Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

Fotografe van Suriname

Cultuur

Monique de Heer

Een stapel dozen bleek de erfenis van een bijzonder getalenteerde fotografe te bevatten.. Nu voor iedereen te zien.

Er moet een natuurtalent zijn geboren in Paramaribo in 1873. Augusta Curiel was de middelste van drie zusters Curiel die tussen 1904 en 1937 een fotobedrijf aan de Domineestraat 28 hadden. Toen de voormalig conservator van het Tropeninstituut Janneke van Dijk ruim zeventig jaar later in het depot van het Surinaams museum in de oude muziekschool in de Surinaamse hoofdstad een stapel bruine dozen vond vol glasnegatieven van Augusta Curiel, werd ze aangenaam verrast. Het bleken unieke opnamen te zijn van Suriname uit een tijd waar nauwelijks beeldmateriaal van bekend is, maar de foto’s zijn ook van uitzonderlijke kwaliteit. Niet alleen technisch maar ook wat betreft compositie zijn ze opmerkelijk.

In samenwerking met het Surinaams museum is er nu een fotoboek uitgegeven met het werk van Augusta Curiel. Er zijn nog maar een paar mensen in leven die de gezusters Curiel daadwerkelijk aan het werk hebben gezien tussen 1920 en 1930 in Suriname. Ze gebruikten een zware houten platencamera. ,,Een van de dames verdween onder een zwarte doek en de ander wees met haar vinger naar de lens en riep dat iedereen naar het vogeltje moest kijken”, vertelde mevrouw Gummels tegen Janneke van Dijk. Augusta bepaalde de compositie en stelde scherp. Voor het bepalen van de belichtingstijd had ze Anna nodig. „Anna, heb ik zon?” klonk het vanonder de doek. Als dat niet zo was, antwoordde Anna: „Wolkje wolkje”. Zo zijn honderden Surinaamse schoolkinderen op de foto gezet. Na de opnamen keerden Anna en Augusta terug naar huis waarna het werk in de avond, als het donker was, weer verder ging. Dan werden de negatieven ontwikkeld en afgedrukt door de glasplaten van onderen af te belichten. Een paar keer per week werd een partij ijs afgeleverd bij de donkere kamer, nodig om de baden chemicaliën op de goede temperatuur te houden. Toen ze stierven, Augusta in 1937 en Anna in 1958, waren hun handen zwaar aangetast door de chemicaliën.

Hoe de zusters Curiel er toe zijn gekomen te gaan fotograferen is niet bekend. Er zijn geen briefwisselingen, dagboeken of andere geschreven bronnen bewaard gebleven. De drie zusters waren erg op zichzelf en trouwden niet. Een eigen bedrijf beginnen was niet vreemd voor vrouwen in Suriname in die tijd, maar fotograferen gebeurde meestal door mannen. Mogelijk heeft een vriend van de familie, een enthousiast fotograferende dominee, een rol bij de keuze gespeeld. De oudste zuster Elisabeth zorgde voor het huishouden. Anna hielp met het dragen en klaarmaken van de apparatuur. Augusta was de fotograaf.

Ze waren bij allerlei evenementen en dat maakt de collectie zo uniek. Zo legden ze de onthulling van het standbeeld voor koningin Wilhelmina op het Gouvernementsplein vast, maar ook de kermis, de markt aan de Waterkant, de plantages en de katoenpluk. Paramaribo werd regelmatig bezocht door rondreizende fotografen die een paar weken werkten en verder trokken als de klandizie terugliep. Maar de zusters Curiel maakten jarenlang opnamen van het dagelijks leven in Suriname. Hun inkomsten moeten ze voor een groot deel gehad hebben uit het maken van portretten. Juist daarvan zijn niet zo veel bewaard gebleven. Waarschijnlijk maakten Anna en Augusta veel van de dure glasplaten weer schoon om ze opnieuw te gebruiken. Ze hebben er gelukkig voor gekozen de stadsgezichten, landschappen, opnamen in fabrieken, scholen en weeshuizen te bewaren. Anna heeft na de dood van Augusta geprobeerd de zaak voort te zetten, maar haar gezondheid verslechterde. Ze raakte in financiële problemen en verkocht in de jaren vijftig uiteindelijk de zaak. Veel werk is vernietigd maar voor haar dood in 1958 heeft Anna de overgebleven glasnegatieven aan het museum geschonken. Twee jaar geleden werden ze door Janneke van Dijk tijdens een reis in opdracht van het Tropenmuseum ontdekt. Van Dijk: „In tegenstelling tot Nederlands-Indië is er uit het Suriname van begin vorige eeuw maar heel weinig bewaard gebleven. En dit is ook nog eens van uitzonderlijke kwaliteit. Gezien de omstandigheden in Suriname zijn ze goed bewaard gebleven. De foto’s zijn helder, hebben goede scherptediepte en zijn prachtig van compositie. Augusta Curiel fotografeerde ook heel veel verschillende onderwerpen. In deze foto’s zie je nog veel het koloniale aspect terug, je ziet de plantages nog in gebruik.”

In Suriname is er heel voorzichtig met de collectie omgesprongen. Van Dijk: „Maar er is helaas te weinig geld en mankracht daar om alles wat er is ook toegankelijk te maken voor het publiek. Door de samenwerking met het Tropenmuseum zijn alle foto’s van Augusta Curiel nu gedigitaliseerd om het beeld in ieder geval te bewaren. Maar er ligt nog heel veel moois in het depot in Paramaribo te wachten. Er zijn een paar unieke albums met foto’s van het leven op de plantages. Het is visueel erfgoed dat het verdient om bewaard te blijven. Wij willen die collectie ook graag beschikbaar maken voor zoveel mogelijk mensen, vandaar ook dit boek.’

De laatste foto’s in ’Augusta Curiel, Fotografe in Suriname 1904-1937’, is wel weer een serie portretten. Ze maakten die in de tuin achter hun huis want een studio hadden de zusters niet. Het glimlachende meisje op de foto zit voor een laken dat door Anna op zijn plaats wordt gehouden. Onder het laken steken een paar voetjes uit en aan de zijkant zie je nog een handje.

Deel dit artikel