Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

Fraai vormgegeven, maar 'kleine zielen' is onevenwichtig

Cultuur

Hanny Alkema

Noortje Herlaar, Chris Nietveld, Robert de Hoog, Steven van Watermeulen en Hélène Devos in 'Kleine Zielen' © Jan Versweyveld
Theaterrecensie

Kleine zielen
Toneelgroep Amsterdam
★★

De speelvloer is een immens tapijt, met aan weerszijden groene planten waarop continu miezerige regendruppels neerspatten. Een troosteloze afscheiding van glazen trappen­galerijen aan beide kanten. Het geheel oogt leeg en beklemmend tegelijk.

Lees verder na de advertentie

Vanachter de planten of vanaf de trappen houdt men de anderen daar beneden in het ­vizier. Die daar op hun beurt wat verloren rondlopen. En zich niet onbespied weten. Want zo nu en dan richten ze het woord tot wie boven is.

De ambiance van ‘Kleine zielen’ door ­Toneelgroep Amsterdam is een krachtig beeld van een eenzame, ongelukkige en desondanks samenklittende familie. Een gevangenis voor de familieleden, een fort voor de buitenstaander.

Addy is degene aan wie iedereen gaat hangen als mogelijke redder in nood

In de bewerking van regisseur Ivo van Hove en dramaturg Koen Tachelet richt de focus zich op liefdesmalheur. Op het verkilde ­huwelijk tussen Constance (Chris Nietvelt) en oud-minnaar Van der Welcke (Steven Van Watermeulen), op de onbegrepen verbintenis tussen hun zoon Addy (Robert de Hoog) en het volksmeisje Mathilde (Maria Kraakman).

Omdat Addy de enige is die, als huisarts, nog contact heeft met de buitenwereld –en in het helpen van de medemens zijn opdracht ziet– wordt hij als vanzelf de centrale figuur. Aan wie iedereen gaat hangen als mogelijke redder in de nood.

Triviaal relatiedrama

Met deze benadering verengt Toneelgroep Amsterdam de tragische neergang van een ­illuster Haags/Indisch patriciërsgeslacht, ­zoals Louis Couperus die in ‘De boeken der kleine zielen’ beschreef, tot een nogal ­triviaal relatiedrama. Fraai vormgegeven ­zeker, schitterend gespeeld ook. Maar indringend?

Pogingen om de voorstelling thematisch breder te trekken, ontaarden soms in wat al te nadrukkelijk onder de neus gewreven clichés. De manier waarop Addy telkens weer als een soort sekteleider wordt aanbeden, begint ­danig te vervelen. En de monoloog van de­ mater familias (Frieda Pittoors) aan het eind, waarin zij fel uithaalt naar het huidige tijdsgewricht, is een volkomen misplaatst statement in een verder volstrekt apolitieke adaptatie.

Dat laatste is meteen even een rare breuk met de verder zo elegant gehandhaafde ­Couperus-taal. De vondst om Pittoors tussendoor als een soort Grieks koor commentaar te laten leveren, werkt juist weer prettig relativerend.

Mooi, maar onevenwichtig is deze ‘Kleine zielen’, waarin het melodrama vaak op de loer ligt, gelardeerd met even grappig bedoelde als willekeurige (film)citaten als de opwaaiende rokken van een eindelijk weer verliefde ­Constance. Overtuigend is wel het sterke spel. Met als uitschieter Maria Kraakman, die de onbeduidende Mathilde dansant omtovert tot een heerlijk wulpse meid.

Lees hier meer theaterrecensies van Trouw.



Het e-mailadres bij dit profiel is nog niet bevestigd. Een link om te bevestigen kunt u vinden in uw inbox.
Bent u de link kwijt? Vraag hier een nieuwe aan.

Wachtwoord is niet correct

tonen

Wachtwoord komt niet overeen

tonen

U moet akkoord gaan met de gebruiksvoorwaarden


Deel dit artikel

Advertentie
Addy is degene aan wie iedereen gaat hangen als mogelijke redder in nood