Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

Ester Naomi Perquin, schrijfster van het Boekenweekgedicht: moeder worden maakt je geen ander mens

Cultuur

Janita Monna

Ester Naomi Perquin © Jörgen Caris
Poëzie

Op 22 maart start de jaarlijkse Boekenweek. In een interviewserie vertellen vrouwelijke dichters over het Boekenweekthema ‘de moeder de vrouw’ en schrijven ze speciaal voor Trouw een gedicht. Vandaag: Ester Naomi Perquin. 

Perquin schreef het Boekenweekgedicht, het laatste gedicht in onze serie. Lees hier alle afleveringen terug van Marieke Lucas Rijneveld, Radna Fabias, Esther Jansma, Kira Wuck en Neeltje Maria Min.

Lees verder na de advertentie

Bij Ester Naomi Perquin thuis ging het vroeger zo. “Als ik na het eten stond af te wassen, kwamen de buurkinderen vragen: ‘Komt je moeder buiten voetballen?’”

Ze noemt het een ‘Pippi Langkous-jeugd’. “Mijn moeder was heel onalledaags. Ze had nul overwicht, was volstrekt democratisch en koos altijd onze kant. Maar ze stond er wel alleen voor. Mijn vader overleed toen ik acht was. Mijn moeder bleef achter met vier kinderen.

De moeder van Perquin stond met een indianentooi op het schoolplein

Geld was er vaak niet, maar iedereen mocht altijd blijven eten. Of er nou niks te eten was voor vier of voor acht kinderen, dat maakte mijn moeder niet uit.”

Spijker in voet

Al die vrolijke verhalen uit haar jeugd - hoe ze op een kinderfeestje met restjes oude verf de auto van haar moeder beschilderden, dat haar moeder met een indianentooi op haar hoofd op het schoolplein stond -, Perquin vertelde ze altijd met smaak.

Tot een paar jaar geleden. Ze zat met wat collega’s en het verhaal over de spijker in haar voet - ze liep er als kind ooit drie dagen mee rond - kwam weer eens voorbij. “En ineens vroeg een collega of mijn moeder die spijker dan niet had gezien? Ik viel stil. Pas toen kwam het besef, denk ik, dat mijn jeugd ook een andere kant had. Het was vrolijk, maar was het ook veilig? Nabijheid in klassieke zin was er niet, mijn moeder was geen zorgzame moeder met hoestdrank en strijkbout. Ons werd geleerd: reken nooit op iemand als je valt.”

Ester Naomi Perquin (1980) is zelf inmiddels moeder. Twee zoons heeft ze, een puber en een kleuter. “Ik herinner me zo goed het moment dat ik mijn oudste zoon voor het eerst in mijn armen had. Deze persoon kende ik nog helemaal niet, hij was een vreemde, ik verheugde me erop hem te leren kennen. En daarna dacht ik: Nu mag ik nooit meer dood.

Mijn moeder mocht vier keer niet dood. Het wegvallen van mijn vader heeft zo’n gewicht op haar bestaan gegooid. Ze speelde kind, om niet onder de grotemensenzorgen te bezwijken.”

Meervoudig afwezig

Perquin debuteerde twaalf jaar geleden met ‘Servetten halfstok’. Haar stem klonk nieuw en vertrouwd tegelijk. Haar poëzie viel op, misschien wel vooral om de heldere manier waarop die de werkelijkheid aan het wankelen bracht, in regels die stevig in hun schoenen stonden en toch prettig licht bleven. En dan was er nog die wat absurde humor. Niet voor niets ontving Perquin sindsdien zo’n beetje alle prijzen die er voor poëzie te krijgen zijn, van een nominatie voor de C. Buddingh’-prijs voor haar debuut tot de J.C. Bloemprijs voor haar tweede bundel ‘Namens de ander’ (2009), van de VSB Poëzieprijs voor ‘Celinspecties’ (2012) tot de Herman de Coninckprijs voor ‘Meervoudig afwezig’ (2017). Tot januari van dit jaar was ze Dichter des Vaderlands.

Haar jeugd en haar gezin bleven in haar werk goeddeels buiten beeld, al zijn de meer recente gedichten persoonlijker. In ‘Meervoudig afwezig’ schemert de dood van haar vader door. En ook een scheiding.

De formule voor een eerlijke verdeling van huisraad, / herinneringen en geweckt fruit (uit eigen voorraad) / bevat diverse malen een variabel getal.

Het was niet moeilijk om de kinderen bij mijn ex-man achter te laten, het was moeilijk om niet bij mijn zoons te zijn

Een scheiding verandert het moederschap, maar hoeft goed ouderschap niet in de weg te staan, weet Perquin inmiddels uit ervaring. Haar ex-man woont vlakbij, het co-ouderschap verloopt harmonieus en de nieuwe man van Perquin is de derde ouder. “Mijn jongste zegt: ‘Dat zijn mijn mensen.’”

Maar al staan ouders er na een scheiding alleen voor, ze gelooft dat het goed is als er meer mensen bij de opvoeding van een kind betrokken zijn. “Bepaalde dingen kun je nu eenmaal niet. Ik bijvoorbeeld, kan helemaal niet tegen geklieder aan tafel. Maar als ik daar de hele tijd op ga zitten letten, wordt het een gespannen boel. Dan is het handig als er iemand is die jouw blik corrigeert, die je bijstuurt of tegengas geeft.”

Meer recht op de kinderen

Toen ze nog samen was met de vader van haar kinderen waren de taken in het gezin gelijk verdeeld. Moeders zorgzamer dan vaders? Dat gaat er bij Perquin niet in.

“Hoe doe je een pasgeboren baby een broekje aan? Ik kreeg het als kersverse moeder niet voor elkaar, was bang zo’n priegelig beentje te breken. Maar mijn ex-man had al kinderen, die deed ‘flop flop flop’ en onze zoon zat in een pakje.”

“Vrouwen is aangeleerd: jullie zijn zorgzaam, jullie zijn beter met kinderen, maar er is geen enkele reden om dat aan te nemen. Het is ons heel lang zo verteld opdat we ons niet zouden bemoeien met politiek, bedrijfsvoering, met de rest van de wereld. Op een gegeven moment vonden wij vrouwen dat we die andere dingen net zo goed konden. En dat kunnen we ook, alleen dat vrijgeven van dat terrein van de kinderzorg, dat gaat moeizaam.”

Vaak vinden vrouwen dat moeders meer recht hebben op de kinderen, merkte Perquin.

“Vooral toen ik net gescheiden was en ik nog erg moest wennen aan het co-ouderschap. Als ik dan de kinderen naar hun vader had gebracht en huilend thuiskwam, waren er altijd mensen bereid om te zeggen: ‘Dat is voor die kinderen toch ook heel erg. Dat is toch niet natuurlijk.’ Onzin. Het was niet moeilijk om de kinderen bij mijn ex-man achter te laten, het was moeilijk om niet bij mijn zoons te zijn.

Kijk bij vechtscheidingen eens naar de rol van de buitenstaander. Hoeveel mensen er klaar staan om te zeggen: ‘Je nam de juiste beslissing, het was toch ook helemaal geen leuke man.’ Het is goedbedoeld en in een bepaalde fase best prettig om te horen, maar ik vind het heel gevaarlijk gedrag.”

Literair thema

Zou dat ‘vrijgeven van de zorg’ ook tijdens de Boekenweek belicht moeten worden?

“Zeker. Literair is ‘de moeder’ een fantastisch thema, iedereen heeft er één, alles zit erin: de grote liefde, de grote dood, eindigheid, begin. Maar die regel van Nijhoff als motto vond ik onhandig. Moeder en vrouw zijn toch twee aparte entiteiten. Er is zoveel schitterende poëzie over dit onderwerp en er zijn zoveel ijzersterke dichters in dit land: men had aan Neeltje Maria Min kunnen denken - voor wie ik liefheb, wil ik heten. Dat is een regel waar je, in het collectieve geheugen of niet, véél meer mee kunt. Of Vasalis: Zijzelf was als de zee, maar zonder stormen. Of Joke van Leeuwen ketens moeders, voorgoed moeders. Keuze te over.”

Als er één moment is waarop je merkt wat je allemaal aan rotzooi met je meesleept, dan wel als er een kind geboren wordt

De gedichten waar deze regels uitkomen staan in ‘Wij zijn de menigte die moeder heet’, een bloemlezing die Perquin samenstelde voor de Boekenweek. Daarin wilde ze ‘een veelkoppig koor’ van dichters laten horen ‘om de volle reikwijdte van het moederschap te kunnen bevatten”. Niet alleen zoete verzen dus - “Wist je dat mannen vaak met veel meer adoratie over hun moeder schrijven?-, ook gedichten waarin het schuurt, die pijn doen, stil maken, zoals ‘’n Terroris se moeder mymer’ van Elisabeth Eybers.”

Ek was die eerste kweekhuis van die haat wat vry rondsweef, telkens verstrak en sláát. Waar hy neerstryk moet bloed en trane vloei.

Ek was die bitter bodem vir dié saad.

Ook de terrorist had een moeder. Net als de zware jongens die Perquin in de gevangenis zag. Ze werkte vijf jaar als gevangenbewaarder. Het leverde behalve een andere kijk op de mens, ook poëzie op: voor haar bundel ‘Celinspecties’ kroop ze in de huid van gevangenen, van verkrachters tot meesterinbrekers als ‘Carlo ‘de veroveraar’ da C.’

Dat ze mij in handen kregen; het kan de buit niet zijn geweest. Ik sloeg / niets op en leefde nergens van. Ik had geen helers. Zo’n droeve, / hongerige dief op zoek naar spullen was ik niet.

Ooit lagen ze in de armen van hun moeder?

“Ja. En al die moeders kwamen ook op bezoek. De mooiste, de liefste en de geduldigste. Moeders van Marokkaanse jochies die een gouden gloed kregen als ze hun zoons zagen. Of de Antilliaanse moeder die haar ontsnapte zoon kwam terugbrengen. Ze had ’m bij zijn oor vast, geen haar op haar hoofd die zijn gedrag zou pikken. Maar ook een strenggereformeerde moeder met kinderen die tijdens het bezoekuur allemaal bij papa op schoot moesten, terwijl papa daar zat omdat hij die kinderen had misbruikt. Ik kan er nog woest van worden.”

De vertedering is opgeraakt

Ze gunde zichzelf één gedicht in de bloemlezing.

Op een dag geef je het kind een klap (…) Het krijgt de klap omdat de vertedering op is geraakt. Alles hapert. / “De vertedering heeft ons ver gebracht,” zeg je. “Maar / de tank is leeg, de motor slaat af.”’

“Als ik dit gedicht voorlees, is er meer spanning in de zaal dan als ik die gedichten lees over de bajes. Dat komt omdat het raakt aan iets wat ouders misschien wel herkennen, maar liever niet weten.

Ik heb weleens gedacht toen mijn kind maar niet stopte met huilen: zal ik ’m nét iets harder op bed gooien? Ik deed het niet, maar ik weet zeker dat anderen dat ook af en toe denken. Daar praat niemand over, het is een soort verboden gebied.”

Moederschap is niet iets wat je kunt, maar wat je probeert?

“Het maakt je geen nieuw mens. Sterker nog, als er één moment is waarop je merkt wat je allemaal aan rotzooi met je meesleept, dan wel als er een kind geboren wordt. Hoe vaak mijn eigen kinderen me niet met mijn tekortkomingen confronteren. Dat ik driftig tegen de jongste zeg dat ‘ie niet zo driftig moet doen. Dat is hilarisch, toch?”

Ester Naomi Perquin © Jorgen Caris

Geen moeder is hetzelfde, maar wat hebben ze dan toch gemeen? Over dat soort vragen dacht Perquin na bij het schrijven van het Boekenweekgedicht.

“Dit gedicht gaat over de moeder zoals ik ’r iedereen gun. Het leek me fijn om iedereen die er geen heeft, er even eentje te geven. Al betekent zo’n beschermende, aanwezige, zich met alles bemoeiende moeder niet dat je de rest van je leven veilig bent.

De moeder manifesteert zich in allerlei aspecten van je bestaan. In je blik, in je oordeel, in hoe je naar jezelf kijkt - beklemmend is die constante stem in je hoofd misschien ook: zo vaak val je tegen, zo vaak val je mee. Als een achtervolgingsscène die een leven lang vertraagd / wordt afgespeeld.

Het raadsel moeder is niet op te lossen. Als je het gedicht gelezen hebt, heb je het gedrag, de taken en plichten van een moeder gezien, maar niet de vrouw die ze ook is.”

Had u de moeder uit uw gedicht zelf gehad willen hebben?

“Mijn moeder was misschien niet de alleroplettendste moeder, maar fundamentele liefde was er wel. Wat ze kon geven, heeft ze ons gegeven. Dus nee, aan het eind van dit gedicht zou ik nog altijd mijn eigen moeder uit de menigte plukken, niet een andere.” 

BOEKENWEEKGEDICHT

Moeder

Zoals ze in je praat en dingen vindt, dwars door je eigen woorden
klinkt, vaak ongevraagd, doe je haar nou wat opzij, je hebt toch
ogen, waarom moet dat nou zo open, die mouwen staan
je raar en doe een das om als het waait.

Zoals ze in je borstkas zucht wanneer je iets onnodigs dreigt te kopen,
zegt dat suiker, vet, voor je bloed, je hart, je lever slecht, door
drank en sigaretten is gekwetst, als je slordig oversteekt
of fietst door rood - je mag van haar niet dood,
niet eens geschud, geschaafd.

Als een achtervolgingsscène die een leven lang vertraagd
wordt afgespeeld. Ze loopt je na. Dit voortbewegen,
één en twee, in hetzelfde beeld.

Zo vaak val je tegen, zo vaak val je mee. Steeds ongevraagd
gered. Bij hond, stoep, hek en noodlot weggegrist.
Je kijkt naar haar. Je weet niet wie ze is.

Ester Naomi Perquin

Ester Naomi Perquin (1980) groeide op in Zeeland maar woont al jaren in Rotterdam. Ze volgde schrijfonderwijs in Amsterdam en werkte jarenlang als gevangenisbewaarder om dat te kunnen betalen. In 2007 debuteerde zij bij Uitgeverij Van Oorschot met de dichtbundel ‘Servetten halfstok’. In 2009 volgde ‘Namens de ander’.

Voor haar werk ontving ze onder meer de Anna Blamanprijs, de Lucy B. en C.W. van der Hoogtprijs en de J.C. Bloemprijs. Begin 2012 verscheen haar bundel ‘Celinspecties’, over het leven achter tralies. Deze bundel werd bekroond met de VSB Poëzieprijs 2013. In januari 2017 verscheen haar nieuwste bundel ‘Meervoudig afwezig’.

In een interviewserie vertellen vrouwelijke dichters over het Boekenweekthema ‘de moeder de vrouw’. Én ze schrijven, speciaal voor Trouw, een gedicht. Lees hier alle bijdragen van Marieke Lucas Rijneveld, Radna Fabias, Esther Jansma, Kira Wuck en Neeltje Maria Min terug.

Deel dit artikel

De moeder van Perquin stond met een indianentooi op het schoolplein

Het was niet moeilijk om de kinderen bij mijn ex-man achter te laten, het was moeilijk om niet bij mijn zoons te zijn

Als er één moment is waarop je merkt wat je allemaal aan rotzooi met je meesleept, dan wel als er een kind geboren wordt