Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

Fascisten verdoen hun tijd niet met jammeren

Cultuur

Jann Ruyters

Review

De broer van Inez van Dullemen was ’fout’. In ’Heldendom’ laat de schrijfster heel mooi zien wat deze zelf zo zwakke jongen aantrok in de Duitse ’mannenfantasie’.

In ’Heldendroom’ verslaat schrijfster Inez van Dullemen de oorlogsjaren van haar broer Ronald, die met de Duitsers sympathiseerde en in het boek is omgedoopt tot Onno. Ze sluit met deze roman aan bij een groeiende rij literaire bekentenissen van Nederlanders, zoals Sytze van der Zee en Hanneke Wijgh, met ’foute’ verwanten. Maar anders dan zij spreekt Van Dullemen niet alleen voor zichzelf, ze kruipt ook direct in de huid van haar broer. Het deels fictieve ’Heldendroom’ biedt zo een gewaagde zoektocht naar het donkerste binnenste, precies dat deel van de familiegeschiedenis dat vijftig jaar verdrongen is.

Lodewijk Ronald van Dullemen alias Onno blijkt een tragische figuur. Als kleine jongen leed hij aan astma en werd hij door zijn overbezorgde, antroposofische moeder met teveel liefde in de klem gehouden. Nadat de familie Duitse oorlogsinvaliden, slachtoffers uit WO I, aan de deur heeft gehad, begint deze zwakke maar ook weerbarstige jongen zich te identificeren met het vernederde Duitse volk en met de rijzende ‘Herrenlehr’ van Hitler.

Terwijl zijn moeder met dennennaaldenafkooksel zijn koortsdromen bestrijdt, en zijn vader, procureur-generaal, zich terugtrekt achter zijn bureau, keert Onno zich van zijn ouders en jongere zus Vera af. Hij wordt eenzelviger en onbereikbaarder, vol dédain ook jegens de principes van zijn vader en de idealen van zijn moeder. De Duitse bezetting ervaart hij als ’een vloedgolf die de Nieuwe Tijd aankondigt en de lauwe burgerlijkheid om zeep helpt’. Onno verlaat het huis om als secretaris van het Oost Instituut zijn bijdrage te leveren aan de expansie van het Germaanse rijk.

De titel ’Heldendroom’ herinnert aan Klaus Theweleits standaardwerk over het fascisme: ’Mannenfantasie’. Iets van de door hem beschreven fascistische mengeling van frustratie, valse heroïek, angst en grootheidswaan keert terug in van Dullemens portret van de hoog reikende Onno. „Die mensen verdeden hun tijd niet met jammeren en klagen of oeverloze discussies over de politiek, nee er werd gewerkt, keihard gewerkt”, prijst Onno de fascistische strijders. Het bereiken van Hitlers fascistische heilstaat ziet Onno als een grote mannelijke taak: werken, onderzoeken, veroveren.

In korte hoofdstukken stapt Van Dullemen ook in de mensen die vanaf de zijlijn toezien hoe Onno zich van hen en van de werkelijkheid vervreemdt en zo het gezin uit elkaar doet vallen. De beroofde moeder pijnigt zichzelf met de vraag waar het mis ging; de rechtschapen vader duikt onder na een verzetsdaad en weert de wanhoop af door in gedachten vast te houden aan zijn leermeesters; de zus en ‘brave dochter’ Vera, van Dullemens alter-ego, pendelt tussen haar ouders heen en weer. Tussen haar en haar broer ‘ontstaat een ijskoude mist’.

Ook dat zijn authentieke, mooie passages, maar de verontrustende euforie van Onno zet de toon. De schrijfster laat in een continue gedachtestroom zijn diepe onthechting en verwarring voelen. Nergens weerklinkt de nu maar al te bekende afloop van de geschiedenis; dat Hitlers heilstaat nooit is gesticht en dat de zes miljoen joden wel zijn vermoord. Voor Onno is het Oost Instituut de eerste stap richting de Germaanse elite op de Oekraïne. De chaos van Dolle Dinsdag komt uit een schijnbaar wolkenloze hemel op zijn geordende bureau vallen.

In blindheid herinnert Onno’s duistere overtuiging aan het fanatieke geloof van de vader in ‘Knielen op een bed violen’. Door dat universele aspect in de nazi-ideologie te erkennen zonder het specifieke ervan te veronachtzamen, slaagt van Dullemen er in het rigide oordeel ‘fout’ te vermenselijken.

In het laatste hoofdstuk beschrijft Van Dullemens alter-ego Vera hoe ze in de nalatenschap van haar broer Onno een koffer aantreft gevuld met NSB-attributen: zijn lidmaatschapskaart van de Jeugdstorm, een liedjesboek van de Hitlerjugend, weekbladen als Signal, Waffen SS, Der Adler.

Anders dan zij dacht heeft haar broer zijn foute verleden nooit afgezworen, maar altijd met zich mee gedragen, gekoesterd zelfs, getuige de relikwieën in de koffer. „Wilde hij uiteindelijk gekend worden?” staat er dan in de laatste regel. Die licht onthutste vraag aan het slot ontroert. Het is net alsof de hele roman op dit moment aanstuurde. Niet dat de zus haar broer alsnog vergeeft; wel dat ze zoveel jaren later alsnog geraakt wordt door zijn eenzaamheid.

Deel dit artikel