Uw profiel is aangemaakt

U heeft een e-mail ontvangen met een activatielink. Vergeet niet binnen 24 uur uw profiel te activeren. Veel leesplezier!

Erkenning voor Polygoon

Cultuur

FRED LAMMERS

Review

'Polygoon spant de kroon' door drs. Jitze de Haan. Uitgeverij Otto Cramwinckel, Amsterdam. Prijs: 45 gulden.

Opgericht in 1919 door Julius Stoop, en vanaf 1921 geleid door de ondernemende Brand Ochse, beleefde de Nederlandsche Maatschappij voor Cinematografie Filmfabriek Polygoon gloriejaren. Door de opkomst van de televisie kwam de klad erin. Ondanks allerlei kunstgrepen en nieuwe samenwerkingsverbanden stopte Polygoon in 1963 met het bioscoopjournaal. Nederland zag het nieuws immers in de eigen huiskamer en dat was veel actueler dan de beelden die bioscoopbezoekers werden voorgeschoteld. In 1987 was de directe rol van Polygoon uitgespeeld. Sindsdien wordt het historisch belang van wat Polygoon op film vastlegde echter in toenemende mate onderkend. Succesvolle videoseries als 'Beeld van Nederland' zouden zonder dat archiefmateriaal niet tot stand kunnen komen.

Drs. Jitze de Haan is tien jaar bezig geweest met een studie over de geschiedenis en achtergronden van Polygoon. Hij verdiepte zich in documenten en sprak met oud-medewerkers van het filmbedrijf. Het resultaat van dat alles is het boek 'Polygoon spant de kroon', dat de periode 1919-1944 omvat. In zijn boek behandelt De Haan ook de voorgeschiedenis, zoals de kinetoscoop in de Amsterdamse Reguliersbreestraat, waar het Nederlandse publiek vanaf 27 december 1894 kon kennismaken met de 'allernieuwste en wonderbaarlijkste uitvinding van de negentiende eeuw'. Dat was een kast van ruim een meter hoog, waarin na inworp van een muntstuk een filmstrook rondliep. Via een kijkgat kon een toeschouwer naar levende beelden kijken. Anderhalf jaar later vonden in een voormalig winkelpand in de Amsterdamse Kalverstraat de eerste echte filmvoorstellingen plaats. Voor vijftig cent kon men een half uur kijken naar filmbeelden op doek. Via de reizende bioscopen werd de film populair.

De filmfabriek van Willy Mullens in Den Haag vervaardigde voordat Polygoon van start ging al documentaires in opdracht met als uitschieters 'Mooi Holland' en 'Holland neutraal'. Anderen richtten zich op speelfilms als 'Twee Zeeuwsche meisjes in Zandvoort' en 'Oranje en Nederland'. Toch moest in het nummer van 12 december 1919 van de toen al acht jaar bestaande Bioscoop-Courant worden geconstateerd dat krachten werden versnipperd door het oprichten van steeds meer kleine filmfabriekjes. Wat dat betreft begon Polygoon dus niet onder een goed gesternte. Het eerste grote project was in 1921 de documentaire 'Neerlands volksleven in de lente', die in oktober van dat jaar in circulatie kwam. Het publiek genoot, terwijl buiten de najaarsstormen loeiden en het tijd werd de schaatsen te voorschijn te halen, van bloeiende sneeuwklokjes in Heemstede, Paasgebruiken in Denekamp, Achterhoekse boerendansen en de 'Plankstikken-ommegang' in het Friese Grouw.

Het eerste filmjournaal van Polygoon, gepresenteerd onder de naam 'Hollandsch Nieuws', werd in januari 1922 afgeleverd. Pas in 1932 werd het echt een wekelijks journaal. In de begintijd werd dit journaal in drie kopieën vervaardigd die hun roulatie begonnen in Amsterdam, Den Haag en Rotterdam. In andere delen van het land werden die nieuwsbeelden soms zes tot acht weken later vertoond. Aan belangstelling desondanks geen gebrek. In de zomer van 1924 werd het Polygoonjournaal in 49 bioscopen vertoond.

De vier vaste cameramannen reisden per trein door Nederland om belangrijke zaken te registreren. Het vervoer van hun forse statiefcamera's leidde regelmatig tot problemen met treinreizigers, die klaagden over het ongemak. De technische problemen waren eveneens groot. Vanwege het weinig lichtgevoelige filmmateriaal was men de eerste jaren al blij wanneer men twee uur per dag kon filmen. Later ging Polygoon met grote koolspitslampen werken. Het probleem daarbij was dat die lampen ter plekke nauwelijks aangesloten konden worden.

Dan was er ook nog de concurrentie van Haghefilm, dat zich ook op het vastleggen van nieuwsitems toelegde. Polygoon zocht al in een vroeg stadium naar verruiming van het afzetgebied. Zo kocht het bedrijf in april 1922 het opnamerecht van de voetbalwedstrijd Nederland-België. Dit à raison van 250 gulden per toestel waarmee gefilmd werd. Een andere poot van het bedrijf dat geld in het laadje bracht was de Reizende Schoolbioscoop. Een van de eerste grootschalige projecten in dat kader was de film 'De Rijn van Lobith tot aan zee'.

Nederlands-Indië werd ook in de activiteiten betrokken. Cameraman Iep Ochse reisde in de jaren twintig vier jaar lang door dat deel van het koninkrijk. De baten die het vervaardigen van bedrijfsdocumentaires en een paar films over het werk van de zending opleverden maakten het mogelijk ook zaken te filmen die voor een breed publiek aantrekkelijk waren. In totaal schoot Ochse in die vier jaar veertig kilometer film. Daaruit ontstond in 1929 de 'Maha-cyclus', vier films die in ons land een warm onthaal vonden.

De samenwerking op filmgebied, waaraan het zo lang had ontbroken, kwam in 1933 tot stand toen Polygoon concurrent Profilty overnam, een gebeuren dat voor de buitenwacht jarenlang geheim werd gehouden. Het was in de tijd dat er sprake was van een nieuwe omwenteling op filmgebied, voortaan werd ook het geluid geregistreerd. Zo rolde Polygoon met Profilty de Tweede Wereldoorlog in, een periode waarin men filmisch door de bezetter steeds meer aan banden werd gelegd. De mensen van Polygoon probeerden zo objectief mogelijk te blijven en werkten tussen de bedrijven door aan de film 'Vrij Nederland', die meteen na de bevrijding in omloop kwam. De opnamen ervoor waren clandestien. In het geheim werden tijdens de oorlog van alle filmnegatieven ook extra afdrukken gemaakt, zodat er een vrij compleet filmoverzicht van de bezettingsjaren bestaat.

Deel dit artikel