven en houden ze zelf toespraken. Het winnende duo krijgt de wisselbeker mee, plus andere prijzen.

Het belang is natuurlijk dat scholieren lol krijgen in de eigen taal, maar ook dat docenten Nederlands een hart onder de riem gestoken wordt. Ze hebben een mooi vak, en het is een belangrijk vak.

Acuut verlegen

Mijn entr’acte moest iets zijn in de geest van Max Havelaar. Nu vind ik actualiteit in een roman altijd ingewikkeld. Ik lees met instemming schrijver en criticus Kees ’t Hart als hij zegt dat in de literatuur niets hoeft. “Geen engagement, geen goede doelen, geen straatrumoer, geen azc’s, geen werkloze mijnwerkers, geen eenzame dementerenden, geen Zwarte Pieten, geen genderbenders, geen huiselijk geweld.” Dit citaat komt uit de vrolijke scheurkalender voor aspirant-schrijvers van uitgeverij Das Mag en kan ook van Joost de Vries zijn of van Marja Pruis, want ze maakten hem met z’n drieën. Maar ik denk Kees ’t Hart, omdat hij dit soort dingen wel vaker zegt, meestal in zijn recensies van romans over azc’s, mijnwerkers of eenzaamheid.

Ik had er spijt van, zei ik, dat ik als student niet geprotesteerd heb tegen privatisering van nuts­in­stel­lin­gen

Als mensen mij vragen welke boodschap ik in mijn boeken heb gestopt, word ik acuut verlegen. Want ik heb geen boodschap. Wat je krijgt is geen instant levensles of zo. Eerder een ervaring. Je mag met iemand meekijken die een en ander voor de kiezen krijgt, en die daar van alles bij denkt. Die gedachten deugen niet per se.

Maar goed, mijn entr’acte was geen fictie maar een betoog, dus sprak ik mijn publiek vurig toe. Het ging over solidariteit. Van Frans de Waal had ik gehoord dat uit alles blijkt dat apen neigen tot samenwerken. Voor mensen geldt hetzelfde. Maar we leven in een neoliberaal systeem dat ons steeds maar aanzet tot concurrentie.

Uit het oog

Ik heb de boel opgehangen aan de metafoor van spijt. Ik had er spijt van, zei ik, dat ik als student niet geprotesteerd heb tegen de vergaande privatisering van nutsinstellingen. Want dat gebeurde toen onder mijn ogen. De gevolgen zijn desastreus gebleken voor de onderkant van de samenleving, waar de concurrentie moordend is en iedereen als flexkracht werkt, laagbetaald, onverzekerd, en zonder pensioenopbouw.

Juist in je studententijd, vleide ik, kun je nog oprechte solidariteit voelen met laagopgeleiden. Je werkt met ze samen tijdens je bijbaan. Je ontmoet je klasgenoten van de basisschool nog in de kroeg in de woonplaats van je ouders. Als je eenmaal afgestudeerd bent, verlies je elkaar uit het oog. Voor je het weet draai je mee in het neoliberale systeem dat mensen elkaar kapot laat concurreren. Maar, zei ik, dat systeem is geen gegeven. Er liggen politieke keuzes aan ten grondslag, en die kun je bevechten.

Hoofden van Banten-Kidoel! Ik heb gezegd. Ge kunt terugkeren, ieder naar zijn woning. Ik groet u allen zeer!

Franca Treur schrijft met Gerbrand Bakker om beurten een wisselcolumn overlezen, schrijven en het literaire leven.

Deel dit artikel

Ik had er spijt van, zei ik, dat ik als student niet geprotesteerd heb tegen privatisering van nuts­in­stel­lin­gen