Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

Exposities bij eerste bundel over hedendaagse Nederlandse kunstbeeldende kunst

Cultuur

INEKE SCHWARTZ

Review

'Vrij spel, Nederlandse kunst 1970-1990', onder redactie van Willemijn Stokvis en Kitty Zijlmans, f 49,50. Exposities: 'Hedendaagse Nederlandse fotografie 1970-1990', Nijmeegs Museum Commanderie van Sint-Jan, Franse Plaats 3, open ma-za 10-17u, zo 13-17u; 'Acht kunstenaars en hun keuze', Museum het Catharina Gasthuis, Oosthaven 9, Gouda, open ma-za 10-17u, zo 12-17u; 'Installaties van hedendaagse Nederlandse kunstenaars', Gemeentemuseum Arnhem, Utrechtseweg 87, Arnhem, open di-za 10-17u, zo 11-17u.

"Dit boek is uiteraard bedoeld als discussiestuk" , schrijven Willemijn Stokvis en Kitty Zijlmans, beiden docent kunstgeschiedenis aan de Rijksuniversiteit Leiden, in het voorwoord van het boek 'Vrij Spel'. In dertien artikelen wordt een aantal ontwikkelingen in de Nederlandse kunst uit die periode op een rij gezet, zoals de verhouding tussen beeldende kunst en fotografie, de rol van de vrouwenbeweging en die van de tentoonstellingsmaker, vormgeving als autonome kunst, videokunst, 'de tijdschriftenhausse' en kunstenaarsinitiatieven.

Belangrijke onderwerpen als installaties of omgevingsvormgeving bleven liggen. Het boek is onvolledig, maar moet gezien worden als een aanzet, zegt initiatiefneemster Willemijn Stokvis, die zelf een standaardwerk over Cobra schreef. Als docent aan de Rijksuniversiteit Leiden miste ze een boek over hedendaagse Nederlandse kunst. Daar een aantal studenten scripties schreef over deelonderwerpen die voor een dergelijk boek bruikbaar waren, besloot ze die in geredigeerde vorm te bundelen. Wanneer een onderwerp ontbreekt, was daar een praktische reden voor: niemand die ze kende had daar structureel studie naar verricht.

Schrijven over hedendaagse kunst, een proces dat nog volop in ontwikkeling is, leidt onvermijdelijk tot hiaten en missers. Ondanks alles wat aan het boek ontbreekt, is het bruikbaar doordat het een aantal zaken op een rij zet, die in artikelen en publikaties gefragmenteerd worden gepresenteerd. Dat leidt soms wel tot opsommingen, maar geeft een basis van waaruit gewerkt kan worden. Daarbij is het redelijk helder geschreven, zonder wolligheid of jargon.

Om het boek gepubliceerd te krijgen, kostte al moeite genoeg: WVC zegde het laatste moment geen subsidie toe ( "er bestonden immers al tijdschriftartikelen over dit onderwerp" ) en uitgeverij Meulenhoff wilde alleen tot publikatie overgaan, als er begeleidende exposities zouden komen. Stokvis vond drie musea bereid: het Gemeentemuseum Arnhem, het Catharina Gasthuis in Gouda en de Commanderie van Sint Jan in Nijmegen. Alledrie de musea vonden het aanbod van beeldende kunst en kunstenaars uit de periode 1970-1990 te divers om te proberen daar een overzicht van te geven, en besloten tot een eigen keuze.

De Nijmegense Commanderie toont van acht Nederlandse fotografen (Oscar van Alphen, Marrie Bot, Paul den Hollander, Helena van der Kraan, Piet van Leeuwen, Peter Martens, Paul de Nooijer en Charly van de Rest) een reeks vroege werken van rond de jaren zeventig en een aantal recente foto's. Het grote voordeel van deze keuze is dat los van de pretentie om volledig te zijn of van de oppervlakkigheid van een al te divers aanbod, op deze manier wel degelijk een beeld ontstaat van ontwikkelingen in de fotografie van de afgelopen twintig jaar. Zo zijn sommige fotografen zich als kunstenaar op gaan stellen en zijn de technische mogelijkheden en perfectie enorm toegenomen.

Conservator Hans Vogels uit Gouda koos een aantal kunstenaars die hij bepalend vond voor het gezicht van de beeldende kunst van nu: Rob van Koningsbruggen, Rob Scholte, Lidwien van de Ven, Carel Visser, J. C. J. van der Heyden, Marjolijn van den Assem, Elisabeth de Vaal en Henk Visch. Hij vroeg hen elk een hedendaags en een historisch kunstenaar te kiezen, wiens werk voor hen belangrijk was of hen beinvloed had. Op zich zegt deze vraagstelling al iets over de manier waarop de laatste jaren naar kunst wordt gekeken: met besef van historische bronnen. Het zou dan ook zeker een interessante expositie hebben kunnen opleveren, ware het niet dat deze van compromissen aan elkaar hangt. Veel van de door de kunstenaars gemaakte keuzes waren praktisch niet uitvoerbaar; het Stedelijk museum wilde Rob Scholte geen toestemming geven om het gerestaureerde 'Who's afraid of red, yellow and blue' van Barnett Newman ten toon te stellen naast een door hemzelf gemaakte kopie en de Seurat die J. C. J. van der Heyden uitkoos, kon niet worden geleend. Daarbij is de tentoonstellingsruimte van het Catharina Gasthuis een gotische kerk: een smalle, hoge ruimte. Daar werk van zo'n dertien kunstenaars in proppen, veroorzaakt een kakofonie van botsende werelden en maakt hun bedoelingen totaal niet duidelijk, ook al zijn de individuele werken prachtig. Als deze tentoonstelling al iets laat zien, is het wel dat voor hedendaagse kunst de plaatsing en de manier van exposeren uitermate belangrijk zijn.

Het Gemeentemuseum Arnhem koos voor installaties en wilde tonen dat de ontwikkelingen in de beeldende kunst van de afgelopen twintig jaar bij sommige kunstenaars geleid hebben tot een groter bewustzijn van de maatschappij, de kunstwereld en de houding die zij ten opzichte daarvan innemen. Renee Kool, Lydia Schouten, Lily van der Stokker, Giny Vos, H. W. Werther en de kunstenaarscollectieven Seymour Likely en Capital Gains maakten installaties ter plekke. De ruimtes die zij inrichtten, vullen een van de lacunes in het boek door kunst te tonen als een totaalervaring, als iets waar je in kunt staan, wat je kunt ondergaan. Dat relativeert gelukkig ook enigzins de conclusie van Willemijn Stokvis dat het op dit moment in de kunst meer dan ooit gaat om de kunst zelf. De installaties van Schouten, Capital Gains en H. W. Werther laten immers tegelijk met een visie op kunst ook maatschappelijk engagement zien.

Deel dit artikel